Woordenlijst ontwikkelingspsychologie
Kleuterperiode 3-6 jaar, stevige voorbereiding op wat komt
Schoolperiode Start vanaf 6 jaar eindpunt is
discussieerbaar
Adolescentie Begint eerder bij de meisjes dan bij de
jongens
Volwassenheidsperiode Wordt gevormd tijdens de verschillende
fasen van de kindertijd en in het bijzonder
tijdens de adolescentie (circa 14 jaar tot
midden 20 jaar)
Oudere volwassenheid +60-65
handvoorkeur Ontwikkelen onder invloed van
hersenverbindingen tussen +/- 2 en 4 jaar
Preoperationeel denken (2-7 jaar) kind denkt in deze fase
onsystematisch en onlogisch. Het kind stelt
zichzelf als middelpunt van de wereld. Het
kind ie hiermee egocentrisch: zoals het kind
de wereld ervaart, zo is de wereld ook
Preconcepten Gaat om allerlei gedachten en beelden die
de leerlingen in hun hoofd hebben over een
onderwerp. hieronder vallen: vooroordelen,
vermoedens en meningen.
Experimenteren met categorieën ze
gebruiken de woorden al maar niet voor de
categorie zelf
Preconceptueel stadium (2-4 jaar) in de kleutertijd, kind leeft in een
fantasiewereld. Het kind fantaseert, denk
magisch, leert voornamelijk door te spelen
Intuïtief denken Iets weten zonder erover na te denken.
Alsof men al weet wat met/haar te wachten
staat
Statisch denken Kind is niet gericht op transformaties of op
het proces maar heeft enkel aandacht voor
de toestanden
Egocentrisme Het IK staat centraal, geen inleving of
perspectief name mogelijk
Onomkeerbaar denken Kan situaties niet uit elkaar halen, is bang
van een clown maar heeft gezien hoe ze de
persoon hebben geschminkt
Animisme Geloven dat levenloze objecten zoals
knuffeldieren een leven hebben en net zo
kunnen denken als mensen
Fenomenistische causaliteit Kinderen gaan een oorzakelijke relatie gaan
zoeken tussen twee dingen die zich
toevallig/tegelijkertijd of kort na elkaar
hebben voorgedaan (zelf al hebben ze niks
Kleuterperiode 3-6 jaar, stevige voorbereiding op wat komt
Schoolperiode Start vanaf 6 jaar eindpunt is
discussieerbaar
Adolescentie Begint eerder bij de meisjes dan bij de
jongens
Volwassenheidsperiode Wordt gevormd tijdens de verschillende
fasen van de kindertijd en in het bijzonder
tijdens de adolescentie (circa 14 jaar tot
midden 20 jaar)
Oudere volwassenheid +60-65
handvoorkeur Ontwikkelen onder invloed van
hersenverbindingen tussen +/- 2 en 4 jaar
Preoperationeel denken (2-7 jaar) kind denkt in deze fase
onsystematisch en onlogisch. Het kind stelt
zichzelf als middelpunt van de wereld. Het
kind ie hiermee egocentrisch: zoals het kind
de wereld ervaart, zo is de wereld ook
Preconcepten Gaat om allerlei gedachten en beelden die
de leerlingen in hun hoofd hebben over een
onderwerp. hieronder vallen: vooroordelen,
vermoedens en meningen.
Experimenteren met categorieën ze
gebruiken de woorden al maar niet voor de
categorie zelf
Preconceptueel stadium (2-4 jaar) in de kleutertijd, kind leeft in een
fantasiewereld. Het kind fantaseert, denk
magisch, leert voornamelijk door te spelen
Intuïtief denken Iets weten zonder erover na te denken.
Alsof men al weet wat met/haar te wachten
staat
Statisch denken Kind is niet gericht op transformaties of op
het proces maar heeft enkel aandacht voor
de toestanden
Egocentrisme Het IK staat centraal, geen inleving of
perspectief name mogelijk
Onomkeerbaar denken Kan situaties niet uit elkaar halen, is bang
van een clown maar heeft gezien hoe ze de
persoon hebben geschminkt
Animisme Geloven dat levenloze objecten zoals
knuffeldieren een leven hebben en net zo
kunnen denken als mensen
Fenomenistische causaliteit Kinderen gaan een oorzakelijke relatie gaan
zoeken tussen twee dingen die zich
toevallig/tegelijkertijd of kort na elkaar
hebben voorgedaan (zelf al hebben ze niks