ORTHOPEDAGOGIE DEEL 1
INLEIDING
Agogisch handelen vormt de basis en het werkterrein van de opvoeder-begeleider
Waar je ook werkt telkens rijst de vraag: wat wil ik bereiken en hoe ga ik te werk?
Het werk van een opvoeder-begeleider is verantwoord doordacht en methodisch handelen.
WAT BETEKENT ORTHOPEDAGOGIE?
Pedagogiek (opvoedingswetenschap) = wetenschap die het opvoeden als object heeft waarin het
denken over opvoeden centraal staat
Pedagogie = het handelen, uitvoeren, de praktijk van het opvoeden. Letterlijk vertaald betekent het
kinderleiding
OPVOEDING WORDT BEPAALD DOOR AANTAL FACETTEN
1. De omgang die we hebben met anderen
Degene die opvoed heeft een voorbeeldfunctie
Kind kan nog niks en is hulpbehoevend
Beetje per beetje groeit kind binnen doorheen verschillende levensfasen naar volwassenheid
toe
2. Unieke omgang
Hoe afstemmen op maat
Omgang opvoeder en kind is uniek, persoonlijke omgang, wederzijdse betrokkenheid is waar
te nemen
Geborgen, veilige en uitnodigende omgeving
3. De omgang met invloed
Opvoeder vormt doelgerichte invloed
In opvoedingsproces heeft dit een gericht doel
In functie van wat we belangrijk vinden, opvoeder gaat normen en waarden gaan bijbrengen
Kind wordt gevormd door normen en waarden en bijvoorbeeld die volwassenen hem
voorleven
4. Omgang met vrijheden en beperkingen
Opvoeders moeten ingrijpen bij negatief gedrag, kaders waarbinnen begrensd moet worden
Grenzen worden gegeven door normen en waarden
Geborgenheid van emotionele en fysieke veiligheid legt opvoeder belangrijke basis voor
ontwikkeling van zelfvertrouwen en weerbaarheid
Bij opvoeden zijn er innerlijke/uiterlijke factoren
innerlijke = datgene wat eenieder in aanleg bij geboorte meekrijgt
uiterlijk = omstandigheden waarin een kind opgroeit: het milieu, de omgeving en de situatie
waarin het kind zich kan/moet ontwikkelen
, OPVOEDINGSPROCES
omdat tijd en ontwikkeling een dergelijke rol spelen, kunnen we spreken van een proces: opvoeden
voltrekt zich geleidelijk
problematische opvoedingsstijl (POS) = een door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos ervaren
opvoedingssituatie, waarin men zonder deskundige hulp van buiten af niet in slaagt het geheel te veranderen
dat het terug perspectief bediend wordt
orthopedagogische hulpverleners proberen via hun agogisch handelen de situatie opnieuw perspectief te
bieden.
- Degene die hiervoor nodig zijn zijn degene die bij opvoedkundig gebeuren zijn
- Vertrekt vanuit wensen/klachten van zijn cliënten, grijpt pas in als veiligheid en integriteit van mensen
wordt bedreigd.
(ORTHO) AGOGIEK
Begeleiding van volwassenen
Agogisch handelen = wanneer deskundigheid methodisch en intentioneel omgaan met
veranderingsprocessen
Ortho-agoog: te maken met het problematisch verloop van het opvoeden/begeleiden van
mensen/groepen
WERKGEBIED VAN DE ORTHOPEDAGOGIE
Trekt in werking daar waar opvoeder opvoedingsproblemen ervaart.
1. Zintuigelijke functioneringsproblemen
Mensen die doof, slechthorend, blind of slechtziend zijn
2. Motorische functioneringsproblemen
Personen die hun motoriek belemmerd worden
3. Cognitieve functioneringsproblemen
Hierbij gaat het om mensen die in hun intellectuele ontwikkeling (ernstig) belemmerd zijn
4. Gedrags- en emotionele functioneringsproblemen
Mensen die door allerlei factoren in conflict zijn met zichzelf en/of hun omgeving
5. Meervoudig functioneringsproblemen
Hier gaat het om een combinatie van de hierboven omschreven functionerings- problemen
ORTHOPEDAGOGIEK EN MAATSCHAPPIJVISIE
Beeldvorming is een belangrijke achtergrond tegen dewelke zich het agogisch handelen afspeelt.
Wat is belangrijk in het samenleven
Vermaatschappelijking van de hulpverlening
Een samenleving die zijn geschiedenis verliest, verliest ook zijn identiteit
INLEIDING
Agogisch handelen vormt de basis en het werkterrein van de opvoeder-begeleider
Waar je ook werkt telkens rijst de vraag: wat wil ik bereiken en hoe ga ik te werk?
Het werk van een opvoeder-begeleider is verantwoord doordacht en methodisch handelen.
WAT BETEKENT ORTHOPEDAGOGIE?
Pedagogiek (opvoedingswetenschap) = wetenschap die het opvoeden als object heeft waarin het
denken over opvoeden centraal staat
Pedagogie = het handelen, uitvoeren, de praktijk van het opvoeden. Letterlijk vertaald betekent het
kinderleiding
OPVOEDING WORDT BEPAALD DOOR AANTAL FACETTEN
1. De omgang die we hebben met anderen
Degene die opvoed heeft een voorbeeldfunctie
Kind kan nog niks en is hulpbehoevend
Beetje per beetje groeit kind binnen doorheen verschillende levensfasen naar volwassenheid
toe
2. Unieke omgang
Hoe afstemmen op maat
Omgang opvoeder en kind is uniek, persoonlijke omgang, wederzijdse betrokkenheid is waar
te nemen
Geborgen, veilige en uitnodigende omgeving
3. De omgang met invloed
Opvoeder vormt doelgerichte invloed
In opvoedingsproces heeft dit een gericht doel
In functie van wat we belangrijk vinden, opvoeder gaat normen en waarden gaan bijbrengen
Kind wordt gevormd door normen en waarden en bijvoorbeeld die volwassenen hem
voorleven
4. Omgang met vrijheden en beperkingen
Opvoeders moeten ingrijpen bij negatief gedrag, kaders waarbinnen begrensd moet worden
Grenzen worden gegeven door normen en waarden
Geborgenheid van emotionele en fysieke veiligheid legt opvoeder belangrijke basis voor
ontwikkeling van zelfvertrouwen en weerbaarheid
Bij opvoeden zijn er innerlijke/uiterlijke factoren
innerlijke = datgene wat eenieder in aanleg bij geboorte meekrijgt
uiterlijk = omstandigheden waarin een kind opgroeit: het milieu, de omgeving en de situatie
waarin het kind zich kan/moet ontwikkelen
, OPVOEDINGSPROCES
omdat tijd en ontwikkeling een dergelijke rol spelen, kunnen we spreken van een proces: opvoeden
voltrekt zich geleidelijk
problematische opvoedingsstijl (POS) = een door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos ervaren
opvoedingssituatie, waarin men zonder deskundige hulp van buiten af niet in slaagt het geheel te veranderen
dat het terug perspectief bediend wordt
orthopedagogische hulpverleners proberen via hun agogisch handelen de situatie opnieuw perspectief te
bieden.
- Degene die hiervoor nodig zijn zijn degene die bij opvoedkundig gebeuren zijn
- Vertrekt vanuit wensen/klachten van zijn cliënten, grijpt pas in als veiligheid en integriteit van mensen
wordt bedreigd.
(ORTHO) AGOGIEK
Begeleiding van volwassenen
Agogisch handelen = wanneer deskundigheid methodisch en intentioneel omgaan met
veranderingsprocessen
Ortho-agoog: te maken met het problematisch verloop van het opvoeden/begeleiden van
mensen/groepen
WERKGEBIED VAN DE ORTHOPEDAGOGIE
Trekt in werking daar waar opvoeder opvoedingsproblemen ervaart.
1. Zintuigelijke functioneringsproblemen
Mensen die doof, slechthorend, blind of slechtziend zijn
2. Motorische functioneringsproblemen
Personen die hun motoriek belemmerd worden
3. Cognitieve functioneringsproblemen
Hierbij gaat het om mensen die in hun intellectuele ontwikkeling (ernstig) belemmerd zijn
4. Gedrags- en emotionele functioneringsproblemen
Mensen die door allerlei factoren in conflict zijn met zichzelf en/of hun omgeving
5. Meervoudig functioneringsproblemen
Hier gaat het om een combinatie van de hierboven omschreven functionerings- problemen
ORTHOPEDAGOGIEK EN MAATSCHAPPIJVISIE
Beeldvorming is een belangrijke achtergrond tegen dewelke zich het agogisch handelen afspeelt.
Wat is belangrijk in het samenleven
Vermaatschappelijking van de hulpverlening
Een samenleving die zijn geschiedenis verliest, verliest ook zijn identiteit