C-NED1 Blok 1 Toets
Taalkunde
De student kent de ordening en systematiek in taal op als niveau en kan deze benoemen.
Naam Inhoud gaat om
Fonologisch niveau Uitspraak
Morfologisch niveau Opbouw van woorden
Syntactisch niveau Volgorde van woorden
Semantisch niveau Betekenis
Pragmatisch niveau Gebruik
Orthografisch niveau Spelling
6 taalniveaus
Fonologisch niveau = (vorm) de uitspraak, klank, intonatie, woordaccent
Bijv. rijmen, versjes maken
Morfologisch niveau = woordvorming, combinaties van vrije en gebonden morfemen.
Bijv. hoe maak ik een lang woord? Hoe plak ik 2 woorden aan elkaar?
Syntactisch niveau = zinsopbouw, regels voor het combineren van woorden in zinnen.
Bijv. wat is een lidwoord? Wat is de volgorde in vraagzin?
Semantisch niveau = (betekenis) woordbetekenis, maar ook intonatie of manier
waarop woorden met elkaar gecombineerd worden.
Bijv. betekenis van woorden/uitdrukkingen
Pragmatisch niveau = (functie) het concrete taalgebruik uit dagelijkse praktijk,
waarbij ook omgangsregels en sociale normen gelden.
Bijv. wanneer gebruik je u/jij?
Orthografisch niveau = spelling, manier waarop je gesproken taal weergeeft.
Bijv. hoe schrijf je een woord?
Assimilatie: je schrijft zoals je het hoort. Als spraakklanken na elkaar uitgesproken worden,
kunnen ze elkaar beïnvloeden
De student kent verschillende morfologische woordvormingsprocedure en kan deze
benoemen en herkennen.
Er zijn 3 typen woordvormingsregels:
- samenstelling
- afleiding
- verbuiging en vervoeging
Samenstellen = als twee vrije morfemen worden samengevoegd tot een woord.
Bijvoorbeeld: kampeer en auto word: kampeerauto. Bij sommige samenstellingen wordt er
nog een overgangsklank toegevoegd, bijvoorbeeld: dorpshuis.
Afleiding = hierbij wordt een gebonden morfeem (voorvoegsel of achtervoegsel) toegevoegd
aan een vrij morfeem, zodat er een nieuw woord ontstaat. Voeg je –ig toe aan nat dan krijg
je nattig, weiger en –ing wordt weigering.
Taalkunde
De student kent de ordening en systematiek in taal op als niveau en kan deze benoemen.
Naam Inhoud gaat om
Fonologisch niveau Uitspraak
Morfologisch niveau Opbouw van woorden
Syntactisch niveau Volgorde van woorden
Semantisch niveau Betekenis
Pragmatisch niveau Gebruik
Orthografisch niveau Spelling
6 taalniveaus
Fonologisch niveau = (vorm) de uitspraak, klank, intonatie, woordaccent
Bijv. rijmen, versjes maken
Morfologisch niveau = woordvorming, combinaties van vrije en gebonden morfemen.
Bijv. hoe maak ik een lang woord? Hoe plak ik 2 woorden aan elkaar?
Syntactisch niveau = zinsopbouw, regels voor het combineren van woorden in zinnen.
Bijv. wat is een lidwoord? Wat is de volgorde in vraagzin?
Semantisch niveau = (betekenis) woordbetekenis, maar ook intonatie of manier
waarop woorden met elkaar gecombineerd worden.
Bijv. betekenis van woorden/uitdrukkingen
Pragmatisch niveau = (functie) het concrete taalgebruik uit dagelijkse praktijk,
waarbij ook omgangsregels en sociale normen gelden.
Bijv. wanneer gebruik je u/jij?
Orthografisch niveau = spelling, manier waarop je gesproken taal weergeeft.
Bijv. hoe schrijf je een woord?
Assimilatie: je schrijft zoals je het hoort. Als spraakklanken na elkaar uitgesproken worden,
kunnen ze elkaar beïnvloeden
De student kent verschillende morfologische woordvormingsprocedure en kan deze
benoemen en herkennen.
Er zijn 3 typen woordvormingsregels:
- samenstelling
- afleiding
- verbuiging en vervoeging
Samenstellen = als twee vrije morfemen worden samengevoegd tot een woord.
Bijvoorbeeld: kampeer en auto word: kampeerauto. Bij sommige samenstellingen wordt er
nog een overgangsklank toegevoegd, bijvoorbeeld: dorpshuis.
Afleiding = hierbij wordt een gebonden morfeem (voorvoegsel of achtervoegsel) toegevoegd
aan een vrij morfeem, zodat er een nieuw woord ontstaat. Voeg je –ig toe aan nat dan krijg
je nattig, weiger en –ing wordt weigering.