• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages
Class notes

College aantekeningen Inleiding Recht

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages

Alle college aantekeningen Inleiding Recht

Content preview

Inleiding recht

Hoorcollege week 1:

Recht is: ‘zodra twee mensen met elkaar in contact komen, ontstaat recht. Zonder
samenleving geen recht en zonder recht geen samenleving.’

Moraal:
- Niet afdwingbaar
- Een innerlijke houding

Recht:
- Afdwingbaar
- Uiterlijke gedraging

Sommige vinden dat rechtspraak centraal staat, andere vinden dat de wet centraal staat.

HR Zutphense Waterleiding:
Hoofdkraan werd niet dicht gedraaid door de Vries na dringen verzoek van Nijhofs,
waardoor Nijhofs voorraad leerwaren onherstelbaar beschadigd raakte.
Pleegde de Vries onrechtmatige daad?
- De onrechtmatige daad hangt af van de bevinding of de daad of het verzuim in strijd
is met de daders rechtsplicht of inbreuk maakt op een ander recht.

Legisme: juridische stroming waarbij alle rechtsregels op de wet zijn gebaseerd en de rechter
slechts de wet toepast.
 Kritiek:
- Leemtes in de wet
- Onduidelijke wetten;
- Vage bepaling

Positief recht:
 De bevoegde instantie
 Volgens vastgestelde procedure
 Met dwang gehandhaafd
Natuurrecht:
 Hoger recht: ongeschreven rechtsbeginselen
 Als toetssteen voor de geldigheid van wetten

Horizontale relatie: burger – burger
Verticale relatie: overheid – burger

,Rechtsbronnen:
- Wet
- Verdrag
- Rechtspraak
- Gewoonte

Territoriale jurisdictie: de wet geldt voor het land waarin deze wordt uitgevaardigd.

Moderne staten:
1. Statelijke ordening van de maatschappij via wetten
2. Controle
3. Preventie

19e eeuw: de wet en de gewoonte
20e eeuw (begin): rechter
20e eeuw (tweede helft): het verdrag

Hiërarchie in de wetgeving:
1. Verdrag
2. Statuut
3. Grondwet
4. Wetten gemaakt door nationale wetgever
5. Wetten gemaakt door lagere overheden
 Een hogere wet gaat voor een lagere, een latere wet gaat voor een eerdere, een
bijzondere wet gaat voor een algemene.


Werkgroep week 1:

Natuurrecht: geldt nature, onafhankelijk van de mens (bijv. geloofsovertuiging).
Positief recht: gemaakt door de staat en geldt daarom.
Rechtsbronnen:
o Verdrag (EVRM)
o Wet (grondwet)
o Rechtspraak (opticienarrest)
o Gewoonte (vertrouwensregel 2° kamer)

 Rechtsgebieden die vallen onder positief recht:
 Privaatrecht: regelt horizontale verhoudingen tussen burgers onderling.
 Publiekrecht: regelt verticale verhoudingen tussen overheid en burger.
o Primaat ligt bij publieke zaak: res publica.
o Overheid handhaaft.

Materieel recht: normatieve regel.
- Inhoud van belang, materieel criterium
= algemeen verbindend voorschrift (bijv. provincie).
o Bevoegd gegeven (niet verbindend).

, o Algemene regel
o Gericht op burgers
Formeel Recht: procedure
- Afkomst van belang, procedureel criterium.
= procedure van art. 81 – 88 GW.
o Besluit wordt gemaakt door regering en Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81
GW).

Wet in formele zin: Wet in niet formele zin:
Ieder besluit van regering en Besluiten afkomstig van
Staten-Generaal andere overheidsinstanties.
gezamenlijk.
Wet in materiële zin:
Een wet die burgers Bijv. wegenverkeerswet. Bijv. besluit
verbindende bepalingen alcoholonderzoeken.
bevat.
Wet in niet materiële zin:
Een wet die geen burgers Bijv. goedkeuringswet voor Bijv. Reglement van Orde
verbindende bepalingen prinselijk huwelijk. van de Tweede Kamer.
bevat.

Objectief recht: recht als geheel van regels of normen die de samenleving ordenen.
Subjectief recht: bevoegdheid die een burger daaraan ontleent.

Dwingend recht: waar je niet van mag afwijken (art. 8 BW).
Aanvullend recht: wat geldt als er niks anders overeengekomen wordt (art. 6:119a BW).

Niet-normatieve rechtsregels: verwijzingsregels & kwalificatieregels (art. 3:1 BW).
Normatieve rechtsregels: wat zou moeten gebeuren.
Richt zich tot rechtssubjecten en verbindt een bepaald rechtsgevolg aan feiten (art. 6:126
BW).
- 3 modaliteiten:
o Verlof: creëert een bevoegdheid
o Verbod: bepaald gedrag is niet toegestaan
o Gebod: bepaald gedrag is vereist


Hoorcollege week 2:

Feiten wijzen naar dingen die er zijn. Gebeuren vanzelf.
Normen wijzen naar dingen die behoren. Die vertellen ons wat we moeten doen. Komt tot
stand door wetgever. Wetenschappers onderzoeken ook normen.

Oorzaak: is er sprake van een causaal verband?
Gevolg: Is dit gevolg toe te rekenen aan…?

Document information

Study
Uploaded on
February 27, 2023
Number of pages
27
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Afshin allian
Contains
All classes
$12.69

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions