• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages
Class notes

Collegeaantekeningen Inleiding Internationaal Publiekrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages

Alle college aantekeningen van Inleiding Internationaal Publiekrecht.

Content preview

Inleiding internationaal publiekrecht

Hoorcollege week 1:

Soevereiniteit:
 Interne soevereiniteit: bevoegdheid van de staat om zelf zijn eigen rechtsorde en
bestuursvorm in te stellen, zonder rekening te moeten houden met andere
instellingen.
 Externe soevereiniteit: de bevoegdheid van de staat om zelf, maar wel in
overeenstemming met het internationale verdragsrecht, rechtsverhoudingen met
andere staten te organiseren.

Annexeren = een gebied in het territorium van een ander land of politieke entiteit afpakken.

Belang van IPUR:
 Sommige belangen kunnen niet door maar één land worden opgelost 
samenwerking.
 Vreedzame co-existentie: meeste staten leven regels na.
 Morele dimensie
 Positivisme: regel geschonden, onderdeel van een systeem met een sanctie.

Zelfbeschikkingsrecht: het recht van volkeren om over hun eigen lot te beschikken.

Nationale rechtsorde: Internationale rechtsorde:
o Hoogontwikkeld o Gefragmenteerd (= in stukken,
oftewel landen, verdeeld.
o Verticale structuur o Horizontale structuur
o Centraal gezag o Geen centraal gezag
o Rechter  bindende uitspraken o Geen automatische wereldrechter
(rechtsmacht Internationaal
Gerechtshof
o Grote beleidsvrijheid voor staten

Monisme: individu staat centraal.
 Uitganspunt: eenheid van nationale en internationale rechtssysteem.
 Internationale bepalingen kunnen direct
verplichtingen opleggen aan burgers.
Dualisme: staat is centraal
 Gaat uit van afzonderlijke
internationaal en nationaal
rechtsstelsel.
 Pas na omzetting (transformatie) van
internationale bepalingen in het nationale
recht ontstaan er rechten en verplichtingen
voor burgers.

Verenigde Naties:

,  Intergouvernementele organisatie (1945)
 193 lidstaten
 Verantwoordelijk voor handhaven van vrede en veiligheid
 Samenwerking op het gebied van mensenrechten, internationaal recht, ontwikkeling
van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek.
Belangrijke organen:
 Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (193 leden)
 Veiligheidsraad; 15 leden, waarvan 5 permanente leden – FR, VK, VS, RU, CH.
o Resoluties zijn bindend.
o Gebruik van geweld tussen staten is verboden  vrede tussen staten.
 maar VETO voor permanente leden.
o H. V1 VN-Handvest; onderzoeken of geschillen de vrede en veiligheid in
gevaar brengen.
o H. V2 VN-Handvest; optreden bij bedreiging of schending van de vrede.
 Internationaal Gerechtshof (15 rechters)

VN-Handvest: grondwet van Verenigde Naties.

Verbod of gebruik van geweld:
 Maar wordt vaak geschonden door VETO-recht.
 Niet van toepassing op geweld binnen een staat, daarom zijn burgeroorlogen zo
problematisch.
Twee uitzonderingen:
1. Het recht op zelfverdediging.
2. Geweld door of namens VN.

Inherent recht op zelfverdediging; art. 51 VN-Handvest (gewoonterecht)
Criteria:
1. Sprake van voorafgaande gewapende aanval.
2. Noodzakelijk en proportioneel.
3. Zelfverdedigingsactie moet onmiddellijk gemeld worden aan Veiligheidsraad.
4. Altijd inachtneming humanitair recht (= recht dat tijdens een oorlog geldt).
 Individuele en collectieve zelfverdediging
 Anticiperende zelfverdediging

Collectieve veiligheid onder de Veiligheidsraad (HV2)
 Art. 39 VN-Handvest; veiligheidsraad stelt verbreking van internationale vrede en
veiligheid.
 Art. 40 VN-Handvest; voorlopige maatregel.
 Art. 41 VN-Handvest; niet militaire sancties.
 Art. 42 VN-Handvest; sancties met geweldsmandaat.
 responsibility to react.

Dwangmaatregelen zonder geweld (art. 41)
 Verbreken economische betrekkingen
 Spoor, zee, lucht en radioverbindingen
 Diplomatieke betrekkingen

,  Sancties tegens staten/individuen (= smart sanctions)

Dwangmaatregelen met geweld (art. 42)
 Pas als maatregelen zonder geweld niet werken
 Alleen essentiële middelen.
 VN heeft zelf geen troepen, maar lidstaten leveren troepen. Staten blijven
uiteindelijk verantwoordelijk in de praktijk.
 Meestal delegeert VN gebruik van geweld aan staten of regionale internationale
organisaties.
 VNVR blijft verantwoordelijk.

Algemene Vergadering VN
 Resoluties niet bindend, wel belangrijk.
 Internationaal-politieke barometer.
 AVVN: actief gedurende Koude Oorlog en nu ook weer
 Wel primaire maar geen exclusieve bevoegdheid
 Uniting for Peace Resolution (UNGA): als de Veiligheidsraad in gebreke zou blijven
om zijn verantwoordelijkheid te nemen, kon de AVVN-aanbevelingen richten tot
leden voor het noemen van collectieve maatregelen, waaronder het gebruik van
geweld.

 Vredesbewaring
 ‘Uniting for Peace Resolution’  staten kunnen troepen zenden om vrede te
bewaren (ontstaan in Koude Oorlog)
 Alleen gestationeerd met instemming van de staat waar het gebeurt.
 Staten zijn nooit verplicht om troepen te leveren.
 Zijn neutraal en gebruiken geen geweld, tenzij zelfverdediging.


Werkgroep week 1:

Historisch moment soevereiniteit: vrede van Westfalen


Hoorcollege week 2:

Rechtssubjectiviteit: subjectieve rechten en plichten, bezit van rechtspersoonlijkheid of
juridische persoonlijkheid.
Een persoon die naar internationaal recht rechtssubjectiviteit bezit, kan bijv:
 Internationale rechtshandelingen verrichten (bijv. verdragen sluiten)
 Internationale rechten bezitten
 Rechten op internationaal niveau afdwingen
 Internationale verplichtingen hebben
 Op internationaal niveau aansprakelijk worden gesteld

Subjecten van Internationaal Recht:
1. Volledige rechtspersoonlijkheid; staten

, 2. Beperkte rechtspersoonlijkheid; internationale organisaties, individuen,
internationale ondernemingen, regimes en bevrijdingsbewegingen.

Facto-regimes:
 Niet-statelijke entiteiten die feitelijk effectief gezag uitoefenen over een deel van het
grondgebied van een bestaande staat.
 Zwakke juridische status
 Moeten minimale bescherming bieden aan burgers
 Overeenkomsten gesloten door de facto regimes hebben geen internationaal
publiekrechtelijke status

Bevrijdingsbewegingen:
 Vechten tegen koloniale mogendheid of bezettende macht
 Hoeven geen effectief gezag te hebben
 Hebben verdergaande rechtssubjectiviteit dan de facto regimes (& recht op
zelfbeschikking = recht op eigen keuzen en zelfstandigheid)

Non-gouvernementele organisaties:
 Belangrijk voor de naleving van het internationale recht
 Rol geformaliseerd binnen internationale organisaties
 MAAR, anders dan intergouvernementele organisaties: geen rechtssubjectiviteit

Natuurlijke personen:
 Vroeger geen enkele internationale rechtspersoonlijkheid
 Vooral na WO2 rechten en plichten voor individuen in de internationale rechtsorde
 Wel altijd wankel en afhankelijk van wil/instemming van staten
 Ook internationaal gewoonterecht
 Internationaal Strafhof

Multinationale ondernemingen:
 Economisch actief in meer dan één staat.
 Beperkte rechtssubjectiviteit

 Relevant in internationaal recht op basis van twee gronden:
1. Investeringsbeschermingsovereenkomsten (hoeven niet naar nationale rechter)
2. Multilaterale ondernemingen onttrekken zich vaak aan nationaal recht door
verspreidding van macht en kapitaal (‘race tot the bottom’ regulering).
Problematisch: kunnen zich grotendeels aan nationaal recht onttrekken, hebben wel
rechten, maar weinig plichten in de internationale rechtsorde.

Soevereiniteit van de staat:
 Eeuwenlang de exclusieve dragers van rechtssubjectiviteit
 Internationale rechtsorde vloeit immers voort uit ontstaan van onafhankelijke staten
 Soevereiniteit staat centraal in het internationale recht; staten juridisch gelijk (art. 2
lid 1 VN-Handvest)
o Maar juridisch betekent niet politiek gelijk.
Soevereiniteit & internationaal recht:

Document information

Study
Uploaded on
February 27, 2023
Number of pages
35
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Anna smulders
Contains
All classes
$12.69

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions