Samenvatting hoofdstuk 6: Jeugdigen die strafbare feiten plegen
In het Wetboek v. Strafrecht staat aangegeven welke gedragingen de samenleving ontoelaatbaar
vindt en welke onrechtmatig zijn. Dit zijn rechtsnormen die voor iedereen gelden, dus ook voor
jeugdigen.
Het jeugdstrafrecht onderscheidt zicht op verschillende punten v.h. volwassenstrafrecht en geldt in
beginsel voor jeugdigen v. 12-18 jaar. De reactie op het strafbare feit moet naast vergelding en
generale preventie daarom ook een pedagogisch karakter hebben en gericht zijn op
gedragsbeïnvloeding v.d. jeugdige.
Een belangrijk uitgangspunt binnen het jeugd(straf)recht is dat problemen v. jongeren en ouders in
een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd en beoordeeld. Jeugdigen die strafbare feiten
plegen, moeten zo snel mogelijk worden aangepakt. Voorkomen moet worden dat jeugdigen
opnieuw strafbare feiten plegen (recidive).
In het programma Aanpak Jeugdcriminaliteit v.h. ministerie v. Justitie is het bovenstaande
uitgangspunt opgenomen. In het programma wordt speciaal aandacht besteed aan het vroegtijdig
ingrijpen bij jeugdigen onder de 12 jaar, de zogenoemde 12-minners en de persoonsgerichte aanpak.
Per rechtsgebied (arrondissement) vindt er een justitieel casusoverleg (JCO) plaats tussen het OM,
de Raad voor de Kinderbescherming en de politie, met als doel een passende reactie te geven als een
jeugdige v. tussen de 12-18 jaar een strafbaar feit pleegt.
In de Handreiking jeugdstrafrecht 2008, dat een onderdeel is v.h. programma Aanpak
Jeugdcriminaliteit, zijn de uitgangspunten v.h. huidige jeugdstrafrecht uitgewerkt.
Ouders v. wie hun kind met jeugdstrafrecht in aanraking komen, hebben op basis v. internationale
regelgeving, zoals het Internationale Verdrag inzake de Rechten v.h. Kind (IVRK) en de Havanna
Rules, het recht op contact met hun kind.
Een minderjarige die nog geen 12 jaar is op het moment dat hij een strafbaar feit pleegt kan niet
strafrechtelijk worden vervolgd volgens art. 486 Wetboek v. Strafvordering. Een directe aanpak is bij
deze kinderen wel effectief.
Bij risicovol gedrag werkt de politie samen met jeugdzorg. Gedrag wordt geregistreerd in de
Verwijsindex risicojongeren (VIR). Hierna worden jeugdigen indien nodig naar jeugdzorg verwezen.
Ouders worden aangesproken op het gedrag v. hun kind.
De jeugdofficieren v. justitie en kinderrechters gaan er steeds meer v. uit dat er in eerste instantie bij
jeugdige daders die de eerste of tweede keer een strafbaar feit plegen (first en second offenders)
gezocht wordt naar een sanctie met en pedagogisch karakter. De sancties bij recidivisten nemen in
zwaarte toe en de nadruk ligt meer op het strafelement v.d. sanctie.
Een vrijheidsstraf wordt alleen bij jeugdige opgelegd als het nodig is.
Op regionaal niveau werken ketenpartners in het kader v. veiligheid (gemeente, jeugdzorg, Raad
voor Kinderbescherming, justitie, politie etc.) onder één dak structureel samen aan de aanpak v.
criminaliteit en overlast. Dit gebeurt in de zogenoemde veiligheidshuizen.
In het veiligheidshuis krijgen o.a. criminele jongeren een persoonsgerichte aanpak. In een individueel
plan krijgt de jeugdige verdachte een strafrechtelijke afdoening of een aanbod v. hulpverlening en/of
zorg. Het is mogelijk om een behandelplan op te stellen voor het gezinssysteem.
In het Wetboek v. Strafrecht staat aangegeven welke gedragingen de samenleving ontoelaatbaar
vindt en welke onrechtmatig zijn. Dit zijn rechtsnormen die voor iedereen gelden, dus ook voor
jeugdigen.
Het jeugdstrafrecht onderscheidt zicht op verschillende punten v.h. volwassenstrafrecht en geldt in
beginsel voor jeugdigen v. 12-18 jaar. De reactie op het strafbare feit moet naast vergelding en
generale preventie daarom ook een pedagogisch karakter hebben en gericht zijn op
gedragsbeïnvloeding v.d. jeugdige.
Een belangrijk uitgangspunt binnen het jeugd(straf)recht is dat problemen v. jongeren en ouders in
een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd en beoordeeld. Jeugdigen die strafbare feiten
plegen, moeten zo snel mogelijk worden aangepakt. Voorkomen moet worden dat jeugdigen
opnieuw strafbare feiten plegen (recidive).
In het programma Aanpak Jeugdcriminaliteit v.h. ministerie v. Justitie is het bovenstaande
uitgangspunt opgenomen. In het programma wordt speciaal aandacht besteed aan het vroegtijdig
ingrijpen bij jeugdigen onder de 12 jaar, de zogenoemde 12-minners en de persoonsgerichte aanpak.
Per rechtsgebied (arrondissement) vindt er een justitieel casusoverleg (JCO) plaats tussen het OM,
de Raad voor de Kinderbescherming en de politie, met als doel een passende reactie te geven als een
jeugdige v. tussen de 12-18 jaar een strafbaar feit pleegt.
In de Handreiking jeugdstrafrecht 2008, dat een onderdeel is v.h. programma Aanpak
Jeugdcriminaliteit, zijn de uitgangspunten v.h. huidige jeugdstrafrecht uitgewerkt.
Ouders v. wie hun kind met jeugdstrafrecht in aanraking komen, hebben op basis v. internationale
regelgeving, zoals het Internationale Verdrag inzake de Rechten v.h. Kind (IVRK) en de Havanna
Rules, het recht op contact met hun kind.
Een minderjarige die nog geen 12 jaar is op het moment dat hij een strafbaar feit pleegt kan niet
strafrechtelijk worden vervolgd volgens art. 486 Wetboek v. Strafvordering. Een directe aanpak is bij
deze kinderen wel effectief.
Bij risicovol gedrag werkt de politie samen met jeugdzorg. Gedrag wordt geregistreerd in de
Verwijsindex risicojongeren (VIR). Hierna worden jeugdigen indien nodig naar jeugdzorg verwezen.
Ouders worden aangesproken op het gedrag v. hun kind.
De jeugdofficieren v. justitie en kinderrechters gaan er steeds meer v. uit dat er in eerste instantie bij
jeugdige daders die de eerste of tweede keer een strafbaar feit plegen (first en second offenders)
gezocht wordt naar een sanctie met en pedagogisch karakter. De sancties bij recidivisten nemen in
zwaarte toe en de nadruk ligt meer op het strafelement v.d. sanctie.
Een vrijheidsstraf wordt alleen bij jeugdige opgelegd als het nodig is.
Op regionaal niveau werken ketenpartners in het kader v. veiligheid (gemeente, jeugdzorg, Raad
voor Kinderbescherming, justitie, politie etc.) onder één dak structureel samen aan de aanpak v.
criminaliteit en overlast. Dit gebeurt in de zogenoemde veiligheidshuizen.
In het veiligheidshuis krijgen o.a. criminele jongeren een persoonsgerichte aanpak. In een individueel
plan krijgt de jeugdige verdachte een strafrechtelijke afdoening of een aanbod v. hulpverlening en/of
zorg. Het is mogelijk om een behandelplan op te stellen voor het gezinssysteem.