Deel 1: Politiek – een politieke wetenschap
Politiek heeft betrekking op het sturen van een samenleving. Politiek is dan ook alles wat te
maken heeft met het besturen van een samenleving.
Wij associëren politiek met samenlevingen die verbonden zijn aan een territorium
(gemeenten, provincies, regio’s, landen etc.) Dat is een andere manier van besturen dan het
besturen van bijvoorbeeld een vereniging, maar ook dit is politiek. Uit een vereniging kun je
stappen als je het niet eens bent met de regels.
Politiek die is gebonden aan een bepaald leefgebied, is veel omvattender en ook
dwingender. Regels die gelden voor inwoners van een territorium, kun je niet zomaar
ontwijken.
Territoriale politiek gaat verder dan alleen het functionele lidmaatschap van een vereniging
met een heel specifiek doel. Naast dus het verschil tussen bijvoorbeeld territoriale en
functionele politiek is er ook een verschil in de inhoud en reikwijdte van de politiek.
De reikwijdte van de politiek houdt eigenlijk in hoeveel de politiek voor de samenleving
bepaald. In een dictatuur gaat dit bijvoorbeeld heel erg ver. In Nederland heeft de politiek
ook een grotere reikwijdte dan bijvoorbeeld 30 jaar geleden. De politiek is betrokken bij het
onderwijs, verplicht je om je huisvuil te sorteren, autogordels te dragen etc.
In Nederland heeft er een evolutie in de politieke cultuur plaatsgevonden. Elke
samenleving heeft bepaalde (meestal ongeschreven) regels over wat politiek kan worden en
wat niet. Die regels veranderen op grond van de behoeften van de samenleving.
De vormen en structuren van de politiek
Politiek kan verschillende vormen aannemen. In verschillende landen wordt de politiek op
verschillende wijzen vormgegeven. De politieke wetenschap houdt zich bezig met de
variaties van de politiek.
Je kunt een onderscheidt maken tussen de verschillende soorten door bijvoorbeeld te kijken
naar welke overtuigingen er ten grondslag liggen aan de politiek. Het gaat dan over een
politiek regime. Om regimes van elkaar te kunnen onderscheiden moet er antwoord
gegeven worden op een aantal politieke basisvragen zoals: wie heeft de macht om
beslissingen te nemen, worden bestuur en godsdienst van elkaar gescheiden etc.
Er is een onderscheid tussen democratische en autoritaire regimes. Een democratisch
regime is een regime waarin de macht tijdelijk is verspreid over verschillende groepen. De
bevolking kiest vertegenwoordigers die zich bezighouden met het opstellen en uitvoeren van
bepaalde regels. Een aantal basisrechten, zoals het recht om vrij te spreken, worden erkend
en beschermd.
Door onderscheid te maken tussen of het hele territorium vanuit één punt wordt bestuurd of
vanuit deelstaten, kun je een onderscheid maken tussen unitaire staten en federale staten.
Naast het classificeren in regimes kun je ook politieke vormen onderscheiden door te kijken
naar politieke instellingen en procedures. Is er bijvoorbeeld een kamer in de regering of
zijn er meerdere kamers? Wie mogen er deelnemen aan verkiezingen? Heeft het
staatshoofd alleen een symbolische functie of heeft hij of zij ook een echte bestuursfunctie?