Voorwoord
1. Het leven valt ons toe
Het nataal en moraal karakter van het leven
*Het leven valt ons toe zoals het ons ontvalt = weinig zekere over de herkomst & uitkomst van ons
bestaan
de vraag naar de reikwijdte vd begrippen ‘toevallen’ en ontvallen’ is een open vraag -> de manier
waarop we haar van antwoorden voorzien, bepaalt de wijze waarop we in het leven menen te
kunnen staan
*Maar geboorte en dood verrassen ons niet of waarschuwen ons niet
het eigene van die 2 zekerheden is dat ze zich volstrekt buiten onze macht voltrekken – niemand
werd om toestemming gevraagd te leven/sterven
aan beiden zijden: radicale passiviteit: geboorte/dood overstijgen ons – slechts in hun licht
ontluiken de mogelijkheden tot het ontplooien van een bestaan, dat we toevallend en ontvallend
voltrekken
-> we staan machteloos tegenover de causale samenhang van leven en dood
De receptieve grondtrek
*Veel in het leven is gegeven bvb taal/ opvoeding/ talenten -> valt ons te beurt maar kan ons
evengoed ontvallen/ worden ontzegt -> kan enkel omdat het ons eerst geschonken is
*De mens = geboortelijk & sterfelijk wezen: hij leeft in het besef geboren te zijn en sterven te
moeten. De onontkoombaarheid en onlosmakelijke verwevenheid van geboorte & dood als
bewustzijn dat het leven gegeven en ontnomen word = de receptieve grondtrek vh leven
gaat om een besef dat ‘het leven’ verschilt van ‘mijn leven’, dat we in het eigen leven deelhebben
aan iets dat onze individualiteit overstijgt
de mogelijkheid de receptieve grondtrek te ervaren is ingeschreven in de aard vh mens-zijn -> in
de uitzonderlijkheid van ons existerend wezen (onderscheidt ons van andere levensvormen) ligt
besloten dat we ons vragend tot onze condities kunnen verhouden = bestaansverbijzondering
net omdat we in staat zijn ons bestaan te bevragen, zijn we in staat al wat we doen en laten in het
licht te plaatsen vd zekerheid van begin & eind
Elk existentieel alternatief
*Heidegger: met ‘geworpenheid’ en ‘bevindelijkheid’ heeft hij op 2 door passiviteit doortrokken
grondkarakteristieke van het mens-zijn gewezen
*Met Heidegger dient zich de vraag aan tot welk spreken over de menselijke conditie we in staat zijn.
elke inschatting van onze conditie dat op ‘weten’ aanspraak maakt, is zelf receptief van aard. Een
stap uit deze receptiviteit zou meteen ook een stap uit het mens-zijn veronderstellen -> dit is een
onophefbaar tekort = elk existentieel alternatief t.a.v. ons bestaan schiet tekort. Dit is het enige
uitgangspunt
De ethische waarde van het existentiële bereik
*Het kan er ons niet om gaan een inschatting te maken vd uiteenlopende wijzen waarop wij veelal
leven in de ontkenning vd receptieve grondtrek van ons bestaan -> zou de volmachten van elke
menselijke machtiging te buiten gaan
*Waar vinden we de maatstaf voor een criterium? En hoe gebeurt de toetsing bij elk individueel
menselijk oordeel? -> geen absolute waarheidsaanspraak. Geboren en sterfelijk zijn betekent dat het