psychometrische eigenschappen
theorie: aan of afwezigheid
sensitiviteit = de fractie terecht positieven onder de geblesseerden, ofwel de fractie van een
groep personen met de onderzochte pathologie die terecht als geblesseerd geclassificeerd
wordt = A/ (A + C)
specificiteit = de fractie negatieven onder de niet-geblesseerden, ofwel de fractie van een
groep personen zonder de onderzochte pathologie die terecht als niet-geblesseerd
geclassificeerd wordt = D/ (D + B)
praktijk: uitgaan van een test
>75% = voldoende
50-75% = twijfelachtig
< 50% = onvoldoende
SnUIT = bij negatieve test met hoge Sensitiviteit dan
grotere kans dat conditie afwezig is
Spln = positieve test met hoge Specificiteit dan grotere
kans dat conditie aanwezig is
toepassing:
- uitsluiten: Lachmann test
- insluiten: Lachmann test, want hoogste LR
Likelihoodratio:
⇒ men gaat uit van de test, aannemelijkheid quotiënt
Pretest probability → likelihood ratio → posttest probability
likelihood ratio van 1 = zelfde percentage voor- en achterafkans
→ hoe dichter bij de 1, hoe minder belangrijk
voor positieve ratio: hoe hoger het getal hoe beter
voor negatieve ratio: hoe lager het getal hoe beter
theorie: aan of afwezigheid
sensitiviteit = de fractie terecht positieven onder de geblesseerden, ofwel de fractie van een
groep personen met de onderzochte pathologie die terecht als geblesseerd geclassificeerd
wordt = A/ (A + C)
specificiteit = de fractie negatieven onder de niet-geblesseerden, ofwel de fractie van een
groep personen zonder de onderzochte pathologie die terecht als niet-geblesseerd
geclassificeerd wordt = D/ (D + B)
praktijk: uitgaan van een test
>75% = voldoende
50-75% = twijfelachtig
< 50% = onvoldoende
SnUIT = bij negatieve test met hoge Sensitiviteit dan
grotere kans dat conditie afwezig is
Spln = positieve test met hoge Specificiteit dan grotere
kans dat conditie aanwezig is
toepassing:
- uitsluiten: Lachmann test
- insluiten: Lachmann test, want hoogste LR
Likelihoodratio:
⇒ men gaat uit van de test, aannemelijkheid quotiënt
Pretest probability → likelihood ratio → posttest probability
likelihood ratio van 1 = zelfde percentage voor- en achterafkans
→ hoe dichter bij de 1, hoe minder belangrijk
voor positieve ratio: hoe hoger het getal hoe beter
voor negatieve ratio: hoe lager het getal hoe beter