H5: oxidatieve fosforylering
Cellulaire energieproductie in spiercellen
continu energie verbruikt → continu nieuwe ATP aanmaken
- oxidatieve fosforylering = grootste bron van ATP vorming
⇒ mitochondriale energieproductie (om activiteit te onderhouden)
Opslag van voedingsstoffen
Tijdelijke opslag voedingsstoffen:
- Glucose opgeslagen als glycogeen (in lever)
- glucose in voedsel → glycogeen wordt
opgeslagen
- Vetten opgeslagen als intramusculaire triacylglycerolen
(spiercel) of als vetweefsel (adipocyten)
Koolhydraatvoorraad:
- Lever
- Bloed en extracellulaire vloeistof
- Spieren
Cellulaire energiebronnen
A. glycolyse
B. vetzuren komen terecht in oxidatieve fosforylering
, Mitochondriale energieproductie
mitochondriën: basis voor oxidatieve
fosforylering
→ energie produceren door
eindafbraak van koolhydraten en
vetzuren (en aminozuren)
Structuur van mitochondria
Mitochondria: de buitenste membraan
⇒ makkelijk doorlaatbaar
Mitochondria: de binnenste membraan
cristae = inkepingen in binnenste membraan ( groter oppervlakte → meer
energie op kleine ruimte)
⇒ moeilijker doorlaatbaar
Mitochondria: de intermembranaire ruimte
Cellulaire energieproductie in spiercellen
continu energie verbruikt → continu nieuwe ATP aanmaken
- oxidatieve fosforylering = grootste bron van ATP vorming
⇒ mitochondriale energieproductie (om activiteit te onderhouden)
Opslag van voedingsstoffen
Tijdelijke opslag voedingsstoffen:
- Glucose opgeslagen als glycogeen (in lever)
- glucose in voedsel → glycogeen wordt
opgeslagen
- Vetten opgeslagen als intramusculaire triacylglycerolen
(spiercel) of als vetweefsel (adipocyten)
Koolhydraatvoorraad:
- Lever
- Bloed en extracellulaire vloeistof
- Spieren
Cellulaire energiebronnen
A. glycolyse
B. vetzuren komen terecht in oxidatieve fosforylering
, Mitochondriale energieproductie
mitochondriën: basis voor oxidatieve
fosforylering
→ energie produceren door
eindafbraak van koolhydraten en
vetzuren (en aminozuren)
Structuur van mitochondria
Mitochondria: de buitenste membraan
⇒ makkelijk doorlaatbaar
Mitochondria: de binnenste membraan
cristae = inkepingen in binnenste membraan ( groter oppervlakte → meer
energie op kleine ruimte)
⇒ moeilijker doorlaatbaar
Mitochondria: de intermembranaire ruimte