Gezondheids- en
ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling in gezondheid
Juveniele periode : periode van rijping en onvolwassenheid
- Zeer lang in vergelijking met de dieren
- CZS veel tijd waardoor complexe vaardigheden verankerd kunnen worden
- Meer aangeleerd gedrag dan instinctmatig gedrag
- Scholingsperiode bijkomend verleng tot 21/23 jaar einde rijping frontale kwab
Raadgevingen aan jonge moeders
- Vroeger helemaal anders doordat ze in andere context leven
- Nu hebben ouders ‘in principe’ veel meer tijd om zich bezig te houden met de opvoeding
en ontwikkeling van hun kind
Ontwikkelingen door toevallige maatschappelijke evoluties
- Internet als informatiebron
- Time-lag : controle op historische invloeden
- Historische-maatschappelijke invloeden evolutie tussen verschillende cohorten
- In 2011 gezegd dat gamen gekoppeld is aan agressief gedrag, nu niet meer
Leeftijd
- Conceptieleeftijd : bv. 2 maanden te vroeg geboren, dan eigenlijk 7 maanden oud ipv 9
- Kalenderleeftijd : 12 maanden
- Gecorrigeerde kalenderleeftijd : bv. 2 maanden te vroeg geboren, dan 10 maanden
De vroege cognitieve ontwikkeling
- Ontwikkelingstheorie van Jean Piaget
Assimilatie en accommodatie
- Verloopt in een volgorde van opeenvolgende geïntegreerde ontwikkelingsstadia
o Schema’s in sensorimotorische periode
o Concreet-operationele structuren
- Gegeneraliseerde assimilatie : verbreedt het schema door uitbreiding van het
toepassingsgebied
- Differentiërende assimilatie : globaal schema verfijnen in verschillende schema’s
- Functionele/reproductieve assimilatie : herhaalde toepassing van nieuw rijpende
schema’s
o 1x een dun voorwerp oppakken, hierna hele tijd herhalen
- Reciproke assimilatie : meerdere cognitieve sensorimotorische schema’s versterken
elkaar
Cognitieve herstructurering
, - Mentale structuren vertonen een vorm van organisatie
- Door herorganisatie verschillende kwalitatieve veranderingen meemaken
- Vorm van evenwicht bereiken gedurende adolescentie (einde van de formeel-
operationele periode = 15/16 jaar)
- Nieuwe fase start in onevenwicht en eindigt in evenwichtsstand
Van egocentrisme naar symbolische representatie
- A-dualisme : geen splitsing tussen kind (subject) en buitenwereld (object)
- 2de helft 1ste levensjaar : besef dat objecten permanent bestaan ook al zie je ze niet
o Kiekeboe- en wegstopspelletjes
- Einde 2de levensjaar : peuter begint na te denken over een probleem en ontwikkelt
oplossingen op mentaal niveau ipv op een direct handelend niveau
- Kind vormt na observeren van een model een geestelijke voorstelling
- Representatie vermogen geheugen en objectpermanentie
- Abstract symbolisch bv. als bal onder zetel rolt, dan voorstellen waar bal terug onder
de zetel vandaan gaat komen
- Symbolisch voorstellingsvermogen : doe-alsof- en fantasiespel
De Zone van de Naaste Ontwikkeling
- Invloed van de omgeving op individuele ontwikkeling
- Ontwikkeling onder begeleiding en sturing
- Door demonstraties en instructies het onderwijs
- Verbale begeleiding in 2 de levensjaar : ontwikkeling verbale competenties + oplossen
non-verbale taken
Cognitieve ontwikkeling in schoolleeftijd
De pre-operationele periode (2 tot max. 7 jaar)
- Conservatienotie : begrijpen dat hoeveelheid van iets ongewijzigd blijft wanneer met iets
aan de vorm verandert
o Lukt nog niet bij kleuters
o Kind laat zich nog te veel leiden door misleidende waarneming
o Kind is vatbaar voor suggestie
o Uit experimenten houden kinderen alleen rekening met hoogte van het glas
- Kind van 4 : niet in staat om denkoperatie in omgekeerde zin uit te voeren
- Mist identiteitsargument : er is geen water bijgekomen (negatie optelling) en er is geen
water weggenomen (negatie aftrekking), dus er is evenveel als daarnet
- Denken wordt niet gesteund door logisch stabiel systeem
- Perceptie wordt geleid door momentane ervaringen
- 2 periodes :
o Stadium van preconcepten (2 tot 4 jaar)
Bv. vuur en zon zijn hetzelfde, want allebei warm krijgen en geel
gegeneraliseerde assimilatie
o Stadium van intuïtief denken (4 tot 7 jaar)
- Intuïtief transductief redeneren : toepassen of verplaatsen van kennisaspecten naar
minder toepasselijke contexten of het leggen van verbanden tussen zaken en acties waar
het niet kan
, - Onvoldoende onderscheid tussen eigen wensen/dromen en de
realiteit
- Realisme : psychische inhouden zien als concrete
werkelijkheden
- Animisme : voorwerpen en uitwendige fenomenen ervaren als
biologisch-psychische entiteiten
- artificialisme : natuurlijke fenomenen beschouwen als product
van de menselijke creatie voor specifieke menselijke doeleinden
- magisch denken : denken dat je een gebeurtenis kan
beïnvloeden
- realistische denken leidt tot allerlei fantasieën en angsten
- kleuter heeft het moeilijk om zich in iemands rol in te leven
- driebergenexperiment egocentrische instelling kinderen aantonen
De concreet-operationele periode (6/7 tot max. 12 jaar)
- cognitieve acties zijn geïntegreerd in georganiseerde systemen met structurele
kenmerken
o de ene actie kan de andere opheffen (negatie of inversie)
o de ene actie kan de andere compenseren
o de 2 acties kunnen gecombineerd worden tot een derde
- klassen- en relatielogica : ervaren realiteit op een objectieve manier kunnen ordenen en
organiseren groupments/modellen die bewerkingen van optelling, aftrekking,…
voorstellen/…
o conservatienotie : na vormverandering blijven kwantitatieve (vl, lengte,..)
aspecten gelijk
maar ook afwezigheid van conservaties : kind van 7 bezit
conservatienotie van lengte, maar pas als hij 10 jaar is die van gewicht
o onderzoek van seriatie en classificatie
seriatie : voorwerpen in volgorde plaatsen
classificeren : groeperen volgens categorieën of overeenkomende
eigenschappen
meestal figuratieve verzamelingen (bv. dingen samen leggen zodat een
huisje wordt gevormd ipv op geometrische eigenschappen) vanaf 5
jaar
- kunnen alleen met subklassen of overkoepelende klassen werken (niet tegelijk)
- vanaf 7 jaar niveau van echte classificatie waarbij reversibiliteit vlot wordt toegepast
De formeel-operationele periode (12 tot 15 jaar en ouder)
- problemen benaderen door hypothetisch te denken wetenschappelijk hypothetisch-
deductief denken
o isolerende variatie : 1 factor laten variëren, terwijl de andere constant blijft
verklaring van samenhang zoeken
o formele denken is een combinatorisch denken
- oordeelslogica : geldigheid van afgeleide uitspraken worden nagegaan op louter formele
info vaak redeneerfouten (appels hebben pitten, peren ook dus appels = peren)
o ook denken op het verbale vlak
- opbouw van een persoonlijke waardenschaal
ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling in gezondheid
Juveniele periode : periode van rijping en onvolwassenheid
- Zeer lang in vergelijking met de dieren
- CZS veel tijd waardoor complexe vaardigheden verankerd kunnen worden
- Meer aangeleerd gedrag dan instinctmatig gedrag
- Scholingsperiode bijkomend verleng tot 21/23 jaar einde rijping frontale kwab
Raadgevingen aan jonge moeders
- Vroeger helemaal anders doordat ze in andere context leven
- Nu hebben ouders ‘in principe’ veel meer tijd om zich bezig te houden met de opvoeding
en ontwikkeling van hun kind
Ontwikkelingen door toevallige maatschappelijke evoluties
- Internet als informatiebron
- Time-lag : controle op historische invloeden
- Historische-maatschappelijke invloeden evolutie tussen verschillende cohorten
- In 2011 gezegd dat gamen gekoppeld is aan agressief gedrag, nu niet meer
Leeftijd
- Conceptieleeftijd : bv. 2 maanden te vroeg geboren, dan eigenlijk 7 maanden oud ipv 9
- Kalenderleeftijd : 12 maanden
- Gecorrigeerde kalenderleeftijd : bv. 2 maanden te vroeg geboren, dan 10 maanden
De vroege cognitieve ontwikkeling
- Ontwikkelingstheorie van Jean Piaget
Assimilatie en accommodatie
- Verloopt in een volgorde van opeenvolgende geïntegreerde ontwikkelingsstadia
o Schema’s in sensorimotorische periode
o Concreet-operationele structuren
- Gegeneraliseerde assimilatie : verbreedt het schema door uitbreiding van het
toepassingsgebied
- Differentiërende assimilatie : globaal schema verfijnen in verschillende schema’s
- Functionele/reproductieve assimilatie : herhaalde toepassing van nieuw rijpende
schema’s
o 1x een dun voorwerp oppakken, hierna hele tijd herhalen
- Reciproke assimilatie : meerdere cognitieve sensorimotorische schema’s versterken
elkaar
Cognitieve herstructurering
, - Mentale structuren vertonen een vorm van organisatie
- Door herorganisatie verschillende kwalitatieve veranderingen meemaken
- Vorm van evenwicht bereiken gedurende adolescentie (einde van de formeel-
operationele periode = 15/16 jaar)
- Nieuwe fase start in onevenwicht en eindigt in evenwichtsstand
Van egocentrisme naar symbolische representatie
- A-dualisme : geen splitsing tussen kind (subject) en buitenwereld (object)
- 2de helft 1ste levensjaar : besef dat objecten permanent bestaan ook al zie je ze niet
o Kiekeboe- en wegstopspelletjes
- Einde 2de levensjaar : peuter begint na te denken over een probleem en ontwikkelt
oplossingen op mentaal niveau ipv op een direct handelend niveau
- Kind vormt na observeren van een model een geestelijke voorstelling
- Representatie vermogen geheugen en objectpermanentie
- Abstract symbolisch bv. als bal onder zetel rolt, dan voorstellen waar bal terug onder
de zetel vandaan gaat komen
- Symbolisch voorstellingsvermogen : doe-alsof- en fantasiespel
De Zone van de Naaste Ontwikkeling
- Invloed van de omgeving op individuele ontwikkeling
- Ontwikkeling onder begeleiding en sturing
- Door demonstraties en instructies het onderwijs
- Verbale begeleiding in 2 de levensjaar : ontwikkeling verbale competenties + oplossen
non-verbale taken
Cognitieve ontwikkeling in schoolleeftijd
De pre-operationele periode (2 tot max. 7 jaar)
- Conservatienotie : begrijpen dat hoeveelheid van iets ongewijzigd blijft wanneer met iets
aan de vorm verandert
o Lukt nog niet bij kleuters
o Kind laat zich nog te veel leiden door misleidende waarneming
o Kind is vatbaar voor suggestie
o Uit experimenten houden kinderen alleen rekening met hoogte van het glas
- Kind van 4 : niet in staat om denkoperatie in omgekeerde zin uit te voeren
- Mist identiteitsargument : er is geen water bijgekomen (negatie optelling) en er is geen
water weggenomen (negatie aftrekking), dus er is evenveel als daarnet
- Denken wordt niet gesteund door logisch stabiel systeem
- Perceptie wordt geleid door momentane ervaringen
- 2 periodes :
o Stadium van preconcepten (2 tot 4 jaar)
Bv. vuur en zon zijn hetzelfde, want allebei warm krijgen en geel
gegeneraliseerde assimilatie
o Stadium van intuïtief denken (4 tot 7 jaar)
- Intuïtief transductief redeneren : toepassen of verplaatsen van kennisaspecten naar
minder toepasselijke contexten of het leggen van verbanden tussen zaken en acties waar
het niet kan
, - Onvoldoende onderscheid tussen eigen wensen/dromen en de
realiteit
- Realisme : psychische inhouden zien als concrete
werkelijkheden
- Animisme : voorwerpen en uitwendige fenomenen ervaren als
biologisch-psychische entiteiten
- artificialisme : natuurlijke fenomenen beschouwen als product
van de menselijke creatie voor specifieke menselijke doeleinden
- magisch denken : denken dat je een gebeurtenis kan
beïnvloeden
- realistische denken leidt tot allerlei fantasieën en angsten
- kleuter heeft het moeilijk om zich in iemands rol in te leven
- driebergenexperiment egocentrische instelling kinderen aantonen
De concreet-operationele periode (6/7 tot max. 12 jaar)
- cognitieve acties zijn geïntegreerd in georganiseerde systemen met structurele
kenmerken
o de ene actie kan de andere opheffen (negatie of inversie)
o de ene actie kan de andere compenseren
o de 2 acties kunnen gecombineerd worden tot een derde
- klassen- en relatielogica : ervaren realiteit op een objectieve manier kunnen ordenen en
organiseren groupments/modellen die bewerkingen van optelling, aftrekking,…
voorstellen/…
o conservatienotie : na vormverandering blijven kwantitatieve (vl, lengte,..)
aspecten gelijk
maar ook afwezigheid van conservaties : kind van 7 bezit
conservatienotie van lengte, maar pas als hij 10 jaar is die van gewicht
o onderzoek van seriatie en classificatie
seriatie : voorwerpen in volgorde plaatsen
classificeren : groeperen volgens categorieën of overeenkomende
eigenschappen
meestal figuratieve verzamelingen (bv. dingen samen leggen zodat een
huisje wordt gevormd ipv op geometrische eigenschappen) vanaf 5
jaar
- kunnen alleen met subklassen of overkoepelende klassen werken (niet tegelijk)
- vanaf 7 jaar niveau van echte classificatie waarbij reversibiliteit vlot wordt toegepast
De formeel-operationele periode (12 tot 15 jaar en ouder)
- problemen benaderen door hypothetisch te denken wetenschappelijk hypothetisch-
deductief denken
o isolerende variatie : 1 factor laten variëren, terwijl de andere constant blijft
verklaring van samenhang zoeken
o formele denken is een combinatorisch denken
- oordeelslogica : geldigheid van afgeleide uitspraken worden nagegaan op louter formele
info vaak redeneerfouten (appels hebben pitten, peren ook dus appels = peren)
o ook denken op het verbale vlak
- opbouw van een persoonlijke waardenschaal