Diversiteit & inclusie: belangrijke termen
introductie
Deel 1: Overzicht, basisbegrippen & kader
Diversiteit = Verscheidenheid. Gaat zowel over innerlijke als uiterlijke kenmerken en is
prominent aanwezig.
Polarisatie = Proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen sterker worden
Inclusie = Insluiting i/d samenleving van achtergestelde groepen obv gelijkwaardige rechten en
plichten.
Vier manieren om tot inclusie te komen
o Exclusief: Bepaalde individuen of groepen worden (in)direct uitgesloten van bepaalde
zaken zoals bv tewerkstelling
o Segregatie: Er wordt wel toegang gegeven, maar los georganiseerd v/d andere groepen
(bv. AKABE)
o Integratie: Tegemoet komen aan noden bepaalde groepen, maar idee dat zij zich moeten
aanpassen blijft. (mensen met bep.)
o Inclusie: Voor iedereen openstaan, zowel fysiek als emotioneel toegang geven. Cultuur
van
Equality = Gelijkwaardigheid. Iedereen krijgt dezelfde mogelijkheden.
Equity = Rechtvaardigheid. Erkennen dat elk individu andere mogelijkheden/omstandigheden
heeft. Andere zaken toekennen om tot dezelfde uitkomst te komen.
Educatieve settings = Een overkoepelende term voor vorming, onderwijs en opvoeding binnen
een schoolse omgeving (formele educatie) of daarbuiten (non-formeel en informeel).
Deel 2: Diversiteit & inclusie op verschillende niveaus
MICRO
Sense of belonging: mate waarin lerenden zich persoonlijk gerespecteerd, geaccepteerd,
ondersteund en toegelaten voelen door anderen in de sociale omgeving (bv. De
school/klas/opleiding).
Minderhedenstress: de stressvolle sociale omgeving dat is gecreeërd door stigma, vooroordelen,
discriminatie en dat personen die deel zijn van gestigmatiseerde minderheidsgroepen
ondervinden (= stigma related distress).
Experienced degree of stigma consciousness = de graad waarin gestigmatiseerde groepen
verwachten om door anderen als stereotiep te worden gezien
Differentiëren
= a sequence of common sense decisions made by teachers with a student-first orientation
= a teacher’s proactive response to learners needs shaped by a (growth) mindset
= het proactief omgaan met verschillen tussen studenten met het oog op het grootst mogelijke
leerrendement voor elke student
Didactische bouwstenen
1. een veelzijdige & gevarieerde aanpak; 4. samenwerkend leren;
2. breed observeren; 5. heterogene groepsvorming;
introductie
Deel 1: Overzicht, basisbegrippen & kader
Diversiteit = Verscheidenheid. Gaat zowel over innerlijke als uiterlijke kenmerken en is
prominent aanwezig.
Polarisatie = Proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen sterker worden
Inclusie = Insluiting i/d samenleving van achtergestelde groepen obv gelijkwaardige rechten en
plichten.
Vier manieren om tot inclusie te komen
o Exclusief: Bepaalde individuen of groepen worden (in)direct uitgesloten van bepaalde
zaken zoals bv tewerkstelling
o Segregatie: Er wordt wel toegang gegeven, maar los georganiseerd v/d andere groepen
(bv. AKABE)
o Integratie: Tegemoet komen aan noden bepaalde groepen, maar idee dat zij zich moeten
aanpassen blijft. (mensen met bep.)
o Inclusie: Voor iedereen openstaan, zowel fysiek als emotioneel toegang geven. Cultuur
van
Equality = Gelijkwaardigheid. Iedereen krijgt dezelfde mogelijkheden.
Equity = Rechtvaardigheid. Erkennen dat elk individu andere mogelijkheden/omstandigheden
heeft. Andere zaken toekennen om tot dezelfde uitkomst te komen.
Educatieve settings = Een overkoepelende term voor vorming, onderwijs en opvoeding binnen
een schoolse omgeving (formele educatie) of daarbuiten (non-formeel en informeel).
Deel 2: Diversiteit & inclusie op verschillende niveaus
MICRO
Sense of belonging: mate waarin lerenden zich persoonlijk gerespecteerd, geaccepteerd,
ondersteund en toegelaten voelen door anderen in de sociale omgeving (bv. De
school/klas/opleiding).
Minderhedenstress: de stressvolle sociale omgeving dat is gecreeërd door stigma, vooroordelen,
discriminatie en dat personen die deel zijn van gestigmatiseerde minderheidsgroepen
ondervinden (= stigma related distress).
Experienced degree of stigma consciousness = de graad waarin gestigmatiseerde groepen
verwachten om door anderen als stereotiep te worden gezien
Differentiëren
= a sequence of common sense decisions made by teachers with a student-first orientation
= a teacher’s proactive response to learners needs shaped by a (growth) mindset
= het proactief omgaan met verschillen tussen studenten met het oog op het grootst mogelijke
leerrendement voor elke student
Didactische bouwstenen
1. een veelzijdige & gevarieerde aanpak; 4. samenwerkend leren;
2. breed observeren; 5. heterogene groepsvorming;