7.2.2 Risico op HIV- infectie verminderen
iets meer succes (vooral dankzij rolmodellen)
7.2.3 Gezondheidsbevordering op het werk
- screenen op risicofactoren voor ziekte
- gezondheidsvoorlichting bieden
- gezonde keuzes bieden
- bonussen voor gedragsverandering (beste)
- sociale ondersteuning beïnvloeden om gedragsverandering te faciliteren
7.2.4 Werken met Peers
- voorlichting door groepsgenoten
- via lesgeven aan hele klas
- groepsgenoten zijn geloofwaardige infobron
- gelegenheid om betrokkenen mondiger te maken
- voorlichters zijn positieve rolmodellen, invloedrijk,...
HOOFDSTUK 15: Pijn
pijngedrag
- functioneel (onplezierig) → waarschuwen / signaal ziekte
- destructief (problematisch) → chronisch / beschadiging (fantoom)
pijnbeleving
15.1.1 typen pijn
pijngewaarwording
- acute pijn (<3-6 mnd)
● eenmalig (tandpijn) noticeptie
● recidiverend (hoofdpijn die telkens terugkomt)
- chronische pijn (>3-6mnd), met of zonder duidelijke oorzaak
● progressief (heviger)
● goedaardig (bv pijn in de onderrug)
aard van de pijn:
- type pijn (bv stekend, scheuten,...)
- hevigheid (licht-zwaar)
- patroon (voortdurend, kort,...)
15.1.2 prevalentie van pijn (wereldwijd ⅕)
reden artsbezoek:
- 40%: 1e lijnsgezondheidszorg
- 21%: > 6 mnd pijn
- 80%: beperkt lichamelijk functioneren
kosten (direct en indirect)
- lichamelijk
- psychologisch
- economisch
, 15.1.3 Leven met pijn
effect op patiënt en omgeving
- lichamelijke / sociale activiteiten
- financiële situatie
- depressie (pijn en depressie hebben een wederkerige werking)
voordelen:
- primaire (intrapersoonlijke) winst → niet naar school moeten, geen taakjes doen thuis
- secundaire (interpersoonlijke) winst → medelijden krijgen, verzorging
- tertiaire winst → partner voelt zich nuttig en belangrijk
MAAR: daling in activiteit zorgt voor een daling in de spiermassa en dit zorgt ook weer voor pijn
problemen door beloningssysteem:
- dramatisering
- niet meer gebruikten lichaamsdeel, inactiviteit
- middelenmisbruik
- afhankelijkheid van anderen
- invaliditeit
15.1.4 Biologische modellen voor pijn
doorheen geschiedenis diverse opvattingen
- specificiteitstheorie: pijnreceptoren sturen info naar pijncentrum in hersenen, dat leidt tot sensorische
ervaring van pijn
- 3 type zenuwen (aanraking, warmte en pijn)
- patroontheorie (drempel overschrijden voor pijnprikkel)
gemeenschappelijke basisprincipe
pijngewaarwording = directe representatie van mate van lichamelijke beschadiging / gewaarwording
spreekt tegen
- pijn in afwezigheid van pijnreceptoren (Fantoompijn)
● 70% van de patiënten
● > 50% langer last van
● meer na amputatie been dan arm
● behandeling: mirror visuele feedback
- ‘pijnreceptoren’ die geen pijn registreren (CUIP: congenital universal insensitivity to pain)
● ongevoeligheid voor pijn
● reageren niet op waarschuwingssignalen
● zenuwbanen voor pijn zijn intact
→ kortere levensverwachting want ze voelen niets van pijn
- invloed psychologische factoren op beleving pijn
● stemming: wederzijdse invloed, interactie pijn
● aandacht: concentratie op pijn (pijn stijgt)
● cognities: gedachten over aard en gevolgen van pijn (4)
○ causale attributie (oorzaak,...)
○ pijn verdragen (mensen denken er tegen te kunnen)
○ pijn beheersen (voelen effectief minder pijn)
○ verwachting over pijnstillingen (placebo-effect)
● sociale context
iets meer succes (vooral dankzij rolmodellen)
7.2.3 Gezondheidsbevordering op het werk
- screenen op risicofactoren voor ziekte
- gezondheidsvoorlichting bieden
- gezonde keuzes bieden
- bonussen voor gedragsverandering (beste)
- sociale ondersteuning beïnvloeden om gedragsverandering te faciliteren
7.2.4 Werken met Peers
- voorlichting door groepsgenoten
- via lesgeven aan hele klas
- groepsgenoten zijn geloofwaardige infobron
- gelegenheid om betrokkenen mondiger te maken
- voorlichters zijn positieve rolmodellen, invloedrijk,...
HOOFDSTUK 15: Pijn
pijngedrag
- functioneel (onplezierig) → waarschuwen / signaal ziekte
- destructief (problematisch) → chronisch / beschadiging (fantoom)
pijnbeleving
15.1.1 typen pijn
pijngewaarwording
- acute pijn (<3-6 mnd)
● eenmalig (tandpijn) noticeptie
● recidiverend (hoofdpijn die telkens terugkomt)
- chronische pijn (>3-6mnd), met of zonder duidelijke oorzaak
● progressief (heviger)
● goedaardig (bv pijn in de onderrug)
aard van de pijn:
- type pijn (bv stekend, scheuten,...)
- hevigheid (licht-zwaar)
- patroon (voortdurend, kort,...)
15.1.2 prevalentie van pijn (wereldwijd ⅕)
reden artsbezoek:
- 40%: 1e lijnsgezondheidszorg
- 21%: > 6 mnd pijn
- 80%: beperkt lichamelijk functioneren
kosten (direct en indirect)
- lichamelijk
- psychologisch
- economisch
, 15.1.3 Leven met pijn
effect op patiënt en omgeving
- lichamelijke / sociale activiteiten
- financiële situatie
- depressie (pijn en depressie hebben een wederkerige werking)
voordelen:
- primaire (intrapersoonlijke) winst → niet naar school moeten, geen taakjes doen thuis
- secundaire (interpersoonlijke) winst → medelijden krijgen, verzorging
- tertiaire winst → partner voelt zich nuttig en belangrijk
MAAR: daling in activiteit zorgt voor een daling in de spiermassa en dit zorgt ook weer voor pijn
problemen door beloningssysteem:
- dramatisering
- niet meer gebruikten lichaamsdeel, inactiviteit
- middelenmisbruik
- afhankelijkheid van anderen
- invaliditeit
15.1.4 Biologische modellen voor pijn
doorheen geschiedenis diverse opvattingen
- specificiteitstheorie: pijnreceptoren sturen info naar pijncentrum in hersenen, dat leidt tot sensorische
ervaring van pijn
- 3 type zenuwen (aanraking, warmte en pijn)
- patroontheorie (drempel overschrijden voor pijnprikkel)
gemeenschappelijke basisprincipe
pijngewaarwording = directe representatie van mate van lichamelijke beschadiging / gewaarwording
spreekt tegen
- pijn in afwezigheid van pijnreceptoren (Fantoompijn)
● 70% van de patiënten
● > 50% langer last van
● meer na amputatie been dan arm
● behandeling: mirror visuele feedback
- ‘pijnreceptoren’ die geen pijn registreren (CUIP: congenital universal insensitivity to pain)
● ongevoeligheid voor pijn
● reageren niet op waarschuwingssignalen
● zenuwbanen voor pijn zijn intact
→ kortere levensverwachting want ze voelen niets van pijn
- invloed psychologische factoren op beleving pijn
● stemming: wederzijdse invloed, interactie pijn
● aandacht: concentratie op pijn (pijn stijgt)
● cognities: gedachten over aard en gevolgen van pijn (4)
○ causale attributie (oorzaak,...)
○ pijn verdragen (mensen denken er tegen te kunnen)
○ pijn beheersen (voelen effectief minder pijn)
○ verwachting over pijnstillingen (placebo-effect)
● sociale context