2. hij gelooft dat hij door gedragsverandering zijn risico kan verkleinen + vindt dat het de moeite is
3. interne cue: hij is kortademig + benauwd, externe cue: overleden buur
→ gedrag: gewoonten aanpassen en voorkomen dat hij sterft
5.4.1 Modellen voor gefaseerde gedragsverandering
TTM (transtheoretisch model) of SOCM
in stand
terugval handelen
houden
voorbereidin
contemplatieg
pre-
contemplatie
precontemplatie: je denkt niet aan stoppen
contemplatie: je overweegt het
voorbereiding: je plant het stoppen
handelen: je stopt
in stand houden: je bent bv al een jaar gestopt
HOOFDSTUK 6: gedragsverandering: mechanismen en methoden
6.1.1 Ontwikkelen van interventies voor volksgezondheid
procede-proceed model (uiteenlopende psychosoc. variabelen vaststellen die doel van interventie kunnen zijn)
- predisponerende factoren (bv attitudes)
- faciliterende factoren (bv beschikbare hulpbronnen)
- versterkende factoren (bv sociale steun)
neemt ook politieke, sociale en omgevingsinvloeden in aanmerking die de gedragsverandering kunnen
faciliteren. Implementatie in 5 fasen
1. sociale diagnose
2. diagnose op basis van epidemiologie, gedrag en omgeving
3. onderwijskundige en ecologische diagnose
4. overheids- en beleidsdiagnose
5. programma-implementatie (proces, effect en uitkomst)
6.2 MOTIVEREN VAN VERANDERING (1)
6.2.1 Informatieverstrekking = op zich niet voldoende, je moet kaderen
belangrijkste boodschappen van invloed op:
- resultaatverwachting (bv rokers stoppen, dan leeft je 10 jaar langer)
- persoonlijke relevantie (bv kans aandoeningen verlagen)
- positieve attitude (bv betere conditie)
- zelfeffectiviteit (bv al eens gestopt, elke keer gaat het beter)
- descriptieve normen (bv partner is tegen roken
- positieve en morele normen (bv roken niet meer zo cool als vroeger)
6.2.2 Elaboration likelihood model
centrale route bij motivatie argument te ontvangen (voorspellend voor gedragsverandering)
3. interne cue: hij is kortademig + benauwd, externe cue: overleden buur
→ gedrag: gewoonten aanpassen en voorkomen dat hij sterft
5.4.1 Modellen voor gefaseerde gedragsverandering
TTM (transtheoretisch model) of SOCM
in stand
terugval handelen
houden
voorbereidin
contemplatieg
pre-
contemplatie
precontemplatie: je denkt niet aan stoppen
contemplatie: je overweegt het
voorbereiding: je plant het stoppen
handelen: je stopt
in stand houden: je bent bv al een jaar gestopt
HOOFDSTUK 6: gedragsverandering: mechanismen en methoden
6.1.1 Ontwikkelen van interventies voor volksgezondheid
procede-proceed model (uiteenlopende psychosoc. variabelen vaststellen die doel van interventie kunnen zijn)
- predisponerende factoren (bv attitudes)
- faciliterende factoren (bv beschikbare hulpbronnen)
- versterkende factoren (bv sociale steun)
neemt ook politieke, sociale en omgevingsinvloeden in aanmerking die de gedragsverandering kunnen
faciliteren. Implementatie in 5 fasen
1. sociale diagnose
2. diagnose op basis van epidemiologie, gedrag en omgeving
3. onderwijskundige en ecologische diagnose
4. overheids- en beleidsdiagnose
5. programma-implementatie (proces, effect en uitkomst)
6.2 MOTIVEREN VAN VERANDERING (1)
6.2.1 Informatieverstrekking = op zich niet voldoende, je moet kaderen
belangrijkste boodschappen van invloed op:
- resultaatverwachting (bv rokers stoppen, dan leeft je 10 jaar langer)
- persoonlijke relevantie (bv kans aandoeningen verlagen)
- positieve attitude (bv betere conditie)
- zelfeffectiviteit (bv al eens gestopt, elke keer gaat het beter)
- descriptieve normen (bv partner is tegen roken
- positieve en morele normen (bv roken niet meer zo cool als vroeger)
6.2.2 Elaboration likelihood model
centrale route bij motivatie argument te ontvangen (voorspellend voor gedragsverandering)