Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages
Other

Sociale psychologie: thema 4 tot en met 9 plus uitgewerkte opdrachten

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages

In dit document vind je thema 1 tot en met 3. Hierin staat theorie, causstiek en uitgewerkte opdrachten

Content preview

Thema 4: intragroepsprocessen
Opdracht 4.1: kennis

1. Stel dat drie studenten samenwerken aan een opdracht voor een tentamen. Ze kunnen
samen één groepspunt krijgen voor de opdracht en zijn dus onderling afhankelijk van elkaar
om te slagen voor het tentamen.
Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen.
1. Er is sprake van een groep vanwege interdependentie.
2. Er is sprake van een hoge mate van groepscohesie omdat de
groepsleden samenwerken aan een belangrijke opdracht.

Een aantal mensen bij elkaar vormt niet altijd een groep. Om van een groep te kunnen
spreken is het belangrijk dat deze mensen met elkaar interacteren en onderling
afhankelijk van elkaar zijn in die zin dat hun behoeften en doelstellingen elkaar
beïnvloeden. Die onderlinge afhankelijkheid wordt interdependentie genoemd. De
eerste stelling klopt dus.

Er is niet noodzakelijk sprake van groespcohesie. Mogelijk zijn er conflicten tussen de
studenten en hebben ze geen wederzijdse sympathie voor elkaar. Er is dan geen sprake
van een hechte groep.

2. Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van toeschouwers de prestaties bij het uitvoeren
van een taak kan beïnvloeden. Bespreek dit verband met aandacht voor twee moderatoren:
(1) of individuele inspanningen al dan niet kunnen worden beoordeeld, en (2) de moeilijkheid
van de taak.
Zowel arousal als ontspanning kan leiden tot betere prestaties in verschillende taken,
afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de taak. Arousal leidt tot betere prestaties
bij eenvoudige taken terwijl ontspanning leidt tot betere prestaties bij complexe
taken. Het effect van de aanwezigheid van anderen op arousal en ontspanning wordt
weergegeven in de onderstaande figuur. De bovenste lijn in de figuur (zie p. 293 van
het tekstboek) geeft het sociale facilitatie-effect weer. De onderste lijn geeft het
social loafing-effect weer.

3. Welke verklaring geeft Robert Zajonc (1965) voor het verschijnsel sociale facilitatie?
Zajonc beargumenteert dat de aanwezigheid van anderen
fysiologische arousal (opwinding) opwekt. Deze arousal kan twee verschillende en
zelfs omgekeerde effecten hebben, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de
taak: (1) arousal maakt het makkelijker om eenvoudige, goed aangeleerde taken uit
te voeren zoals bijvoorbeeld fietsen, of (2) arousal maakt het moeilijker om complexe
taken uit te voeren zoals een wiskundig probleem oplossen.

Opdracht 4.2: kennis

1. Leg uit waarom je op basis van een stereotype zou kunnen verwachten dat vrouwelijke
leiders minder creativiteit zouden stimuleren in een groep dan mannelijke leiders?
Van vrouwelijke leiders wordt vaak verondersteld dat ze meer gemeenschapsgericht
zijn (met stereotiepe eigenschappen als betrokken, warm, behulpzaam, vriendelijk

, en affectief). Hierdoor zouden vrouwen mogelijk meer aandacht hebben voor
groepscohesie en het groepsdenken meer stimuleren. Als een groep echter heel
hecht wordt, zouden dissidente meningen mogelijk minder kans krijgen om gehoord
te worden, terwijl die juist nodig zijn om te komen tot creatieve oplossingen.

Opdracht 4.3: toepassing

1. Elk voorjaar barst in grote delen van Nederland het carnaval los. Veel feestgangers zijn
verkleed en hierdoor soms nauwelijks herkenbaar.

Stel dat tijdens carnaval een meisje op gruwelijke wijze wordt vermoord door een groep
jongeren. De politie merkt op dat de moord gepaard ging met buitengewone gruwelijkheid
en dat het toegepaste geweld opvallend extreem was. Welke mogelijke
sociaalpsychologische verklaring zou je voor het buitensporige gedrag van de groep kunnen
geven?
Het zou hier kunnen gaan om de-individuatie, een proces waarin de daders zozeer
opgaan in de groep dat een gevoel van anonimiteit ontstaat en
normale remmingen op gedrag worden losgelaten. Dat leidt tot een toename van
impulsief en afwijkend gedrag. Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek van Brian Mullen
(1986), die nieuwsberichten analyseerde over lynchpartijen tussen 1899 en 1946 in
de Verenigde Staten. Hij ontdekte dat uit hoe meer mensen de menigte bestond, hoe
groter de gewelddadigheden en de wreedheden waarmee ze hun slachtoffers
vermoordden. Robert Watson ontdekte in 1973 dat strijders die hun identiteit
verhulden voordat ze ten strijde trokken (bijvoorbeeld door gezichts- en lichaamsverf
te gebruiken) aanzienlijk vaker misdaden als moord of marteling begingen. Ook bij
de fictieve groep jongeren uit de casus kan een gevoel van anonimiteit zijn
ontstaan als zij onherkenbaar waren.

2. Vul de volgende zin aan op basis van je kennis van de leerstof.
De-individuatie zou waarschijnlijk niet leiden tot extreem geweld wanneer...
de groepsnormen in lijn zijn met de normen van de samenleving.
De-individuatie vergroot de kans dat groepsleden gehoorzamen aan de normen van
de groep ook als die niet overeenstemmen met de normen van de maatschappij als
geheel. Als gewelddadig gedrag de groepsnorm is, dan kan de-individuatie ervoor
zorgen dat de groepsleden meer geweld gebruiken. Als de groepsnormen wel in lijn
zijn met de normen van de samenleving, zal de-individuatie waarschijnlijk niet leiden
tot ongewenst gedrag.

, Thema 5: attitudes en attitudeverandering
Opdracht 5.1: kennis

1. Wat is de theorie over gepland gedrag? Maak voor uw antwoord gebruik van onderstaand
model, door de termen die bij de genummerde vakken horen te noteren:

1. attitude over het gedrag
1 2. subjectieve normen
3. ingeschatte controle over het gedrag

2 4 5 4. gedragsintentie

5. gedrag
3



De theorie over gepland gedrag stelt dat gepland, weloverwogen gedrag (5) het beste
voorspeld kan worden door gedragsintenties (4), die op hun beurt weer voorspeld
kunnen worden door de attitude ten opzichte van het specifieke gedrag (1),
subjectieve normen (2) en ingeschatte gedragscontrole (3).

2. Hieronder volgt een tekstje over het elaboration likelihood model. Vul bij elk cijfer het
ontbrekende woord in.
Het elaboration likelihood model (ELM) is een theorie over [1]. In deze theorie staan twee routes van
informatieverwerking centraal; de [2] route, en de [3] route. Het model verklaart de gevolgen van de
genomen route op de mogelijke attitudeverandering.

De [2] route is de informatieverwerkingsroute die mensen nemen als ze [4] zijn en de [5] hebben om
grondig aandacht te besteden aan de informatie. Over het algemeen zijn de attitudes die via deze
route zijn gevormd permanenter en moeilijker te beïnvloeden.

De [3] route is de informatieverwerkingsroute die mensen nemen als ze geen aandacht kunnen of
willen besteden aan de informatie. In dit geval worden mensen overtuigd door [6] in de boodschap,
zoals aantrekkelijkheid van de bron en de vormgeving. Over het algemeen zijn de attitudes die via
deze route zijn gevormd meer [7] en [8] te beïnvloeden.


Het elaboration likelihood model (ELM) is een theorie over attitudeverandering. In
deze theorie staan twee routes van informatieverwerking centraal; de centrale route,
en de perifere route. Het model verklaart de gevolgen van de genomen route op de
mogelijke attitudeverandering.

De centrale route is de informatieverwerkingsroute die mensen nemen als
ze gemotiveerd zijn en de mogelijkheid hebben om grondig aandacht te besteden
aan de informatie. Over het algemeen zijn de attitudes die via deze route zijn
gevormd permanenter en moeilijker te beïnvloeden.

Connected book
 image
Elliot Aronson, Timothy D. Wilson Sociale psychologie
Publisher: april 2017 ISBN: 9789043035361 Edition: 9

Document information

Study
Uploaded on
October 31, 2022
Number of pages
24
Written in
2013/2014
Type
Other
Person
Unknown
$7.61

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
marlotlagendijk
5.0
(2)
Sold
31
Followers
23
Items
9
Last sold
4 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions