Lage rugpijn
Naam Simone Koopmans
Lage rugpijn
Algemeen
Aspecifieke lage rugpijn wordt gedefinieerd als rugpijn die zich bevindt tussen de onderste ribben en de
bilplooi (eventueel met uitstraling in de bil en het been), waarvoor geen aanwijsbare specifieke oorzaak voor
de klachten te vinden is. Dit is het geval bij bijna alle patiënten met lage rugpijn. De lage rugpijn kan
verergeren door bepaalde houdingen, bewegingen en het tillen of verplaatsen van lasten. De lage rugpijn kan
continu aanwezig zijn of in episoden optreden.
Specifieke lage rugpijn wordt onderscheiden in:
• Het lumbosacraal radiculair syndroom: een vorm van specifieke lage rugpijn met radiculaire pijn in
één been, die al dan niet gepaard gaat met neurologische uitvalsverschijnselen.
• Rugpijn als gevolg van een ernstige onderliggende specifieke aandoening, zoals: (osteoporotische)
wervelfracturen, maligniteiten, spondylitis ankylopoetica, ernstige vormen van kanaalstenose of
ernstige vormen van spondylolisthesis.
Het screeningsproces
Rode vlaggen • Begin van de lage rugpijn na het vijftigste levensjaar, continue pijn onafhankelijk van
houding of beweging, nachtelijke pijn, algehele malaise, een maligniteit in de
voorgeschiedenis, onverklaard gewichtsverlies of een verhoogde
bloedbezinkingssnelheid (maligniteiten).
• Recente fractuur (minder dan twee jaar geleden), een eerdere wervelfractuur,
leeftijd boven de 60 jaar, een laag lichaamsgewicht (minder dan 60 kilogram), ouder
met een heupfractuur, een langdurig gebruik van corticosteroïden, lokale asdrukpijn
van de wervelkolom, een opvallende lengtevermindering of een versterkte thoracale
kyfose (osteoporotische wervelfractuur).
• Begin van de lage rugpijn voor het twintigste levensjaar, man, iridocyclitis,
onverklaarde perifere artritis of inflammatoire darmaandoening in de
voorgeschiedenis, vooral nachtelijke pijn, ochtendstijfheid langer dan één uur,
minder pijn bij het liggen of het bewegen, een goede reactie op NSAID’s of een
verhoogde bloedbezinkingssnelheid (spondylitis ankylopoetica).
• Ernstige lage rugpijn na een recent trauma (wervelfractuur).
• Begin van de lage rugpijn voor het twintigste levensjaar of een palpabel trapje in het
verloop van de processi spinosi ter hoogte van L4 en L5 (spondylolisthesis).
Het diagnostisch proces
Beloop • Normaal beloop. Er is sprake van een normaal beloop als de activiteiten en de
participatie in de tijd gradueel toenemen. Vaak zal er ook een afname van de pijn
zijn. Dit houdt niet in dat de lage rugpijn altijd geheel verdwijnt, maar dat de lage
rugpijn het uitvoeren van de activiteiten en de participatie niet meer in de weg
staat.
• Afwijkend beloop. Er is sprake van een afwijkend beloop met een vertraagd herstel
als de beperkingen in de activiteiten en de participatieproblemen in de tijd niet
afnemen, maar gelijk blijven of zelfs toenemen. Er is sprake van een afwijkend
beloop met een vertraagd herstel als er gedurende drie weken geen duidelijke
toename in de activiteiten en de participatie is geweest.
Naam Simone Koopmans
Lage rugpijn
Algemeen
Aspecifieke lage rugpijn wordt gedefinieerd als rugpijn die zich bevindt tussen de onderste ribben en de
bilplooi (eventueel met uitstraling in de bil en het been), waarvoor geen aanwijsbare specifieke oorzaak voor
de klachten te vinden is. Dit is het geval bij bijna alle patiënten met lage rugpijn. De lage rugpijn kan
verergeren door bepaalde houdingen, bewegingen en het tillen of verplaatsen van lasten. De lage rugpijn kan
continu aanwezig zijn of in episoden optreden.
Specifieke lage rugpijn wordt onderscheiden in:
• Het lumbosacraal radiculair syndroom: een vorm van specifieke lage rugpijn met radiculaire pijn in
één been, die al dan niet gepaard gaat met neurologische uitvalsverschijnselen.
• Rugpijn als gevolg van een ernstige onderliggende specifieke aandoening, zoals: (osteoporotische)
wervelfracturen, maligniteiten, spondylitis ankylopoetica, ernstige vormen van kanaalstenose of
ernstige vormen van spondylolisthesis.
Het screeningsproces
Rode vlaggen • Begin van de lage rugpijn na het vijftigste levensjaar, continue pijn onafhankelijk van
houding of beweging, nachtelijke pijn, algehele malaise, een maligniteit in de
voorgeschiedenis, onverklaard gewichtsverlies of een verhoogde
bloedbezinkingssnelheid (maligniteiten).
• Recente fractuur (minder dan twee jaar geleden), een eerdere wervelfractuur,
leeftijd boven de 60 jaar, een laag lichaamsgewicht (minder dan 60 kilogram), ouder
met een heupfractuur, een langdurig gebruik van corticosteroïden, lokale asdrukpijn
van de wervelkolom, een opvallende lengtevermindering of een versterkte thoracale
kyfose (osteoporotische wervelfractuur).
• Begin van de lage rugpijn voor het twintigste levensjaar, man, iridocyclitis,
onverklaarde perifere artritis of inflammatoire darmaandoening in de
voorgeschiedenis, vooral nachtelijke pijn, ochtendstijfheid langer dan één uur,
minder pijn bij het liggen of het bewegen, een goede reactie op NSAID’s of een
verhoogde bloedbezinkingssnelheid (spondylitis ankylopoetica).
• Ernstige lage rugpijn na een recent trauma (wervelfractuur).
• Begin van de lage rugpijn voor het twintigste levensjaar of een palpabel trapje in het
verloop van de processi spinosi ter hoogte van L4 en L5 (spondylolisthesis).
Het diagnostisch proces
Beloop • Normaal beloop. Er is sprake van een normaal beloop als de activiteiten en de
participatie in de tijd gradueel toenemen. Vaak zal er ook een afname van de pijn
zijn. Dit houdt niet in dat de lage rugpijn altijd geheel verdwijnt, maar dat de lage
rugpijn het uitvoeren van de activiteiten en de participatie niet meer in de weg
staat.
• Afwijkend beloop. Er is sprake van een afwijkend beloop met een vertraagd herstel
als de beperkingen in de activiteiten en de participatieproblemen in de tijd niet
afnemen, maar gelijk blijven of zelfs toenemen. Er is sprake van een afwijkend
beloop met een vertraagd herstel als er gedurende drie weken geen duidelijke
toename in de activiteiten en de participatie is geweest.