Samenvatting H7
De eeuw van de verlichting
De wetenschappelijke revolutie leverde veel nieuwe kennis op over natuur en de wereld.
Systematisch onderzoek, waarnemingen en het gebruik van ratio (het verstand) waren
methodes waarmee deze kennis verkregen was. De overtuiging dat door het gebruik van de
ratio een betere maatschappij kon worden ontwikkeld, is kenmerkend voor het verlicht
denken en wordt rationeel optimisme genoemd. Filosofen lieten zich ook kritisch uit over
religie. Zij waren ze gericht op ratio dat zij op zoek gingen naar een godsbewijs. Dat bracht
sommige van hen in conflict met de Kerk, die waren hier niet van gediend.
Voor verlichte denkers was de wijze waarop het bestuur en de machtsverhouding moesten
worden vormgegeven een zeer belangrijk onderwerp. Veel van hen keurden het
absolutisme af. Thomas Hobbes, John Locke, Jean-Jacques Rousseau: sociaal contract het
volk moest besluiten dat zij tezamen een politieke gemeenschap vormden. Het volk moest
dan bestuurders kiezen. Montesquieu: trias Politica uitvoerende, wetgevende en
rechtsprekende machten verdeeld die elkaar controleren. Voltaire: groot deel van het volk is
te dom, het land moet bestuurd worden door een kleine groep mensen.
De verlichte ideeën drongen ook door tot de Europese koningshuizen. De meeste koningen
hielden vast aan het absolutisme, de regeringsvorm van het ancien régime, de oude orde.
Toch stonden sommige vorsten wel open voor verlichte ideeën. Frederik de Grote van
Pruisen was zo’n vorst, hij regeerde met verlicht absolutisme het volk had geen inspraak
in het bestuur, maar hij zette zich wel in voor het welzijn van zijn volk.
Franse filosofen Denis Diderot en Jean d’Alembert maakten met tweehonderd deskundigen
een 28-delige Encyclopédie waarin alle kennis en ideeën werden samengevat. De adel vond
het geen goed boek, omdat het vol zat met kritiek. Maar na een oproep tot verbod, werd
het boek alleen maar vaker verkocht. Door de toename van de populariteit van de krant,
daalde het aantal mensen dat analfabetisch was.
Slavernij in de koloniën
Halverwege de zeventiende eeuw streefde Engeland naar het opzetten van
plantagekoloniën in Amerika. Een van de gebieden waar de Engelsen hun wens waar
maakten, was Suriname. De inheemse bewoners waren niet geschikt voor het zware
plantagewerk, dus maakten de plantagehouders gebruik van Afrikaanse slaven, die door de
trans-Atlantische slavenhandel naar Amerika kwamen. De werkomstandigheden waren er
slecht en de plantagehouders besteedden weinig aandacht aan de veiligheid van slaven. In
1667 werd Suriname veroverd door een Zeeuwse kapitein, de plantages vielen in handen
van een kleine groep Zeeuwse en Hollandse kolonisten.
Boni was een prominent figuur in de Surinaamse slavernijgeschiedenis. Boni had een
Nederlandse plantagehouder vader, die zijn moeder die slaaf was had verstoten. Nadat zij
was gevlucht met Boni naar het binnenland, kwam zij bij een groep marrons die plantages
aanviel om slaven te bevrijden. Boni had later een groep marrons. Ze hadden een sterk fort
en de Staten-Generaal stuurde extra soldaten. John Stedman heeft deze ervaring
beschreven en tekeningen gemaakt bij zijn reis. een Britse uitgever wilde het verslag aan
De eeuw van de verlichting
De wetenschappelijke revolutie leverde veel nieuwe kennis op over natuur en de wereld.
Systematisch onderzoek, waarnemingen en het gebruik van ratio (het verstand) waren
methodes waarmee deze kennis verkregen was. De overtuiging dat door het gebruik van de
ratio een betere maatschappij kon worden ontwikkeld, is kenmerkend voor het verlicht
denken en wordt rationeel optimisme genoemd. Filosofen lieten zich ook kritisch uit over
religie. Zij waren ze gericht op ratio dat zij op zoek gingen naar een godsbewijs. Dat bracht
sommige van hen in conflict met de Kerk, die waren hier niet van gediend.
Voor verlichte denkers was de wijze waarop het bestuur en de machtsverhouding moesten
worden vormgegeven een zeer belangrijk onderwerp. Veel van hen keurden het
absolutisme af. Thomas Hobbes, John Locke, Jean-Jacques Rousseau: sociaal contract het
volk moest besluiten dat zij tezamen een politieke gemeenschap vormden. Het volk moest
dan bestuurders kiezen. Montesquieu: trias Politica uitvoerende, wetgevende en
rechtsprekende machten verdeeld die elkaar controleren. Voltaire: groot deel van het volk is
te dom, het land moet bestuurd worden door een kleine groep mensen.
De verlichte ideeën drongen ook door tot de Europese koningshuizen. De meeste koningen
hielden vast aan het absolutisme, de regeringsvorm van het ancien régime, de oude orde.
Toch stonden sommige vorsten wel open voor verlichte ideeën. Frederik de Grote van
Pruisen was zo’n vorst, hij regeerde met verlicht absolutisme het volk had geen inspraak
in het bestuur, maar hij zette zich wel in voor het welzijn van zijn volk.
Franse filosofen Denis Diderot en Jean d’Alembert maakten met tweehonderd deskundigen
een 28-delige Encyclopédie waarin alle kennis en ideeën werden samengevat. De adel vond
het geen goed boek, omdat het vol zat met kritiek. Maar na een oproep tot verbod, werd
het boek alleen maar vaker verkocht. Door de toename van de populariteit van de krant,
daalde het aantal mensen dat analfabetisch was.
Slavernij in de koloniën
Halverwege de zeventiende eeuw streefde Engeland naar het opzetten van
plantagekoloniën in Amerika. Een van de gebieden waar de Engelsen hun wens waar
maakten, was Suriname. De inheemse bewoners waren niet geschikt voor het zware
plantagewerk, dus maakten de plantagehouders gebruik van Afrikaanse slaven, die door de
trans-Atlantische slavenhandel naar Amerika kwamen. De werkomstandigheden waren er
slecht en de plantagehouders besteedden weinig aandacht aan de veiligheid van slaven. In
1667 werd Suriname veroverd door een Zeeuwse kapitein, de plantages vielen in handen
van een kleine groep Zeeuwse en Hollandse kolonisten.
Boni was een prominent figuur in de Surinaamse slavernijgeschiedenis. Boni had een
Nederlandse plantagehouder vader, die zijn moeder die slaaf was had verstoten. Nadat zij
was gevlucht met Boni naar het binnenland, kwam zij bij een groep marrons die plantages
aanviel om slaven te bevrijden. Boni had later een groep marrons. Ze hadden een sterk fort
en de Staten-Generaal stuurde extra soldaten. John Stedman heeft deze ervaring
beschreven en tekeningen gemaakt bij zijn reis. een Britse uitgever wilde het verslag aan