Aardrijkskunde Hoofdstuk
1
1.1 Het
wereldvoedselvraagstu
Het
k
wereldvoedselvraagstuk gaat in op de ondervoeding in de wereld, die bijna 800 miljoen mensen treft.
Probleem is niet te weinig voedsel, maar ongelijke verdeling
Vraagstuk complex probleem waar (nog) geen oplossing voor is
Voedselzekerheid
Volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) als iedereen fysiek en
economisch toegang heeft tot voldoende voedsel. Dit voedsel moet:
- Voldoende energie en voedingsstoffen bevatten
- Veilig zijn, voedselveiligheid= als voedsel veilig is voor menselijke consumptie
- Aansluiten bij de culturele voorkeuren.
Dit is door wereldwijde productie wel makkelijker geworden door:
- Schaalvergroting
- Productiviteitstoename
a) Mechanisering
b) Irrigatie
c) Kruising en selectie van gewassen en het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen,
krachtvoer en antibiotica.
Ongeveer 12 procent (1 op de 9) van de wereldbevolking is ondervoed. Deze mensen krijgen
gemiddeld minder dan 1800kcal per dag binnen. Dit heet kwantitatieve ondervoeding te weinig
energie om gezond te blijven. 98 procent van de mensen die hieraan lijden wonen in
ontwikkelingslanden.
Kwalitatieve ondervoeding het eten bevat te weinig voedingsstoffen. Bijvoorbeeld dat 50 procent
van de kinderen tussen de 6 en 12 maanden een ijzertekort heeft. Kwalitatieve honger komt overal
voor, in rijke landen eten mensen bijvoorbeeld te weinig fruit.
1.2 De economische
wereldorde
De koloniale erfenis
Koloniale tijd: Europese overheersers gebruikten hun koloniën voornamelijk als wingewest voor:
Mijnbouwproducten (ertsen, steenkool)
, Landbouwproducten (thee, suiker, rubber en specerijen)
Vanaf de industriële revolutie: internationale taakverdeling
Minder ontwikkelde landen leverden grondstoffen en landbouwproducten
Westerse landen leverden industrieproducten
Doordat er sprake was van uitbuiting van de koloniën, ontwikkelde het Westen zicht ten koste van de
overzeese gebieden. De moederlanden werden het centrum van de wereld, de koloniën de periferie.
Heeft diepe sporen achtergelaten in de voedselproductie van de periferie landen.
Erfenis: exportgeoriënteerde landbouw op de plantages
Plantages in handen van buitenlandse bedrijven en grootgrondbezitters
Winsten komen nauwelijks ten goede aan perifere landen
De rol van economische globalisering
Door de economische globalisering zijn er in de wereld enorme transportstromen van
handelsgewassen.
Niet alleen voedselgewassen (granen, groenten en fruit)
Genotmiddelen (cacaobonen, wijndruiven)
Gewassen die als voedsel dienen (katoen, bamboe)
Gewassen zijn klimaat gebonden. Dit verklaart waarom tussen verschillende regio’s in de wereld
handelsstromen van gewassen zijn ontstaan. Lange tijd beperkte de transportkosten echter de
mogelijkheden om landbouwproducten uit andere delen van de wereld te halen.
Tegenwoordig zijn de vervoerskosten sterk gedaald
Landen maken meer gebruik van comparatieve voordelen
Klimaat, kennis, loonpeil, infrastructuur
Gevolg comparatieve voordelen: regionale specialisatie
Geglobaliseerde landbouw in een wereldwijd netwerk
Voordelen voor mno’s
Nadelen voor periferie
De rol van beschermingsmaatregelen
Handelspolitiek op basis van protectionisme
Bescherming voor binnenlandse voedselproductie en boeren
Importheffingen
Belemmeren import van concurrerende producten
Landbouwsubsidies
Ondersteunen inkomens van boeren. Kunnen allerlei vormen aannemen. Verleden
hanteerde de EU bijvoorbeeld een systeem van gegarandeerde minimumprijzen en
exportsubsidies, maar dat leidde tot grote overschotten en er was internationaal veel protest
1
1.1 Het
wereldvoedselvraagstu
Het
k
wereldvoedselvraagstuk gaat in op de ondervoeding in de wereld, die bijna 800 miljoen mensen treft.
Probleem is niet te weinig voedsel, maar ongelijke verdeling
Vraagstuk complex probleem waar (nog) geen oplossing voor is
Voedselzekerheid
Volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) als iedereen fysiek en
economisch toegang heeft tot voldoende voedsel. Dit voedsel moet:
- Voldoende energie en voedingsstoffen bevatten
- Veilig zijn, voedselveiligheid= als voedsel veilig is voor menselijke consumptie
- Aansluiten bij de culturele voorkeuren.
Dit is door wereldwijde productie wel makkelijker geworden door:
- Schaalvergroting
- Productiviteitstoename
a) Mechanisering
b) Irrigatie
c) Kruising en selectie van gewassen en het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen,
krachtvoer en antibiotica.
Ongeveer 12 procent (1 op de 9) van de wereldbevolking is ondervoed. Deze mensen krijgen
gemiddeld minder dan 1800kcal per dag binnen. Dit heet kwantitatieve ondervoeding te weinig
energie om gezond te blijven. 98 procent van de mensen die hieraan lijden wonen in
ontwikkelingslanden.
Kwalitatieve ondervoeding het eten bevat te weinig voedingsstoffen. Bijvoorbeeld dat 50 procent
van de kinderen tussen de 6 en 12 maanden een ijzertekort heeft. Kwalitatieve honger komt overal
voor, in rijke landen eten mensen bijvoorbeeld te weinig fruit.
1.2 De economische
wereldorde
De koloniale erfenis
Koloniale tijd: Europese overheersers gebruikten hun koloniën voornamelijk als wingewest voor:
Mijnbouwproducten (ertsen, steenkool)
, Landbouwproducten (thee, suiker, rubber en specerijen)
Vanaf de industriële revolutie: internationale taakverdeling
Minder ontwikkelde landen leverden grondstoffen en landbouwproducten
Westerse landen leverden industrieproducten
Doordat er sprake was van uitbuiting van de koloniën, ontwikkelde het Westen zicht ten koste van de
overzeese gebieden. De moederlanden werden het centrum van de wereld, de koloniën de periferie.
Heeft diepe sporen achtergelaten in de voedselproductie van de periferie landen.
Erfenis: exportgeoriënteerde landbouw op de plantages
Plantages in handen van buitenlandse bedrijven en grootgrondbezitters
Winsten komen nauwelijks ten goede aan perifere landen
De rol van economische globalisering
Door de economische globalisering zijn er in de wereld enorme transportstromen van
handelsgewassen.
Niet alleen voedselgewassen (granen, groenten en fruit)
Genotmiddelen (cacaobonen, wijndruiven)
Gewassen die als voedsel dienen (katoen, bamboe)
Gewassen zijn klimaat gebonden. Dit verklaart waarom tussen verschillende regio’s in de wereld
handelsstromen van gewassen zijn ontstaan. Lange tijd beperkte de transportkosten echter de
mogelijkheden om landbouwproducten uit andere delen van de wereld te halen.
Tegenwoordig zijn de vervoerskosten sterk gedaald
Landen maken meer gebruik van comparatieve voordelen
Klimaat, kennis, loonpeil, infrastructuur
Gevolg comparatieve voordelen: regionale specialisatie
Geglobaliseerde landbouw in een wereldwijd netwerk
Voordelen voor mno’s
Nadelen voor periferie
De rol van beschermingsmaatregelen
Handelspolitiek op basis van protectionisme
Bescherming voor binnenlandse voedselproductie en boeren
Importheffingen
Belemmeren import van concurrerende producten
Landbouwsubsidies
Ondersteunen inkomens van boeren. Kunnen allerlei vormen aannemen. Verleden
hanteerde de EU bijvoorbeeld een systeem van gegarandeerde minimumprijzen en
exportsubsidies, maar dat leidde tot grote overschotten en er was internationaal veel protest