Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages
Summary

Samenvatting Begrippenlijst Sport Management, 4e editie - M&O 1

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages

Een begrippenlijst van de hoofdstukken 1 t/m 9 en 11 + 12 van het boek Sportmanagement. Voor o.a. het vak M&O 1 - Sportkunde, leerroute SM&O aan de HvA. Leerjaar 1, blok 1

Content preview

Begrippenlijst per behandeld hoofdstuk:

Hoofdstuk 1:
Algemeen manager: manager die verantwoordelijk is voor alle werkzaamheden binnen een organisatie of grote
afdeling.
Anglo-Amerikaanse managementbenadering: managementbenadering die uitgaat van concurrerend
ondernemerschap, weinig overheidsbemoeienis en kortetermijnwinst.
Attitude: de manier waarop iemand zijn omgeving tegemoet treedt, oftewel zijn beroepshouding.
Besluitvormende rol: rol waarin de manager informatie via besluitvorming omzet in planmatige actie.
CEO: Chief Executive Officer. Een manager die een hoge of zelfs de hoogste functie in de organisatie heeft.
Competentie: combinatie van kennis, inzicht, vaardigheden en houding.
Conceptiele vaardigheden: vaardigheden die managers moeten hebben om na te kunnen denken over
abstracte en ingewikkelde situaties.
Contigentiebenadering: manier van managen waarbij de nadruk ligt op het feit dat verschillende organisaties in
verschillende omstandigheden opereren en dus verschillende managementmethodes vereisen.
Coördinatie: het verdelen van werkzaamheden en het aansturen van personeel.
Effectiviteit: het voltooien van activiteiten zodat de doelstellingen van de organisatie worden gerealiseerd.
Efficiëntie: het halen van een maximale productie (output) met het verbruik van zo min mogelijke middelen
(input).
Evaluatiefunctie: het vergelijken van prestaties met van tevoren vastgestelde doelstellingen.
Functie van het leidinggeven: het aannemen, instrueren en motiveren van werknemers.
Informatieve rol: rol waarin de manager zowel binnen als buiten de organisatie voortdurend informatie zoekt,
ontvangt en verspreidt.
Interpersoonlijke rol: rol waarin de manager zijn organisatie zowel naar binnen als naar buiten
vertegenwoordigt.
Inzicht: het toepassen van kennis en het met elkaar in verband kunnen brengen van verschillende
kennisgebieden.
Kennis: dat wat iemand weet van zijn vakgebied en werkomgeving.
Managementfuncties: de verantwoordelijkheden van een manager.
Managementproces: het voortdurend nemen van beslissingen en het ontplooien van activiteiten tijdens het
plannen, organiseren, leidinggeven en evalueren.
Mangementrollen: specifieke categorieën van managementgedrag. Er zijn drie soorten managementrollen:
interpersoonlijke rol, informatieve rol en besluitvormende rol.
Menselijke vaardigheden: het vermogen om goed met andere te kunnen samenwerken.
Middenmanagement: managementlaag die wordt aangestuurd door de topmanagers. Middenmanagers op hun
beurt sturen lagere managers en/ of uitvoerders en ondersteuners aan.
Organisatiefunctie: het indelen van taken.
Planningsfunctie: het formuleren van de doelstellingen en de strategie.
POLE: acroniem van de vier managementfuncties: plannen, organiseren, leidinggeven en evalueren.
Rijnlands- Europese managementbenadering: managementbenadering die uitgaat van samenwerken om
doelen te bereiken en een actieve rol van de overheid.
Sport als doel: sport beoefenen om actief met sport bezig te zijn.
Sport als middel: activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere doelstellingen te realiseren.
Technische vaardigheden: kennis van een vakkundigheid in bepaalde specialismen.
Vaardigheden: de kunde om kennis in de praktijk te brengen.

Hoofdstuk 2:
Amerikaanse sportsysteem: de manier waarop de sport in Amerika is georganiseerd. Daarbij draait het niet
zozeer om sportiviteit als wel om amusement, entertainment en winstmaximalisatie. Er zijn vier dominante
sporten (american footbal, ijshockey, honkbal en basketbal) en sport is aan onderwijs gekoppeld.
Australische sportsysteem: de manier waarop sport in Australië is georganiseerd. Daarbij worden kenmerken
van het Europese en Amerikaanse systeem gecombineerd.
Communisme: politieke ideologie waarin een klasseloze maatschappij wordt nagestreefd en de economie is
gebaseerd op het gemeenschappelijk eigendom van middelen.
Europese sportsysteem: de manier waarop sport in Europa is georganiseerd. Daarbij weegt het sportieve
belang zwaarder dan het commerciële belang. Er zijn overheidssubsidies en er is een sterke samenhang tussen
topsport en breedtesport.

, Kapitalisme: economisch systeem waarin de vrije markt centraal staat. De overheid stelt zich terughoudend op
en er wordt zoveel mogelijk winst voor particuliere ondernemers nagestreefd.
Liberalisme: politieke ideologie waarin de vrijheid van het individu en economische vrijheid centrale concepten
zijn.
NCAA: Amerikaans orgaan dat toezicht houdt op de sport op het niveau van de universiteiten en colleges.
Open competitiestelsel: competitiestelsel met promotie- en degradatieregelingen.
Piramidestructuur: organisatiemodel in de sport waarbij de basis wordt gevormd door de verenigingen en de
daarbij aangesloten sporters. Deze sporters worden in de lagen erboven vertegenwoordigd door hun nationale,
internationale en olympische koepels.
Politieke ideologie: het systeem van denkbeelden en principes van een bepaalde groep met betrekking tot
organisaties, overheden, democratie en winst.
Sociaaldemocratische ideologie: een mildere variant van het communisme waarbij een hoge mate van
gelijkheid wordt nagestreefd en de staat een sturende rol heeft.
Verzorgingsstaat: sociaal systeem waarin de staat verantwoordelijk is voor het welzijn van zijn burgers.

Hoofdstuk 3:
Algemene ledenvergadering (ALV): hoogste besluitvormend orgaan van een sportvereniging, sportbond of
sportkoepel.
Beleidsvormende bestuur: bestuursmodel waarbij men zich bezighoudt met het uitzetten van de koers van de
organisatie en het schrijven van beleidsplannen die hieraan bijdragen.
Bestuurlijke structuur: de bestuursfuncties binnen een sportorganisatie.
Economisch ontwikkelingsmodel: uitbreiding van het sportstimuleringsmodel waarbij de gemeente ervoor kiest
de sport instrumenteel in te zetten ter bevordering van de lokale economie.
Economisering van de wereld: zakelijke en financiële afwegingen spelen een steeds grotere ril in de keuzes die
sportorganisaties maken.
Executief bestuur: bestuursmodel waarbij er een grote betrokkenheid is bij de uitvoering van de activiteiten.
Integraal model: sportbeleidsmodel waarin meerdere modelvarianten samenkomen.
Kascommissie: commissie die de financiële taken van de penningmeester controleert en de ALV adviseert over
het gevoerde of het te voeren financiële beleid.
Ketenvorming: grote (inter)nationale ketens verdringen lokale aanbieders.
Sociaal ontwikkelingsmodel: uitbreiding van het sportstimuleringsmodel waarbij de gemeente ervoor kiest de
sport instrumenteel in te zetten voor doelstellingen uit het welzijns- en volksgezondheidsbeleid.
Sportstimuleringsmodel: sportbeleidsmodel waarin sport als doel centraal staat.
Toezichthoudend bestuur: bestuursmodel waarbij men toezicht houdt op de directie van het bondsbureau en
zich verder niet alleen bezighoudt met statutair verplichte beslissingen, zoals beslissingen over het jaarplan en
het jaarverslag.
Uitvoerende structuur: organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van specifieke
taken.
Vereniging Sport en Gemeenten (VSG): landelijk platform dat gemeenten ondersteunt bij hun sportbeleid.
Versporting van de samenleving: alles wat met sport te maken heeft, wordt in de samenleving steeds
belangrijker.
Voorwaardenscheppend bestuur: bestuursmodel dat ervoor zorgt dat de belangrijkste voorwaarden aanwezig
zijn (materieel en immaterieel), zodat het bondsbureau eigen beleidsplannen kan maken en deze kan
uitvoeren.


Hoofdstuk 4:
ABCD-analyse: een beschrijving van achtereenvolgens de afnemersanalyse, bedrijfstakanalyse,
concurrentieanalyse en de distributieanalyse.
Business Model Canvas: een methode om een businessmodel te beschrijven in negen basisbouwstenen.
Capaciteiten: de vaardigheden van het personeel.
Concurrentievoordeel: het onderscheidend vermogen van een product of dienst ten opzichte van de
concurrentie in perceptie van de klant.
Confrontatiematrix: matrix waarin de sterke en zwakke punten van een organisatie tegen de kansen en
bedreigingen worden afgezet om zodoende tot strategische opties te komen.
DESTEP-methode: methode om trends en ontwikkelingen in de macro-omgeving vast te stellen en te
analyseren.

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789043037594 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Unknown
Uploaded on
October 20, 2022
Number of pages
6
Written in
2022/2023
Type
Summary
$4.12

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maravnk
4.0
(9)
Sold
30
Followers
12
Items
0
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions