Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Summary

Samenvatting Materieel Strafrecht

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Samenvatting van het vak Materieel Strafrecht. Aan de hand van de hoorcolleges, zelfstudievragen en de werkcolleges.

Content preview

Materieel strafrecht

Week 1  beginselen, straftheorieën en de structuur van het
strafbare feit
De Zwarte Ruiter
Zwarte Ruiter pleegde veel roofovervallen. Krijgt 15 jaar gevangenisstraf plus TBS. TBS krijgt hij
omdat hij verminderd toerekeningsvatbaar is.
- De toegemeten sancties
- Straf naar de mate van schuld?

Aard en functie(s) materieel strafrecht
Het materiële strafrecht regelt het volgende:
1. Welke gedragingen strafbaar zijn en onder welke omstandigheden;
2. Waaruit de straffen bestaan (zie het sanctiestelsel oftewel het geheel van straffen en
maatregelen);
3. Onder welke voorwaarden het strafrecht mag worden toegepast.

Het hoofddoel van strafrecht is het voorkómen van eigenrichting. De achtergrond hiervan is het
maatschappelijk contract-denken.

Onderwerp 1: Wat is de functie van het materiële strafrecht?
(1) Rechtsbescherming
- Rechtsbescherming van rechtsgoederen tegen inbreuken op rechten en vrijheden van
burgers door anderen.
- Rechtsbescherming van een (potentiële) verdachte tegen inbreuken op rechten en vrijheden
door de overheid.
- Het uitgangspunt is dat het particuliere belang van het slachtoffer niet voorop staat. Het
betreft immers publiekrecht. Dit betekent dat het in eerste instantie gaat over de
bescherming van de samenleving en de rechtsorde. Het is wel zo dat het belang van het
slachtoffer een steeds prominentere rol inneemt binnen het strafrecht (zie onderwerp 5).
(2) Instrumentaliteit
- Strafrecht wordt als middel ingezet om criminaliteit te bestrijden.
- Naarmate het strafrecht instrumenteler wordt, grijpen we steeds eerder en sneller naar
strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Er dient een evenwicht te zijn tussen de rechtsbescherming en instrumentaliteit. Meer rechten en
waarborgen voor een verdachte kan namelijk leiden tot minder bescherming van rechtsgoederen.
Vice versa kan toenemende instrumentaliteit leiden tot verkorting van rechtsbescherming van de
verdachte tegen de overheid. Afgelopen decennia vond er een verschuiving plaats naar een meer
instrumenteel strafrecht. Het vinden van een balans tussen rechtsbescherming enerzijds en
criminaliteitsbestrijding anderzijds, blijft een terugkomend dilemma in het materiële strafrecht.

Onderwerp 3: Het ultimum remedium-karakter van het strafrecht
De strafrechtscultuur reageert terughoudend met straffen. Het strafrecht moet gezien worden als
uiterst redmiddel: ultimum remedium.

,Onderwerp 4: De verschillende richtingen en hun rechtvaardiging van het
strafrecht

1. Rechtvaardigingstheorieën I: retributivisme
Vergelding als grondslag straf
- Absolute theorie: rechtvaardiging los van effecten (quia peccatum)
- Bestraffing van schuldigen is verdiend en daarmee intrinsiek goed
- Proportionaliteit van de straf
- Herstel van een balans
- Retrospectieve oriëntatie  Terugkijken op de gedraging

Twee varianten van retributivisme
- Positief: schuldige moet gestraft worden voor rechtvaardigheid.
- Negatief: alleen schuldige mag (niet: moet) worden bestraft

2. Rechtvaardigingstheorieën II: utilitarisme/consequentialisme
- Verwacht nut als grondslag straf
- Relatieve theorie: rechtvaardiging gebonden aan effecten (ne peccetur)
- Straf is geen ‘recht’ maar een instrument voor toekomstig doel
- Prospectieve oriëntatie  Vooruit kijken, welk doel moet in de toekomst gerealiseerd
worden.

Strafdoelen:
- Generale preventie  Ervoor zorgen dat andere mensen ook geen strafbaar delict plegen.
- Speciale preventie  Ervoor zorgen dat de dader zelf het delict niet nog eens pleegt.
- Rehabilitatie
- Incapacitatie  iemand weghalen uit de samenleving. Je beoogt daarmee de samenleving te
beschermen van strafbare feiten. Rijverbod is ook een vorm van incapacitatie.
- Beveiliging

3. Rechtvaardigingstheorieën III: verenigingstheorieën
Nadelen van ‘puur’ retributivisme en utilitarisme.
In Nederland gaan we tegenwoordig uit van de verenigingstheorie. In deze theorie wordt een hard
onderscheid gemaakt tussen de rechtsgrond enerzijds en het doel van het strafrecht anderzijds. De
rechtvaardiging voor de straf is in deze gemengde theorie de vergelding. Het biedt echter ook
bescherming aan de verdachte vanwege ‘de proportionaliteit in relatie tot de ernst van het verwijt
dat hem daarvan mag worden gemaakt’. Dit geeft handvatten aan de rechter bij de oplegging van de
straf. Verschil met de Moderne Richting is dat de doelen nooit boven de grens van vergelding uit
mogen komen; er mag dus niet disproportioneel worden gehandeld naar een bepaal doel. De rechter
kan dus verschillende doeleinden beogen (voorbeeld: gedragsbeïnvloeding en generale preventie),
maar wel binnen de gegeven grenzen.

Twee spiegelbeeldige varianten:
- Utiliteit als algemene rechtvaardiging, aangevuld met negatief retributivisme
- Vergelding als algemene rechtvaardiging, afgezwakt met utilitaristische overwegingen

Onderwerp 5: De Utrechtse School
Willem Pompe heeft de Utrechtse School geïnitieerd, hetgeen een grote invloed op de Nederlandse
strafrechtspleging heeft gehad. Gesteld kan worden dat de Utrechtse School ervoor heeft gezorgd

, dat de persoon des daders meer centraal komt te staan (humanisering) en aldus heeft bijgedragen
aan een vermildering van het Nederlandse strafklimaat in de zin van de detentiesituaties.

Onderwerp 7: Het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel omvat zeven deelnormen: lex certa, strikte interpretatie, verbod van analogie,
lex scripta, verbod van terugwerkende kracht, nulla poena-regel en de noodzaak om de wet te
kennen.
1. Lex certa (een duidelijk geformuleerde delictsomschrijving)
De wet moet duidelijk zijn in zijn bewoordingen. Voor de wetgever in het strafrecht is het
echter van belang zo min mogelijk bestanddelen in de delictsomschrijving op te nemen, want
elk bestanddeel moet door het OM in de tenlastelegging worden gesteld, met bewijs worden
gestaafd en door de rechter bewezen worden verklaard.
2. Strikte interpretatie (gebondenheid van de rechter aan de wettekst)
De betekenis van delictsomschrijvingen zijn niet altijd onmiddellijk duidelijk. In die gevallen
moet de rechter de wet interpreteren, waarbij hij wel strikt gebonden blijft aan de tekst van
de wet.
a. Grammaticale interpretatie
b. Wetshistorische interpretatie
c. Wet systematische interpretatie
d. Teleologische interpretatie
e. Functionele interpretatie
3. Verbod van analogische wetsinterpretatie
Analogie houdt in dat uit een bestaand wettelijk voorschrift een grondregel gedestilleerd en
toegepast wordt op een geval dat strikt genomen niet onder dit voorschrift valt, maar dat
niet essentieel verschilt van een geval waarvoor het voorschrift bedoeld is te gelden. Dit is
niet toegestaan.
4. Lex scripta
Deze deelnorm houdt in dat de gewoonte geen directe bron is van strafrecht. Slechts de
geschreven wet en meer specifiek de geschreven wet in materiële zin mag een bron van het
strafrecht zijn.
5. Verbod van terugwerkende kracht
Dit verbod ligt besloten in art. 1 lid 1 Sr. Dit artikel stelt dat strafbepalingen vooraf moeten
gaan aan het gepleegde strafbare feit. Het feit kan dus enkel strafbaar zijn als reeds een
dergelijke wettelijke strafbepaling bestond.
6. Nulla poena-regel
De rechter is gebonden aan de wet. Er mogen geen onbekende straffen of straffen die het
wettelijke maximum te boven gaan, worden opgelegd.
7. Noodzaak de wet te kunnen kennen
Op grond van art. 88 Gw kunnen wetten pas in werking treden wanneer zij op bij de wet
geregelde wijze bekend zijn gemaakt.


Het legaliteitsbeginsel heeft verschillende dimensies:
- Constitutionele dimensie
Dit betreft de taakverdeling tussen de rechter en de wetgever (machtenscheiding). De rechter mag
namelijk niet zelf strafbaarheid creëren, maar heeft daarvoor een wettelijke grondslag nodig.
- Rechtsbeschermende dimensie
Dit betreft de individuele rechtszekerheid. De burger moet weten voor welke gedragingen onder
welke omstandigheden hij strafbaar zal zijn. Zo kan hij zijn gedrag daarop afstemmen. Het
uitgangspunt van het Europese Hof is dat de wet toegankelijk en voorzienbaar moet zijn.
- Generaal-preventieve dimensie

Document information

Study
Uploaded on
October 20, 2022
Number of pages
26
Written in
2022/2023
Type
Summary
$8.36

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
moniquehilhorst
3.9
(21)
Sold
95
Followers
88
Items
21
Last sold
2 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions