Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages
Summary

geschiedenis samenvatting havo 5, hoofdstukken 5,6,7,8,9,10 + duitse rijk

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages

alles voor je examens + toetsen

Content preview

GESCHIEDENIS
216
MILTENBU
RG
TOETS 1
DAG 1
HOOFDSTUK: 5, 6, 7, 8, 9, 10 EN DUITSE RIJK
CONTENT
1. Kenmerkende aspecten 9.
1. Duitsland voor 1929
M
2. Tijdlijn 10. Republiek van Weimar
3. Regenten, rijkskanselieren en
2. M presidenten
11. Hitler in de politiek
4. Ideologieën 3.
12. M
Tweede wereldoorlog
5. (H5) Ontdekkers en hervormers 4.
13. M
Wereldwijd conflict
6. (H6) Regenten en vorsten 14.
5. Oost
M en west Duitsland
7. (H7) Pruiken en revoluties 15. Einde van de muur
8. (H8) Burgers en stoommachines 6. M
7. M
8.
KENMERKENDE ASPECTEN
HOOFDSTUK 5
1. Het begin van de Europese overzeese expansie

In de 15e eeuw maakten de Turks-Osmaanse veroveringen een einde aan de Europese handel in het oostelijk
Middellandse Zeegebied. Op zoek naar goud en om specerijen uit Oost-Azië te halen verkenden Portugezen en
Spanjaarden als eersten de kusten van Afrika, Azië en Amerika. Spanjaarden en Portugezen veroverden grote
delen van Amerika waar ze kolonies stichtten. De indiaanse bevolking kwam grotendeels om. Aan het einde
van de 16e eeuw reisden ook Nederlanders, Engelsen en Fransen naar Oost-Azië. Langs de Afrikaanse en
Aziatische kusten stichtten Europeanen versterkte handelsposten. Tussen de vier werelddelen kwam een
uitwisseling van personen, goederen en culturen op gang.

2. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke
belangstelling

Door de welvaart veranderde het mens- en wereldbeeld van burgers in Italië vanaf omstreeks 1350.
Geïnspireerd door de oudheid ontstond een nieuw levensgevoel met meer oog voor de plezierige kanten van
het leven, meer belangstelling voor de wereld en een kritische instelling in het natuurwetenschappelijk denken.
Vanaf omstreeks 1500 werden de ideeën van de renaissance over Europa verspreid.

3. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

De herboren interesse voor de Grieks-Romeinse cultuur uitte zich in een meer wereldlijke en realistische
schilder- en beeldhouwkunst, de toepassing van de klassieke vormentaal in de bouwkunst en de bestudering
van klassieke teksten dor humanisten.

4. De protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had

De tijd van steden en staten had de rooms katholieke kerk haar macht vergroot met nieuwe denkbeelden en
gebruiken. Omstreeks 1500 groeide de kritiek hierop. Hervormers bepleitten een terugkeer naar het zuivere
geloof, gebaseerd op de Bijbel. Door het kritisch optreden van Luther in 1517 en zijn uitzetting uit de kerk door
de paus begon de Reformatie. Er ontstond een splitsing tussen katholieken die bij de roomse kerk bleven en
protestanten die eigen kerken stichtten. De hervormer Calvijn kreeg veel aanhang in Nederland

5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat

De Spaanse koning Filips II was landsheer van de Nederlanden. In 1568 kwamen Nederlanders onder leiding
van Willem van Oranje in opstand tegen Filips vanwege zijn centralisatiepolitiek en zijn felle vervolging van
protestanten. Gedurende de Opstand (Tachtigjarige Oorlog) breidden de opstandelingen hun gebied uit vanuit
het westen van Holland en Zeeland tot vrijwel het huidige grondgebied van Nederland. In 1581 zetten de
Staten-Generaal van de zeven opstandige gewesten Filips af als landsheer. In 1588 vormden ze de Republiek
der Verenigde Nederlanden. In 1648 sloten de Republiek en Spanje de Vrede van Münster.
HOOFDSTUK 6
1. Het streven van vorsten naar absolute macht

, In de 17e eeuw streden Europese vorsten met hun onderdanen om de verdeling van de macht. Veel vorsten
streefden naar absolute macht. In Frankrijk ontstond een absolute monarchie, terwijl Engeland een
constitutionele monarchie werd.

2. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse
republiek

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een van de weinige republieken in Europa. De Republiek
bestond uit zeven zelfstandige gewesten en later veroverde gebieden, die door de Staten- Generaal werden
bestuurd. Naar buiten toe trad de Republiek op als eenheid. De macht was in handen van regenten, die voor
een groot deel werden benoemd uit de rijke stedelijke burgerij. De 17e eeuw was voor Nederland een gouden
eeuw, een tijd van grote economische voorspoed en bloei van kunst en wetenschap.

3. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

De wereldwijde handelscontacten die de handelskapitalistische compagnieën aanknoopten, vormden het begin
van de wereldeconomie. In de 17e eeuw raakten gebieden over de hele wereld door handel met elkaar
verbonden. Zo werd voor de handel op en rondom de Atlantische Oceaan in 1621 de West-Indische Compagnie
(WIC) opgericht

4. De wetenschappelijke revolutie

In de 17e eeuw leidde een nieuwe onderzoekende houding tot de wetenschappelijke revolutie. In de exacte
wetenschappen kwamen theorieën en wetten tot stand op grond van redeneren, waarnemen en
experimenteren. Bij de Europese expansie en in oorlogvoering werden veel nieuwe ontdekkingen en
uitvindingen toegepast.



HOOFDSTUK 7
1. Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst,
politiek, economie en sociale verhoudingen

De wetenschappelijke revolutie in westerse landen leidde in de 18e eeuw tot groot optimisme over de
mogelijkheid om met behulp van het verstand alles te begrijpen en te verbeteren. Verlichte denkers
ontwikkelden nieuwe, vaak revolutionaire ideeën op het terrein van godsdienst, politiek, economie en
samenleving

2. Voortbestaan van het ancien regime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze
vorm te geven

De uit de middeleeuwen stammende standenmaatschappij bleef in Europese landen bestaan tot het einde van
de 18e eeuw. In een aantal landen hielden koningen vast aan het absoluut koningschap. Onder invloed van de
verlichting voerden vorsten in andere landen hervormingen door

3. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en
staatsburgerschap

Vanaf de 16e eeuw vergrootten Europeanen hun kolonies in Amerika en legden ze er plantages aan die
produceerden voor de Europese markt. Voor het zware plantagewerk haalden ze miljoenen zwarte slaven uit
Afrika. Door de verlichting ontstond in westerse landen discussie hierover. Eind 18e eeuw ontstond een
beweging tegen slavernij die ervoor zorgde dat westerse landen de slavenhandel en slavernij in de 19e eeuw
stap voor stap afschaften.
4. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden
trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

Onder invloed van de verlichting vonden aan het eind van de 18e eeuw democratische revoluties plaats in
westerse landen, waarbij de oude privileges werden afgeschaft. De Amerikaanse Revolutie begon toen de
dertien Engels kolonies in Noord-Amerika zich in 1776 losmaakten van Engeland en een democratische
republiek stichtten: de Verenigde Staten van Amerika. De Franse Revolutie begon in 1789 toen het Franse volk
in opstand kwam. Frankrijk werd een constitutionele monarchie en later een republiek. Na het mislukken van
de democratie vestigde Napoleon in 1799 de alleenheerschappij. In Nederland begon in 1786 een opstand van
democratische patriotten, maar deze werd na een jaar neergeslagen. In 1795 begon de Bataafse Revolutie,
waardoor Nederland een eenheidsstaat werd met een democratische grondwet.


HOOFDSTUK 8
1. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

Omstreeks 1800 begin in Groot-Brittannië de industriële revolutie, een ingrijpende maar geleidelijke
verandering van de nijverheid die sneller, grootschaliger en goedkoper ging produceren. Door
verbeterde landbouwmethodes konden minder boeren meer voedsel produceren. Door de

, technologische vooruitgang werden ook de vervoersmogelijkheden ingrijpend verbeterd. Er
ontstond een industriële samenleving, waarin meer dan de helft van de bevolking in de steden
woonde en waarin industrie en diensten de belangrijkste beroepssectoren werden. De
industrialisatie verspreidde zich in de tweede helft van de 19e eeuw naar andere Europese landen,
de VS en Japan en in de 20e eeuw naar de rest van de wereld.

2. Discussies over de sociale kwestie

De industrialisatie leidde tot het ontstaan van de sociale kwestie: de slechte werk- en
leefomstandigheden van de arbeiders. In het maatschappelijk debat hierover kwamen verschillende
opvattingen over oorzaken en mogelijke oplossingen naar voren, variërend van niets doen tot
ingrijpen door de overheid. Arbeiders richtten vakbonden op om gezamenlijk met werkgevers te
onderhandelen over arbeidsvoorwaarden.


3. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

Door de industriële revolutie hadden de Europese landen grote behoefte aan grondstoffen en
afzetmarkten en waren ze militair superieur. In de 19e eeuw veroverden ze grote gebieden in Afrika
en Azië waar ze kolonies stichtten. Ook het Chinese keizerrijk verloor een deel van zijn
onafhankelijkheid aan koloniale mogendheden.


4. De opkomst van emancipatiebewegingen

In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen het confessionalisme en het feminisme op. Het waren
emancipatiebewegingen die een eind wilden maken aan de achterstelling van hun aanhangers:
katholieken, protestanten en vrouwen. Belangrijke resultaten van deze bewegingen waren de
invoering van gelijke financiering van openbare en bijzondere scholen in 1917 en van het algemeen
vrouwenkiesrecht in 1919.

5. Voortschrijdende democratisering met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces

In de 19e eeuw nam bijna overal in Europa de volksinvloed toe, maar in sommige landen ging
democratisering veel verder dan in andere. In Groot-Brittannië en Nederland slaagde de
democratisering; in Duitsland mislukte deze. Vanaf 1815 had Nederland een constitutionele
monarchie. In 1848 kwam er een parlementair stelsel, waarna het beperkte mannenkiesrecht in
stappen werd uitgebreid tot de invoering van algemeen mannenkiesrecht in 1917. Met de invoering
van algemeen vrouwenkiesrecht in 1919 werd Nederland een parlementaire democratie.

6. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme

Vanaf 1815 ontstonden politieke stromingen als het liberalisme, nationalisme en socialisme, die
zich verzetten tegen de conservatieve monarchieën. Door de opkomst van de burgerij en de
arbeidersklasse groeide hun invloed.




HOOFDSTUK 9
1. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

Door de verbeterde communicatiemiddelen in de industriële samenleving kwamen in het begin van de 20e
eeuw massapropaganda en massaorganisaties tot ontwikkeling. In de totalitaire staten was de propaganda
alomtegenwoordig en moest iedereen lid worden van massaorganisaties.


2. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme

Na de Eerste Wereldoorlog werden de ideologieën van het communisme, fascisme en nationaalsocialisme in
praktijk gebracht in de Sovjet-Unie, Italië en Duitsland. In deze totalitaire staten wilde de overheid een totale

, controle van de maatschappij, inclusief het denken en doen van alle mensen. Kenmerkend voor het systeem
waren brute onderdrukking en verheerlijking van de leide

3. De crisis van het wereldkapitalisme

De jaren 1920 waren een tijd van optimisme, bloeiend kapitalisme en een groeiende de wereldeconomie, maar
in 1929 ontstond in de VS een economische crisis. Door de internationale economische banden liep deze in
veel landen uit op een langdurige en diepe depressie met massale werkloosheid en armoede. In een aantal
landen reageerden regeringen op de crisis door te bezuinigen op hun uitgaven. Andere regeringen bestreden
de crisis door in te grijpen in de economie, zoals het met geld scheppen van werkgelegenheid.

4. Het voeren van twee wereldoorlogen

Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren het nationalisme, militarisme en de wapenwedloop in
de voorafgaande jaren. Duitsland en Oostenrijk (de centralen) bestreden Groot- Brittannië̈, Frankrijk, Rusland
en de VS (de geallieerden). Door de langdurige loopgravenoorlog en het gebruik van moderne wapens kwamen
negen miljoen soldaten om. Bij de Vrede van Versailles werd Duitsland zwaar gestraft. Het verloor grondgebied
en al zijn kolonies en kreeg hoge herstelbetalingen opgelegd. De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werd in
Europa veroorzaakt door Hitler, die de bepalingen van de Vrede van Versailles ongedaan wilde maken. Na de
Duitse opmars en veroveringen in heel Europa werden de Duitse troepen teruggedrongen door de geallieerde
legers van Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en de VS. Na de Japanse opmars en veroveringen in Azië werden de
Japanse legers teruggedrongen door de VS. In de Tweede Wereldoorlog kwamen 27 miljoen soldaten om.

5. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden

De nazi’s hingen een nieuw racistisch antisemitisme aan. Ze wakkerden het eeuwen oude antisemitisme in
Duitsland aan. Na de machtsovername van Hitler in 1933 werden joden systematisch getreiterd en
gediscrimineerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog besloten de nazi's om alle joden in Europa te vermoorden.
Joden werden verzameld in wijken en kampen en werden afgevoerd naar vernietigingskampen in Polen. Tijdens
de Holocaust werden zes miljoen joden vermoord. Ook Roma en Sinti werden vervolgd en massaal vermoord.

6. De Duitse bezetting van Nederland

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd het leven onder de nazidictatuur steeds
moeilijker. Van de Nederlanders collaboreerde een klein deel met de bezetters; een klein deel kwam actief in
verzet. De meeste Nederlanders pasten zich voortdurend aan de nieuwe omstandigheden aan. Terwijl de nazi's
steeds harder optraden, werden de anti-Duitse gevoelens sterker. Van de 160 000 joodse Nederlanders werden
er meer dan 100 000 door de nazi's vermoord.

7. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de
burgerbevolking bij oorlogvoering

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden aan het thuisfront vrouwen en ouderen ingezet om de productie op
gang te houden. In frontgebieden richtten soldaten met moderne wapens ongekende verwoestingen aan. Door
de oorlog stierven een miljoen burgers. De Tweede Wereldoorlog was nog meer een totale oorlog dan de
Eerste. Soldaten begingen veel wreedheden en richtten met massavernietigingswapens nog grotere
verwoestingen aangericht. Door deze oorlog stierven 27 miljoen burgers.

8. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme

Het nationalisme kwam op doordat inheemse jongeren Europees onderwijs kregen, waardoor ze westerse
ideeën leerden kennen, en werd versterkt door de Eerste Wereldoorlog waarin Fransen en Britten soldaten uit
kolonies nodig hadden. Met hun non-coöperatie dwongen ze de Britten tot verdere onderhandelingen.
HOOFDSTUK 10
1. De verdeling van twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende
dreiging van een atoomoorlog

De Tweede Wereldoorlog was nauwelijks voorbij toen een nieuw wereldwijd conflict ontstond: de Koude Oorlog,
waarin een toestand van permanente vijandschap tussen de VS en de Sovjet-Unie begon. Midden in Europa
kwam een ondoordringbaar ‘ijzeren gordijn’. In de westerse bezettingszones kregen de Duitsers in 1949 weer
een eigen staat: de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). In de sovjetzone stichtten de communisten de Duitse
Democratische Republiek (DDR). Er ontstond uiteindelijk ook een wapenwedloop: beide landen gingen zich
steeds meer bewapenen om het machtsevenwicht te handhaven en de ander militair te kunnen overtreffen. De
‘oorlog’ wordt daarom ook wel Koude Oorlog genoemd, omdat men nooit direct met elkaar gevochten.


2. De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werden veel koloniën onafhankelijk, het eerst gebeurde dit in Azië.
Daarbij speelde ook een rol dat Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot deel van Oost-Azië had

Document information

Level
School year
5
Uploaded on
September 27, 2022
Number of pages
33
Written in
2021/2022
Type
Summary
$6.25

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions