- Opdracht ethisch reflecteren: 12/20
- Meerkeuze-examen: 8/20
Deontologie
Les 1: 3 luiken
Moreel dilemma: Een omstandigheid waarin morele verplichtingen van een persoon (lijken te)
vereisen dat hij twee verschillende, maar incompatibele handelingen stelt, zodat het onmogelijk is
om alle vereiste handelingen te stellen
→ intuïtief aangevoeld en gewrongen gevoel
→ aan de basis liggen enkele normen/waarden die in het specifieke geval niet met elkaar te
verenigen zijn (bv. beroepsgeheim, maar niet willen liegen tegen ouders)
Morele waarde: zaak waarvan men vindt dat ze goed, belangrijk of nastrevenswaardig is
Morele norm: gedragsregel met een bepaald draagvlak in de groep
Moreel dilemma: Wat zou ik moeten doen?
Praktisch dilemma: Ik weet wat ik moet doen, maar hoe?
Criteria voor moreel dilemma:
- Minstens 2 alternatieven waaruit gekozen moet worden
- Concrete mogelijkheden waaruit je moet kiezen
- Alternatieven hebben te maken met waarden en normen, het gaat dus niet om de vraag hoe je iets
moet aanpakken
- Een dilemma voor jou als psychologisch consulent, het is bovendien een dilemma voor een concreet
individu (niet voor psychologisch consulenten in het algemeen)
3 domeinen in de broepsethiek
1. Juridisch luik (plichtenleer)
Richtlijnen en plichten
,5 basisprincipes: beroepsgeheim en discretieplicht, respect voor de waardigheid van een cliënt,
verantwoordelijkheid, competentie, integriteit
Minderjarigen
→ decreet rechtspositie minderjarigen in de integrale jeugdhulp
→ rechten van de minderjarigen
Wet patiëntenrechten
Wet op de privacy & AVG (bewaren en bewerken van informatie)
Belang juridisch luik:
- Duidelijkheid over rechten en plichten voor alle partijen
- Bescherming van cliënten
- Biedt houvast
MAAR wetten en regels:
- ‘Lopen achter de feiten aan’ (pas nadat er problemen zijn geweest)
- Kunnen nooit op alle situaties worden toegepast
- Impliceren vaak een conflictsituatie (ipv samenwerking)
2. Moreel luik
Waarden en normen → kritisch nadenken hierover = ethische reflectie
Moraalfilosofie: explicitering en fundering van normen en waarden
Ethische theorieën benadrukken:
- Ofwel: de intentie/motivatie (Immanuel Kant)
- Ofwel: gevolgen van handeling (utilitarisme)
Belang moreel luik:
- Motiveert tot ethisch handelen
- Opbouwen professionele basisattitude
3. Psychologisch luik
Invloed van de werkrelatie + de problematiek
Praktische uitvoering:
,- Hoe breng je in de praktijk wat je besloten hebt?
- Op welke manier communiceer je dat aan de cliënt?
- Naar welke organisatie kan ik doorverwijzen?
Voor de cliënt: hoe beslissing wordt meegedeeld > wat beslissing is
Conclusie
Het juridische overschaduwt soms
→ morele overtuigingen = ‘puur subjectief’
→ praktische/psychologische kant: verondersteld dat iedereen hetzelfde doet
3 domeinen zijn even belangrijk + komen terug in casusuitwerking:
- Welke wetten en regels zijn hier van toepassing?
- Wat vind ik hier zelf van?
- Hoe pak ik het praktisch aan?
Casusuitwerking
1. Het herkennen van een ethisch dilemma
2. Een goed zicht krijgen op de casus
3. Morele principes expliciteren
4. Alternatieven formuleren
5. Andere perspectieven onderzoeken (juridisch luik)
6. Alternatieven afwegen (psychologisch luik)
Les 2: deontologische besluitvorming
, Stappen lopen in de praktijk niet altijd in deze volgorden (stappen beïnvloeden elkaar vaak = iteratief
proces)
Elementen
1. Herken en kies een dilemma
2. De situatie en de betrokkenen in kaart brengen
3. Het morele dilemma kernachtig duiden
4. Alternatieven formuleren
5. Andere perspectieven onderzoeken
6. Alternatieven afwegen, kiezen, uitvoeren en evalueren
1. Herken en kies een dilemma
Lastig om te bepalen wat de beste/betere/minst slechte keuze is
Persoonlijke of beroepsethische normen die niet met elkaar te verenigen zijn
Vaak intuïtief aangevoeld en men zit ‘gewrongen’ met de situatie
2. De situatie en de betrokkenen in kaart brengen
Situatie:
- Heb ik voldoende informatie? (setting, leeftijd, context…)
- Scheiding van feit en waarde (wees bewust van je klinische blik en van je waarden)
Voorbeeld: