Adaptatiefase (0-6 maanden); Homeostase vs disregulatie; Kerntaak = reguleren
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Fysiologische aanpassing
- Sensorische integratie
- Arousal – regulatie
- Integratie van tijd en ruimte
Adaptief gedrag:
- Regulatie van fysiologische functies
- Ritme van activiteit – inactiviteit
- Excitatie – relaxatie
- Hechtingsgedrag
Maladaptief gedrag:
- Problemen met fysiologische regulatie (ademhaling, spijsvertering, …)
- Problemen met sensorische registratie
- Zelfverwondend gedrag
- Teruggetrokkenheid
De Draad van Vignero: De draad trekken
1. Spoor: succesvol structuur brengen in tijd en ruimte
2. Poort: vormgeven aan emoties
3. Actie-reactie: oogcontact en reactie
4. Samen doen: activiteiten waarbij de verwachtingen van dien aard zijn dat ze niet kunnen mislukken
VINO:
1. Afstand en nabijheid: WE-identiteit, samen zijn, grote beschikbaarheid
2. Structuur en grenzen: basisveiligheid, vertrouwdheid, vast ritme
3. Activiteiten: staan in het teken van prikkelregulering + rust en ontspanning
4. Communicatie: individuele benadering
5. Bij probleemgedrag: emotioneel neutraal, geen confrontatie, agressie = teken van niet aankunnen
Socialisatiefase (6-18 maanden); Vertrouwen vs wantrouwen;Kerntaak = cirkelen
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Toegenomen sociale gerichtheid
- Hechting, basale veiligheid
- Symbiose
- Angst bij scheiding
- Transitioneel object
Adaptief gedrag:
- Hechting aan een bepaalde persoon
- Sociale spelletjes met anderen
- Imitatiegedrag
- Exploratiegedrag
Maladaptief gedrag:
- Protestgedrag
- Apathie
- Agressiviteit tegenover de hechtingsfiguur
- Snelle wisselingen van stemming
- Zelfverwondend gedrag bij hoge frustraties
De Draad van Vignero: cirkelen en een lus leggen
1. De hechte draad: cirkelen. Geef zelf vorm aan de aandacht die de cliënt vraagt. Jij bent diegene die bepaalt: je gaat zelf rond de cliënt
cirkelen, niet als reactie op zijn aandacht vraag maar gestuurd vanuit jouw programma (nabijheid bieden).
2. De lus leggen. Naast het “cirkelen” rond de cliënt wordt de draad doorgegeven aan anderen die cirkelen rond de cliënt. Zo ontstaat een
emotionele hiërarchie. De cliënt leert onderscheid te maken tussen zichzelf en belangrijke anderen. De lus kan men onderscheiden in:
bijtanken, doorgeven, “nu even niet” (ruimte creeëren).
VINO:
1. Afstand en nabijheid: WE-dentity, emotionele beschikbaarheid, helpen overbruggen, transitioneel object, holding & containment
2. Structuur en grenzen: begrenzen om veiligheid te bieden, preventief werken
3. Activiteiten: eenvoudig, terugkerend, nadruk op de relatie
4. Communicatie: bevestiging van de relatie, opgelet voor overschatting van verbale signalen, hier en nu
5. Bij probleemgedrag: is meestal angst, aftasten hoe stevig de relatie is, onvoorwaardelijke acceptatie, weinig confrontatie, emotioneel
neutraal.
Individuatiefase (18-36 maanden); Autonomie vs afhankelijkheid; Kerntaak = spel
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Afstand (seperatie-individuatie)
- Interesse leeftijdsgenoten
- Begin IK (egocentrisch, “neen”)
- Invloed op de omgeving
- Zelfdifferentiatie
Adaptief gedrag:
- Eigen wil aan anderen duidelijk maken
- Eerst negatief / koppig / destructief alvorens constructief
- Explorerend
Maladaptief gedrag:
- Constant om aandacht vragen
- Koppig en negativistisch
- Overbeweeglijk, chaotisch
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Fysiologische aanpassing
- Sensorische integratie
- Arousal – regulatie
- Integratie van tijd en ruimte
Adaptief gedrag:
- Regulatie van fysiologische functies
- Ritme van activiteit – inactiviteit
- Excitatie – relaxatie
- Hechtingsgedrag
Maladaptief gedrag:
- Problemen met fysiologische regulatie (ademhaling, spijsvertering, …)
- Problemen met sensorische registratie
- Zelfverwondend gedrag
- Teruggetrokkenheid
De Draad van Vignero: De draad trekken
1. Spoor: succesvol structuur brengen in tijd en ruimte
2. Poort: vormgeven aan emoties
3. Actie-reactie: oogcontact en reactie
4. Samen doen: activiteiten waarbij de verwachtingen van dien aard zijn dat ze niet kunnen mislukken
VINO:
1. Afstand en nabijheid: WE-identiteit, samen zijn, grote beschikbaarheid
2. Structuur en grenzen: basisveiligheid, vertrouwdheid, vast ritme
3. Activiteiten: staan in het teken van prikkelregulering + rust en ontspanning
4. Communicatie: individuele benadering
5. Bij probleemgedrag: emotioneel neutraal, geen confrontatie, agressie = teken van niet aankunnen
Socialisatiefase (6-18 maanden); Vertrouwen vs wantrouwen;Kerntaak = cirkelen
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Toegenomen sociale gerichtheid
- Hechting, basale veiligheid
- Symbiose
- Angst bij scheiding
- Transitioneel object
Adaptief gedrag:
- Hechting aan een bepaalde persoon
- Sociale spelletjes met anderen
- Imitatiegedrag
- Exploratiegedrag
Maladaptief gedrag:
- Protestgedrag
- Apathie
- Agressiviteit tegenover de hechtingsfiguur
- Snelle wisselingen van stemming
- Zelfverwondend gedrag bij hoge frustraties
De Draad van Vignero: cirkelen en een lus leggen
1. De hechte draad: cirkelen. Geef zelf vorm aan de aandacht die de cliënt vraagt. Jij bent diegene die bepaalt: je gaat zelf rond de cliënt
cirkelen, niet als reactie op zijn aandacht vraag maar gestuurd vanuit jouw programma (nabijheid bieden).
2. De lus leggen. Naast het “cirkelen” rond de cliënt wordt de draad doorgegeven aan anderen die cirkelen rond de cliënt. Zo ontstaat een
emotionele hiërarchie. De cliënt leert onderscheid te maken tussen zichzelf en belangrijke anderen. De lus kan men onderscheiden in:
bijtanken, doorgeven, “nu even niet” (ruimte creeëren).
VINO:
1. Afstand en nabijheid: WE-dentity, emotionele beschikbaarheid, helpen overbruggen, transitioneel object, holding & containment
2. Structuur en grenzen: begrenzen om veiligheid te bieden, preventief werken
3. Activiteiten: eenvoudig, terugkerend, nadruk op de relatie
4. Communicatie: bevestiging van de relatie, opgelet voor overschatting van verbale signalen, hier en nu
5. Bij probleemgedrag: is meestal angst, aftasten hoe stevig de relatie is, onvoorwaardelijke acceptatie, weinig confrontatie, emotioneel
neutraal.
Individuatiefase (18-36 maanden); Autonomie vs afhankelijkheid; Kerntaak = spel
Ontwikkelingstaken/basale emotionele behoeften:
- Afstand (seperatie-individuatie)
- Interesse leeftijdsgenoten
- Begin IK (egocentrisch, “neen”)
- Invloed op de omgeving
- Zelfdifferentiatie
Adaptief gedrag:
- Eigen wil aan anderen duidelijk maken
- Eerst negatief / koppig / destructief alvorens constructief
- Explorerend
Maladaptief gedrag:
- Constant om aandacht vragen
- Koppig en negativistisch
- Overbeweeglijk, chaotisch