• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages
Summary

Samenvatting E-modules Externe beïnvloeding celfunctie

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages

Samenvatting van de e-modules van het vak EBC

Content preview

Modules EBC
Module 1:
Farmacodynamiek:
De invloed die een farmacon uitoefent op het lichaam.
G-protein receptor bestaat uit een alfa beta en gamma gedeelte. In zijn inactieve vorm heeft
het ook GDP. Wanneer er een ligand bindt, wordt GDP GTP. Die GTP kan dan weer binden
aan andere eiwitten, waardoor er een respons ontstaat. Er zijn 3 soorten:
Gs: stimuleert adenylyl cyclase en zorgt voor meer cAMP
Gi: remt adenylyl cyclase en zorgt voor minder cAMP
Gq: activeert fosforlipases c  PLC
PLC activeert DAG en IP3. DAG activeert kinases en IP3 zorgt voor intracellulaire afgifte van
calcium.
Bij enzym linked receptor zijn er ook extracellulaire interacties met het ligand. Bij binding
van het ligand wordt er een dimeer gevormd. Daarna wordt de receptor actief doordat het
gefosforyleerd wordt, waarbij ATP omgezet wordt in ADP. Eiwitten binden hieraan en
veranderen van vorm, waardoor er een signaal doorgegeven wordt.
Intracellulaire receptor zorgt na binding van een ligand voor expressie van bepaalde genen
die coderen voor specifieke eiwitten.
Bij te veel signalen kunnen receptoren uit het celmembraan gehaald worden. Bij te weinig
signalen zullen er juist meer receptoren in het celmembraan komen.
Agonist en antagonisten:
Een agonist kan het maximale effect produceren wat hetzelfde is als het effect geproduceerd
door het ligand wat al in het lichaam aanwezig is. Als het niet voor het maximale effect kan
zorgen terwijl alle receptoren bezet zijn, noem je het een partiële agonist.
Een antagonist kan binden aan de receptor en blokkeert het dan. Als ze beide aan dezelfde
receptor binden noem je het een competitieve antagonist. Bij een competitieve antagonist is
dus meer van de agonist nodig om het maximale effect te bereiken. Het maximale effect is
hetzelfde maar EC50 is hoger.
Een non-competitieve antagonist bindt wel aan de receptor en blokkeert hem, maar de
agonist kan nog steeds binden. EC50 blijft hierdoor hetzelfde, maar het maximale effect
wordt lager.
Dosis/effect grafieken:
De therapeutische index helpt je om te meten of een drug veilig genoeg is voor behandeling.
Het laat zien wat de relatie is tussen de concentratie die zorgt voor het nadelige effect en de
concentratie die zorgt voor het gewenste effect. Hierbij doe je EC50nadelig/EC50gewenst
(toxic/therapeutisch). Hoe hoger de index hoe veiliger de drug. Als de effectiviteit en de
lethale grafieken niet parallel zijn, kan de TI misleidend zijn.

, Therapeutische window is het bereik van de bloedspiegel waarin het medicijn het gewenste
effect produceert zonder de gevreesde toxiciteit. Dus het verschil tussen de concentratie van
het minimale gewenste effect tot het minimale nadelige effect.
De safety margin is het verschil tussen het maximale gewenste effect en het minimale
nadelige effect. Hierbij gebruik je de nieuw – oud formule, waarbij het nadelige effect nieuw
is en het gewenste effect oud.
Potentie is een index voor de concentratie die nodig is voor een bepaald effect. Bij hoge
potentie is dus weinig van de drug nodig en EC50 wordt dan lager.
Efficacy is het maximale effect wat bereikt kan worden. De Emax en EC50 zijn bij elke drug
verschillend.
Een injectie geeft een sneller effect dan pillen. Bij meerdere dosering van dezelfde
hoeveelheid pillen achter elkaar, zal de maximale concentratie van de stof na elke dosering
toenemen. Bij meerdere dosering en als eerste dosering meer dan de andere blijft de
maximum concentratie hetzelfde, omdat je eerder de therapeutische window bereikt.
Hoe steiler de helling, hoe moeilijker het is om de drug te gebruiken. Drugs die op een
gemeenschappelijke receptor reageren hebben parallelle hellingen (normale en toxic bijv.).
Een kwantitatieve respons is gebaseerd op een alles of niets response. Individuele dieren
reageren op het maximaal mogelijke of reageren niet. De hoeveelheid is niet uitgedrukt in de
intensiteit van het effect, maar in de frequentie waarin de hoeveelheid het alles of niets
respons produceert.

Document information

Study
Uploaded on
August 1, 2022
Number of pages
12
Written in
2021/2022
Type
Summary
$6.24

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
annereniers
4.0
(4)
Sold
17
Followers
10
Items
53
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions