• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 2 pages
Summary

Samenvatting dierkunde

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 2 pages

Omwille van de specifieke verschillen bij dieren gebruikt voor voedselproductie, met name vissen, pluimvee en enkele zoogdieren, worden volgende stelsels vooral in detail besproken bij nutsdieren: steun en beweging, spijsvertering, voortplanting en het immuunstelsel. Hierbij wordt bijzondere aandacht gegeven aan het principe van voederconversie en onderhoudsmetabolisme. De reproductie wordt vergeleken tussen ovipare vissen, vogels en vivipare zoogdieren en huidige methodes voor veredeling en selectie van nutsdieren worden aangehaald. Binnen elk van de stelsels is ook aandacht voor de diversiteit bij invertebraten en vertebraten.

Content preview

Ex-examenvragen endocrien systeem
1. Welke van deze hormonen wordt in de bijnierschors gemaakt?
a. ADH (antidiuretisch hormoon)
b. Glucocorticoïden (cortisol)
c. Mineralocorticoïden (aldosterone)
d. B en C



2. Geef een endocriene klier die wordt beïnvloed door de hypofyse en leg deze uit. Geef er iij die niet onder
invloed staan van de hypofyse
 Gonaden onder invloed: productie LH en FSH
o LH: stimuleert ovulatie, vormt het geel lichaam (bij vrouwen); stimuleert secretie testosteron (bij
mannen)
o FSH: stimuleert vorming zaadcellen bij mannen en eicellen bij vrouwen
 Niet onder invloed: lever produceert insuline en glucagon
o Insuline: verlaagt bloed-glucose level èopmaak glucogeen
o Glucagon: verhoogt bloed-glucose level è afbraak glycogeen in lever
 Verschil endocriene en exocriene klier
o Endocrien: gespecialiseerd in secretie hormonen
o Exocrien: secreteren producten zoals speeksel in kanaal voor transport naar buitenwereld



3. Leg de werking van het endocrien systeem kort uit. (max 1 bladzijde)

Het endocriene systeem of hormoonstelsel ziet toe op de hormonale huishouding in een organisme. Bij mensen
wordt dit aangestuurd door de hypofyse (een klein deel in de hersenen). De hypofyse geeft bepaalde hormonale
organen of klieren een signaal door signaalstoffen. Deze klieren geven op hun beurt hun hormonen in de bloedbaan
af. Via het bloed worden de hormonen dan getransporteerd naar de doelwitorganen.

De hormonen die door de klieren worden afgegeven hebben ook weer een remmend effect op de afgifte van de
relevante signaalstoffen door de hypofyse. Hierdoor ontstaat een soort evenwicht. Het endocriene stelsel werkt zo
met het zenuwstelsel samen om de activiteit van organen en fysieke systemen te reguleren.

De hormoonhuishouding speelt een cruciale rol bij onder andere de aansturing van emoties, driften, de stimulering
van groei en herstel van spieren en weefsels, seksuele ontwikkeling, regulering van lichaamstemperatuur en het
metabolisme.

De klieren zijn in twee groepen te onderscheiden: uitsluitend endocriene klieren en klieren die gecombineerd endo-
en exocrien zijn (èDeze klieren scheiden de hormonen zowel direct af in de bloedsomloop (endocrien) als buiten het
lichaam of in het spijsverteringskanaal (exocrien)).

Het endocriene systeem geeft dus hormonen af aan het bloed. Neem bijvoorbeeld het hormoon adrenaline. Het is in
een gevaarlijke situatie belangrijk dat er adrenaline wordt aangemaakt. Dit zorgt ervoor dat het hart sneller gaat
kloppen en men alerter wordt. Iemand kan dus snel vluchten of vechten, dit heet een 'vecht-of-vluchtreactie'. Als er
steeds maar meer adrenaline zou worden gemaakt, zou dat niet goed zijn voor je gezondheid. Het is daarom
belangrijk dat de productie van het hormoon wordt gestopt. Dit wordt gedaan met een systeem dat 'tegenkoppeling'
of 'negatieve terugkoppeling' wordt genoemd. Dit houdt in dat het proces wordt gestopt door het product dat is
gemaakt. Als er dus bijvoorbeeld te veel adrenaline is aangemaakt, zullen sympatische zenuwen minder impulsen
sturen naar de medulla van de bijnier, die dit aanmaakt, en deze zal stoppen met het produceren van adrenaline en
wordt de concentratie weer minder.

Men kent hydrofiel hormonen en lipofiele hormonen: de eerste heeft eerder een snelle maar kortstondige werking,
en ze binden op membraanreceptoren. terwijl lipofiele hormonen de cel binnen gaan en de eiwitsynthese
beinvloeden—tragere maar langere werking.

Connected book
 image
Peter Raven, George Johnson ISE Biology
Publisher: Unknown ISBN: 9781260565959 Edition: 12

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
July 11, 2022
Number of pages
2
Written in
2021/2022
Type
Summary
Free
Download

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
caramestdag
4.4
(8)
Sold
136
Followers
37
Items
74
Last sold
2 days ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions