Virusmetingen
Opstel van virussen
Introductie
Vroegste test gericht op de besmettelijkheid v/d deeltjes
REDEN: Werden in eerste instantie herkend aan hun infectiviteit
2 types om virussen te detecteren:
Biologisch: Hoe goed partikels kunnen infecteren Plaque-test en eindpunttitratiemethode
Fysisch: Telt de viruspartikels Elektronenmicroscoop en immunologische methoden
Breed bereik P/IU (= Particles/Infectious units) ratios :
Poliovirus : 30 -1 000 Ratio 30 : 30 partikels, dan maar 1 infectieus
Adenovirus : 20 – 100
Papilloma virus : 10^4
Varicella-zoster virus : 4 * 10^4
Herpes simplex virus : 50 – 200
Semliki Forest virus : 1 – 2 Zo goed als elk partikel is functioneel
Meten van infectie-units
Virus titer = Concentratie v/e virus in een sample
1. Seriële verdunningen doen van het virus dat in de gastheercelculturen, kippenembryo’s of
laboratoriumdieren geïnfecteerd wordt Controleren op tekenen van vermenigvuldiging
Logaritmische schaal! 10-voudige verdunningsreeks
Meestal tot 10^-7 gaan WANT we weten dat de meesten virussen geen virussen meer maken op
dit punt
Daarna overbrengen op een celcultuur Cytopatisch effect!
2. Cytopathisch effect: cel-cel fusie
= Tekenen van virale infectie
Cel die geïnfecteerd is met virus zal virale eiwitten op oppervlakte tot expressie
brengen MAAR sommige eiwitten zijn fusie-eiwitten kan binden met cel en zo
fussioneren met andere cel
, 3. Inoculatie van het virus in geëmbryoneerde eieren
= Verdunningsreeksen in eieren spuiten
OPM:
Afhankelijk van waar de virus werd ingespoten, daar beter groeien
Tijdperk voor de celculturen! Virussen op deze manier laten groeien
MAAR niet efficiënt en niet ethisch Ontstaan van celculturen
4. Plaque-assay
Elke verdunning op welletje brengen Kijken op welke verdunning we een aantal plaques krijgen
Plaque = Een gat in de celcultuur Blauwe kleurstof enkel waar nog cellen aanwezig zijn
1 partikel dat ooit 1 cel geïnfecteerd heeft en verder is gaan verspreiden naar de
omliggende cellen
Opstel van virussen
Introductie
Vroegste test gericht op de besmettelijkheid v/d deeltjes
REDEN: Werden in eerste instantie herkend aan hun infectiviteit
2 types om virussen te detecteren:
Biologisch: Hoe goed partikels kunnen infecteren Plaque-test en eindpunttitratiemethode
Fysisch: Telt de viruspartikels Elektronenmicroscoop en immunologische methoden
Breed bereik P/IU (= Particles/Infectious units) ratios :
Poliovirus : 30 -1 000 Ratio 30 : 30 partikels, dan maar 1 infectieus
Adenovirus : 20 – 100
Papilloma virus : 10^4
Varicella-zoster virus : 4 * 10^4
Herpes simplex virus : 50 – 200
Semliki Forest virus : 1 – 2 Zo goed als elk partikel is functioneel
Meten van infectie-units
Virus titer = Concentratie v/e virus in een sample
1. Seriële verdunningen doen van het virus dat in de gastheercelculturen, kippenembryo’s of
laboratoriumdieren geïnfecteerd wordt Controleren op tekenen van vermenigvuldiging
Logaritmische schaal! 10-voudige verdunningsreeks
Meestal tot 10^-7 gaan WANT we weten dat de meesten virussen geen virussen meer maken op
dit punt
Daarna overbrengen op een celcultuur Cytopatisch effect!
2. Cytopathisch effect: cel-cel fusie
= Tekenen van virale infectie
Cel die geïnfecteerd is met virus zal virale eiwitten op oppervlakte tot expressie
brengen MAAR sommige eiwitten zijn fusie-eiwitten kan binden met cel en zo
fussioneren met andere cel
, 3. Inoculatie van het virus in geëmbryoneerde eieren
= Verdunningsreeksen in eieren spuiten
OPM:
Afhankelijk van waar de virus werd ingespoten, daar beter groeien
Tijdperk voor de celculturen! Virussen op deze manier laten groeien
MAAR niet efficiënt en niet ethisch Ontstaan van celculturen
4. Plaque-assay
Elke verdunning op welletje brengen Kijken op welke verdunning we een aantal plaques krijgen
Plaque = Een gat in de celcultuur Blauwe kleurstof enkel waar nog cellen aanwezig zijn
1 partikel dat ooit 1 cel geïnfecteerd heeft en verder is gaan verspreiden naar de
omliggende cellen