Scheikunde samenvatting - H13
Polymeer = groot molecuul opgebouwd uit kleinere moleculen (= monomeren).
Copolymeer = polymeer dat ontstaat uit verschillende monomeren.
Additiereactie = moleculen worden aan elkaar gebonden m.b.v. dubbele/drievoudige
binding die openspringt, waardoor atoom dat eerst dubbele binding had, binding kan
aangaan met ander atoom.
Additiepolymerisatie:
• Initiatie - propagatie - terminatie
• Monomeereenheid = repeterende eenheid in polymeerketen.
Hydrolysereactie = reactie waarbij molecuul, door reactie met water, in twee kleinere
moleculen splitst.
Condensatiereactie = reactie waarbij uit twee moleculen één groter molecuul wordt
gevormd en een klein molecuul wordt afgesplitst.
Condensatiepolymerisatie:
• Alkaanzuur + alkanol / alkaanamine
• Extra reactieproduct: water
Esterbinding = binding tussen alcohol- en zuur-monomeer.
Polyesters = condensatiepolymeren van monomeren met esterbindingen.
• Kenmerkend: -C=OOC-groep
• Monomeren kunnen dizuur en diol, of hydroxyzuur zijn
Amidebinding = binding tussen amine- en zuur-monomeer.
Polyamide = condensatiepolymeer van monomeren met amidebindingen.
• Kenmerkend: -C=ONH-groep
• Monomeren kunnen dizuur en diamide, of aminozuur zijn
Thermoplast= kunststof die bij zacht wordt bij verwarmen (plastics).
• Moleculen zijn lange losse polymeerketens > worden bij elkaar gehouden door
vanderwaalsbindingen
• Weinig bewegingsvrijheid
• Verwarming > moleculen bewegen harder > vanderwaalsbindingen breken >
kunststof wordt zacht
Polymeer = groot molecuul opgebouwd uit kleinere moleculen (= monomeren).
Copolymeer = polymeer dat ontstaat uit verschillende monomeren.
Additiereactie = moleculen worden aan elkaar gebonden m.b.v. dubbele/drievoudige
binding die openspringt, waardoor atoom dat eerst dubbele binding had, binding kan
aangaan met ander atoom.
Additiepolymerisatie:
• Initiatie - propagatie - terminatie
• Monomeereenheid = repeterende eenheid in polymeerketen.
Hydrolysereactie = reactie waarbij molecuul, door reactie met water, in twee kleinere
moleculen splitst.
Condensatiereactie = reactie waarbij uit twee moleculen één groter molecuul wordt
gevormd en een klein molecuul wordt afgesplitst.
Condensatiepolymerisatie:
• Alkaanzuur + alkanol / alkaanamine
• Extra reactieproduct: water
Esterbinding = binding tussen alcohol- en zuur-monomeer.
Polyesters = condensatiepolymeren van monomeren met esterbindingen.
• Kenmerkend: -C=OOC-groep
• Monomeren kunnen dizuur en diol, of hydroxyzuur zijn
Amidebinding = binding tussen amine- en zuur-monomeer.
Polyamide = condensatiepolymeer van monomeren met amidebindingen.
• Kenmerkend: -C=ONH-groep
• Monomeren kunnen dizuur en diamide, of aminozuur zijn
Thermoplast= kunststof die bij zacht wordt bij verwarmen (plastics).
• Moleculen zijn lange losse polymeerketens > worden bij elkaar gehouden door
vanderwaalsbindingen
• Weinig bewegingsvrijheid
• Verwarming > moleculen bewegen harder > vanderwaalsbindingen breken >
kunststof wordt zacht