Scheikunde samenvatting - H18
Corrosie = ongewenste aantasting van metalen (bij ijzer: roesten).
Edelheid metalen:
• Hoe sterker reductor > hoe onedeler metaal
• Edele metalen hebben hoog standaardelektrodepotentiaalOnedele metalen hebben
lage standaardelektrodepotentiaal
Mesoniveau = ordening en structuren van stoffen; wijze waarop deeltjes van
microniveau gegroepeerd zijn.
• Kristalstructuur = structuur van metaal op mesoniveau.
• Verklaring voor buigzaamheid van metalen; laag positieve metaalionen verschuift in
kristalrooster.
• Roosterfouten = verstoringen in metaalrooster door atomen van legering.
• Verschuiven van lagen in metaalkristallen wordt moeilijker.
• Door bewerken/vervormen van metaal ontstaan roosterfouten > metaal wordt
harder.
Smart material = stof waarvan je een of meer eigenschappen kunt veranderen onder
invloeden van buitenaf (bijv: nitinol).
Zelfherstellende polymeren repareer zichzelf zonder toevoeging van stoffen:
• Polymeren bevatten ongereageerde monomeren in bolletjes
• Reactie is omkeerbaar (waterstofbruggen)
Geleidend polymeer = polymeren met afwisseling van enkele en dubbele bindingen en
eventueel elektron weghalen.
• Gevoelig voor uv-straling (vooral dubbele bindingen); elektronen in atoombinding
vormen geen bindend elektronenpaar meer.
Keramisch materiaal = harde vaste stoffen met hoog smeltpunt (diamant, zouten).
• Reageren niet of nauwelijks met andere stoffen
• Bros
• Atoomrooster = atomen zijn door covalente binding in netwerk verbonden.
• Zorgt voor hardheid van stof en hoog smeltpunt
• Ionrooster = ionbinding in zout zorgt voor vastzitten van ionen.
• Ionen met dezelfde lading tegenover elkaar zorgt voor afstoting > breking van
zoutkristal
• Zorgt voor hardheid en brosheid van stof
• Slecht geleidingsvermogen
Corrosie = ongewenste aantasting van metalen (bij ijzer: roesten).
Edelheid metalen:
• Hoe sterker reductor > hoe onedeler metaal
• Edele metalen hebben hoog standaardelektrodepotentiaalOnedele metalen hebben
lage standaardelektrodepotentiaal
Mesoniveau = ordening en structuren van stoffen; wijze waarop deeltjes van
microniveau gegroepeerd zijn.
• Kristalstructuur = structuur van metaal op mesoniveau.
• Verklaring voor buigzaamheid van metalen; laag positieve metaalionen verschuift in
kristalrooster.
• Roosterfouten = verstoringen in metaalrooster door atomen van legering.
• Verschuiven van lagen in metaalkristallen wordt moeilijker.
• Door bewerken/vervormen van metaal ontstaan roosterfouten > metaal wordt
harder.
Smart material = stof waarvan je een of meer eigenschappen kunt veranderen onder
invloeden van buitenaf (bijv: nitinol).
Zelfherstellende polymeren repareer zichzelf zonder toevoeging van stoffen:
• Polymeren bevatten ongereageerde monomeren in bolletjes
• Reactie is omkeerbaar (waterstofbruggen)
Geleidend polymeer = polymeren met afwisseling van enkele en dubbele bindingen en
eventueel elektron weghalen.
• Gevoelig voor uv-straling (vooral dubbele bindingen); elektronen in atoombinding
vormen geen bindend elektronenpaar meer.
Keramisch materiaal = harde vaste stoffen met hoog smeltpunt (diamant, zouten).
• Reageren niet of nauwelijks met andere stoffen
• Bros
• Atoomrooster = atomen zijn door covalente binding in netwerk verbonden.
• Zorgt voor hardheid van stof en hoog smeltpunt
• Ionrooster = ionbinding in zout zorgt voor vastzitten van ionen.
• Ionen met dezelfde lading tegenover elkaar zorgt voor afstoting > breking van
zoutkristal
• Zorgt voor hardheid en brosheid van stof
• Slecht geleidingsvermogen