Scheikunde samenvatting - H15
Groene chemie = toepassen van duurzame ontwikkelingen in chemische industrie,
gebaseerd op 12 principes.
Atoomeconomie = massapercentage atomen van beginstoffen dat in gewenste
eindproduct komt.
= (mgewenst product / mbeginstoffen) x 100%
Rendement = praktische opbrengst als percentage van theoretische opbrengst.
= (praktische opbrengst / theoretische opbrengst) x 100%
• Synthese van meerdere reacties na elkaar: rendementen va alle stappen
vermenigvuldigen.
E-factor = hoeveelheid afval per kg product.
Q-factor = mate waarin een stof (afval) vervuilend is.
Grenswaarde = maximaal toegestane hoeveelheid van een stof in lucht op werkplek
(in mg m⁻³ of ppb).
• TGG = tijdgewogen gemiddelde (8 uur of 15 minuten)
Wet van behoud van energie: energie gaat niet verloren, maar wordt omgezet van
ene vorm in andere vorm.
• Energiebalans
• Energie-effect = ΔE = Ereactieproducten - Ebeginstoffen
• Exotherm: ΔE < 0 J
• Endotherm: ΔE > 0 J
Reactietemperatuur = temperatuur die nodig is om reactie te starten.
• Activeringsenergie = hoeveelheid energie die nodig is voor reactietemperatuur,
waardoor beginstoffen in geactiveerde toestand komen.
Vormingswarmte = hoeveelheid warmte die nodig is of vrijkomt bij vorming van één
mol stof uit de elementen.
• Vormingswarmte van element is 0.
• Reactie-energie (reactiewarmte) = hoeveelheid energie die vrijkomt of nodig is bij
reactie.
• Berekenen m.b.v. vormingswarmten van stoffen uit reactieΔE =
vormingswarmte reactieproducten - vormingswarmte beginstoffen
Reactiesnelheid s = aantal mol van bepaalde stof dat per liter reactievolume en per
seconde verdwijnt of ontstaat.
• Berekenen: aantal mol van stof dat bij reactie ontstaat of verdwijnt delen door
coëfficiënt van stof in reactievergelijking.
Groene chemie = toepassen van duurzame ontwikkelingen in chemische industrie,
gebaseerd op 12 principes.
Atoomeconomie = massapercentage atomen van beginstoffen dat in gewenste
eindproduct komt.
= (mgewenst product / mbeginstoffen) x 100%
Rendement = praktische opbrengst als percentage van theoretische opbrengst.
= (praktische opbrengst / theoretische opbrengst) x 100%
• Synthese van meerdere reacties na elkaar: rendementen va alle stappen
vermenigvuldigen.
E-factor = hoeveelheid afval per kg product.
Q-factor = mate waarin een stof (afval) vervuilend is.
Grenswaarde = maximaal toegestane hoeveelheid van een stof in lucht op werkplek
(in mg m⁻³ of ppb).
• TGG = tijdgewogen gemiddelde (8 uur of 15 minuten)
Wet van behoud van energie: energie gaat niet verloren, maar wordt omgezet van
ene vorm in andere vorm.
• Energiebalans
• Energie-effect = ΔE = Ereactieproducten - Ebeginstoffen
• Exotherm: ΔE < 0 J
• Endotherm: ΔE > 0 J
Reactietemperatuur = temperatuur die nodig is om reactie te starten.
• Activeringsenergie = hoeveelheid energie die nodig is voor reactietemperatuur,
waardoor beginstoffen in geactiveerde toestand komen.
Vormingswarmte = hoeveelheid warmte die nodig is of vrijkomt bij vorming van één
mol stof uit de elementen.
• Vormingswarmte van element is 0.
• Reactie-energie (reactiewarmte) = hoeveelheid energie die vrijkomt of nodig is bij
reactie.
• Berekenen m.b.v. vormingswarmten van stoffen uit reactieΔE =
vormingswarmte reactieproducten - vormingswarmte beginstoffen
Reactiesnelheid s = aantal mol van bepaalde stof dat per liter reactievolume en per
seconde verdwijnt of ontstaat.
• Berekenen: aantal mol van stof dat bij reactie ontstaat of verdwijnt delen door
coëfficiënt van stof in reactievergelijking.