Scheikunde samenvatting - H9
• Base kan H⁺-ion opnemen> Hierdoor ontstaat OH⁻-ion (hydroxide-ion)
• Zuur kan H⁺-ion afstaan> Hierdoor ontstaat H₃O⁺-ion (oxoniumion)
Sterke base = reageert aflopend met water.
• Oplossing van sterke base noteren als ionen die ontstaan door reactie met water.
Voorbeeld: CaO(aq) + H₂O(l) ⟶ Ca²⁺(aq) + 2 OH⁻(aq)
Zwakke base = evenwichtsreactie met water.
• Geconjugeerd zuur-basepaar = als zwakke base H⁺-ion opneemt, ontstaat zwak zuur
dat weer een H⁺-ion kan afgeven.
• Ion als zwakke base noteren als oorspronkelijke ion.
• Oplossing van moleculaire stof als zwakke base noteren als oorspronkelijke molecuul.
Voorbeeld: CH₃COO⁻(aq) + H₂O(l) ⇄ CH₃COOH(aq) + OH⁻(aq)
• Goed oplosbaar zout + sterk basisch ion:Één reactievergelijking met formule van het
zout.Voorbeeld: Na₂O(s) + H₂O(l) ⟶ 2 Na⁺(aq) + 2 OH⁻(aq)
• Slecht oplosbaar zout + sterk basisch ion:Te weinig ionen in de oplossing om reactie te
laten verlopen.
• Goed oplosbaar zout + zwak basisch ion:Twee vergelijkingen; oplosvergelijking van
zout in water + reactievergelijking van base en water.Voorbeeld: NaF(s) ⟶ Na⁺(aq)
+ F⁻(aq)
F⁻(aq) + H₂O(l) ⇄ HF(aq) + OH⁻(aq)
• Slecht oplosbaar zout + zwak basisch ion:Te weinig ionen in oplossing om reactie te
laten verlopen.
• Meerwaardige zwakke basen:Neemt één H⁺-ion op, tweede reactie noteer je niet.- Aan
lading van ion kun je zien hoeveel H⁺-ionen het kan opnemen.
Aminen zijn zwakke organische basen (-NH₂-groep).
Rekenen aan basische oplossingen:
• pOH = -log[OH⁻]
• [OH⁻] = 10⁻ᴾºᴴ
• pH + pOH = 14
Waterevenwicht:
• H₂O(l) + H₂O(l) ⇄ H₃O⁺(aq) + OH⁻(aq)
• Kw = waterconstante = [H₃O⁺][OH⁻] = 1,0·10⁻¹⁴ (bij 298 K)
• Base kan H⁺-ion opnemen> Hierdoor ontstaat OH⁻-ion (hydroxide-ion)
• Zuur kan H⁺-ion afstaan> Hierdoor ontstaat H₃O⁺-ion (oxoniumion)
Sterke base = reageert aflopend met water.
• Oplossing van sterke base noteren als ionen die ontstaan door reactie met water.
Voorbeeld: CaO(aq) + H₂O(l) ⟶ Ca²⁺(aq) + 2 OH⁻(aq)
Zwakke base = evenwichtsreactie met water.
• Geconjugeerd zuur-basepaar = als zwakke base H⁺-ion opneemt, ontstaat zwak zuur
dat weer een H⁺-ion kan afgeven.
• Ion als zwakke base noteren als oorspronkelijke ion.
• Oplossing van moleculaire stof als zwakke base noteren als oorspronkelijke molecuul.
Voorbeeld: CH₃COO⁻(aq) + H₂O(l) ⇄ CH₃COOH(aq) + OH⁻(aq)
• Goed oplosbaar zout + sterk basisch ion:Één reactievergelijking met formule van het
zout.Voorbeeld: Na₂O(s) + H₂O(l) ⟶ 2 Na⁺(aq) + 2 OH⁻(aq)
• Slecht oplosbaar zout + sterk basisch ion:Te weinig ionen in de oplossing om reactie te
laten verlopen.
• Goed oplosbaar zout + zwak basisch ion:Twee vergelijkingen; oplosvergelijking van
zout in water + reactievergelijking van base en water.Voorbeeld: NaF(s) ⟶ Na⁺(aq)
+ F⁻(aq)
F⁻(aq) + H₂O(l) ⇄ HF(aq) + OH⁻(aq)
• Slecht oplosbaar zout + zwak basisch ion:Te weinig ionen in oplossing om reactie te
laten verlopen.
• Meerwaardige zwakke basen:Neemt één H⁺-ion op, tweede reactie noteer je niet.- Aan
lading van ion kun je zien hoeveel H⁺-ionen het kan opnemen.
Aminen zijn zwakke organische basen (-NH₂-groep).
Rekenen aan basische oplossingen:
• pOH = -log[OH⁻]
• [OH⁻] = 10⁻ᴾºᴴ
• pH + pOH = 14
Waterevenwicht:
• H₂O(l) + H₂O(l) ⇄ H₃O⁺(aq) + OH⁻(aq)
• Kw = waterconstante = [H₃O⁺][OH⁻] = 1,0·10⁻¹⁴ (bij 298 K)