Examenvragen Microbiologie juni 2021
1. Benoem:
1 Gram-negatieve celwand
2 O-antigen
3 LPS
4 Lipid A
5 Buitenmembraan
6 periplasmatische ruimte
7 peptidoglycaan
8 plasmamebraan/binnenmembraan
2. Kenmerken van bacteriën herkennen:
A: Serratia marcescens, B: Proteus mirabilis, C: Klebsiella pneumonae
3.
1. Kiembuis
2. Pseudohyfe
3. Blastospore/knop
Candida
4. Welke bewering is juist?
Bij een succesvolle transformatie zal de receptorcel genetische informatie
verwerven afkomstig van een dode donorcel.
5. Welke bewering is juist?
Een fylogenetische boom stelt organismen voor op basis van hun evolutieve
verwantschap.
6. Welke bewering is juist?
De archaebacteriën zijn dichter verwant met de eukaryoten dan de eubacteriën.
1. Benoem:
1 Gram-negatieve celwand
2 O-antigen
3 LPS
4 Lipid A
5 Buitenmembraan
6 periplasmatische ruimte
7 peptidoglycaan
8 plasmamebraan/binnenmembraan
2. Kenmerken van bacteriën herkennen:
A: Serratia marcescens, B: Proteus mirabilis, C: Klebsiella pneumonae
3.
1. Kiembuis
2. Pseudohyfe
3. Blastospore/knop
Candida
4. Welke bewering is juist?
Bij een succesvolle transformatie zal de receptorcel genetische informatie
verwerven afkomstig van een dode donorcel.
5. Welke bewering is juist?
Een fylogenetische boom stelt organismen voor op basis van hun evolutieve
verwantschap.
6. Welke bewering is juist?
De archaebacteriën zijn dichter verwant met de eukaryoten dan de eubacteriën.