• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 43 pages
Summary

Samenvatting Filosofie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 43 pages

Dit is een samenvatting van de syllabus aangevuld met notities

Content preview

Filosofie

Inleiding: Wat is dat – Filosofie

- Afkomstig van de oude Grieken
- Een vraag van Martin Heidegger

- Wat betekent het dat iets is?
o Een filosofische vraag



o De vraag naar de ‘betekenis’ – niet hoe iets werkt, maar wat het is.
Vb/ wat betekent het om geen man/vrouw te zijn.?
wat betekent het om zwart te zijn in Amerika?


o Vb/ Wat is taal? Enkel communicatie?

Mens Dier
Meerduidige, dubbelzinnige communicatie 1 op 1 communicatie
Signalen kunnen op ≠ manieren geïnterpreteerd Signalen moeten niet geïnterpreteerd worden
worden

 nadenken over communicatie

Vb/ lang zal ze leven zingen voor een verjaardag vs. op palliatieve zorgen



o De mogelijkheidsvoorwaarde van iets
Vb/ een zaklamp kan alles beschijnen behalve zichzelf
De zaklamp maakt het mogelijk om het licht te maken, dus de zaklamp is de
mogelijkheidsvoorwaarde van het licht




1
Janne Bruyneel

,Filosofie
1. Filosofie is… (a) een vraag… nog (b) ruimte laten… (c) voor een
vraag.
a. Vraag als verwondering bij wat vanzelfsprekend is
Filosofie = verwondering, vragen stellen bij vanzelfsprekendheden.
- Begin van de filosofie
Thaumazein (verwondering in Grieks)
 Aristoteles gaf toe dat de filosofie begon met de verwondering. Hij
erkende dat mensen het vermogen hadden om zich dingen af te vragen,
onder de indruk te zijn van puzzels en kennis
wilde najagen.

We kunnen dingen op verschillende manieren vragen:
- Iets ondervragen. Vb. rechercheur

- Iets vragen want men ‘nog niet’ begrijpt of weet
Bv/ studenten in de les

- Vragen naar de ‘betekenis’ van iets (de zin van iets)

- Vragen naar het wezen(lijke) van de dingen (wat-heid, quidditas)
Het wezenlijke = de essentie
“De mens is een redelijk dier” – Aristoteles
Het wezen van de mens: redelijk en een dier

- Vragen óf men het kan weten – grenzen van denken en taal
Bv/ wij kunnen onmogelijk weten hoe het is om een boom te zijn, of hoe iemand
anders zich voelt. Maar we kunnen de boom wel meten en wetenschappelijke kennis
vergaren.
Taal schiet soms tekort, het heeft een grens.

-Als een zaklamp
Vragen naar de mogelijkheidsvoorwaarde van iets

b. Ruimte laten = open staan voor iets
We staan niet voor alles open
Bv/ in andere landen eten ze kat of hond
Of de besnijdenis van vrouwen

- Iets voor zich laten spreken
Bv/ iemand letterlijk laten uitspreken

- een vorm van passiviteit (iets laten aankomen)
Je laat datgene wat je observeert, zichzelf tonen
vs. wetenschappelijke benadering = actief

c. Vraagt geduld; is niet op direct resultaat gericht – uitstel
De reis zelf is belangrijker dan het doel, nu moet alles vooruitgaan.
- Bij vanzelfsprekendheden
Filosofie onderbreekt de vlotheid van vanzelfsprekendheden.



2
Janne Bruyneel

,Filosofie
- de vraag nog (durven) stellen bij evidenties
Vb/ op een vergadering waar iedereen akkoord is, toch het idee in twijfel trekken.
2. filosofie ontstaat in een bepaald sociaal klimaat
(het Antieke Griekenland van de zesde eeuw v. Chr.)
 Dit sociale klimaat was gunstig voor het opwekken van interesses:
Verschillende culturen kwamen samen en lezen en discussiëren werden belangrijk.

- Vrije mensen – Hannah Arendt (een vd eerste echte politieke filosofen), Vita Activa
Een boek waarin ze de 3 sferen in ons actieve leven beschrijft:
o Arbeid
Het werk die men verricht om in leven te blijven. Het wordt verricht in de privésfeer.

o Werken
Het werk die verricht wordt in de privé- en publieke sfeer.
Bv/ timmerman maakt iets in zijn atelier om daarna aan het publiek te tonen.

o Handelen/spreken
Dit is volledig in de publieke sfeer
Overtuigingen maakt men publiek: er ontstaat discussie (politiek)

- Democratie – de Agora
6de eeuw voor Christus = EERSTE DEMOCRATIE
In de democratie worden gesprekken gevoerd met opinies waarop je moet kunnen reageren.
Vrije mensen konden met elkaar discussiëren op de agora; het marktplein

- Discussie en dus ook reflectie moet mogelijk zijn
Men gebruikt eigen standpunten om anderen te overtuigen reflectie

- Een gesprek (zie Plato)
Hij heeft een dubbelzinnige houding tegenover het geschreven woord. Lezers interpreteren
alles anders en als de auteur er niet is, kan men geen vragen stellen.
Plato heeft geschriften nagelaten in dialoogvorm.

- Filosofie is in zekere zin politiek (examenvraag)
Democratie en filosofie ontstonden samen, maar er is een groot verschil:
- Een filosoof hoeft nooit een beslissing te nemen en kan blijven vragen stellen
- Een politicus moet wel sluitende beslissingen nemen
Filosofie heeft veel gemeen met politiek:
Discussie leidt tot reflectie. Anderen kunnen je argumenten weerleggen en zo denk je na
over je eigen standpunt.

Plato is tegen de democratie en ging op zoek naar de waarheid
Aristoteles zei het al in zijn boek Les politiques : de mens is een politiek dier




3
Janne Bruyneel

, Filosofie


De politiek & het politieke
La politique & le politique

hedendaagse commentaar van Claude Lefort:
Het politieke trekt zich voortdurend terug.
“In de democratie is de plaats van de macht leeg.” (Claude Lefort)
 Die plaats wordt tijdelijk ingevuld door de politiek (adhv het stemmen).
De democratie is een programma dat nooit af is, maar tegelijkertijd altijd bezig is zichzelf te
hervormen en te verbeteren.

= Politieke partijen (= de politiek)
= Oppositie
+
Het politieke

Het politieke wordt in de politiek betrokken aan de hand van stemmen (democratie).
De regering (de politiek) verdedigt een meerderheid van de aspecten van de bevolking, maar
ze kunnen nooit alle aspecten vertegenwoordigen (het politieke).
De mening van elke individu kan nooit volledig ingewilligd worden, men kan dus nooit
volledig tegemoetkomen aan de wil van het volk.

Plaats van de macht
Vroeger was er de monarch, maar tijdens de Franse revolutie wordt deze onthoofd. De plaats
van de macht wordt leeg en de democratie wordt ingevoerd waardoor de plaats wordt
ingenomen door de coalitiepartijen (aka de/la politiek).

Democratie is kwetsbaar
Volgende bestuursvormen zijn een bedreiging voor de democratie:

1. Totalitarisme
Totalitarisme (nazisme, communisme,…) meent het/le politieke te kunnen uitvoeren.
Maar ze sluiten echter bepaalde groepen uit (en is dus geen correcte manier van
samenleven). Hitler is op basis van democratie aan de macht gekomen en heeft direct de
democratie afgeschaft.

2. Technocratie
Een partij van experts die los van ideologieën en partijpolitieke conflicten de beste
oplossingen zoekt voor maatschappelijke problemen.

3. Populisme
De populist kiest de kant van het volk en vertegenwoordigt ‘de zwaksten’. Zet zich af tegen
de ‘elite’ want die zijn de schuld van alles.




4
Janne Bruyneel

Document information

Study
Uploaded on
May 31, 2022
Number of pages
43
Written in
2020/2021
Type
Summary
$5.77

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
jannebruyneel
1.0
(1)
Sold
8
Followers
6
Items
8
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions