• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages
Summary

Samenvatting hoofdstuk 1 celbiologie en biochemie G0m65a

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages

Samenvatting hoofdstuk 1 celbiologie en biochemie G0m65a

Content preview

Samenvatting Celbiologie:
Hoofdstuk 1
1.1 Chemische samenstelling van een cel
Definitie: Cellen zijn in essentie door een membraam, omsloten compartimenten, gevuld met sterk
geconcentreerde waterige oplossing van chemicaliën.

 Heeft een waterig milieu (polair of hydrofoob)

 Apolaire (vet- of olieachtige of hydrofobe) zones: membranen.



Het grootste deel van de chemicaliën in de cellen zijn organische verbinden (koolstofverbindingen).

 90% zijn grote tot zeer grote moleculen met honderden tot vele duizenden koolstofatomen
= MACROMOLECULEN

Namelijk: polysacchariden, lipiden, proteïnen en nucleïnezuren.

Voornaamste functies van de macromoleculen in de cel:

A. Polysacchariden
- reservefunctie (vb. zetmeel, glycogeen)
- structurele functie (vb. cellulose, chitine, mureïne in celwanden)
B. Lipiden
- reservefunctie (vb. in olie- en vetdruppels)
- structurele functie (vb. fosfolipiden in membranen)
C. Proteïnen
- enzymen: katalyseren de reacties van het metabolisme
- structurele functie
- reservefunctie
-regulatorische functie
-transport functie
D. Nucleïnezuren
- DNA: Genetisch materiaal
- RNA: komt tussen bij de expressie van het genetisch materiaal

De rest van organische verbindingen in de cel zijn kleine moleculen die ofwel als vouwstenen dienen
voor de macromoleculen, ofwel dienstdoen als tussenproducten of regulatoren van de reacties van
het metabolisme. (Molecuulgewicht tussen 100 en 1000 dalton met +- 30 koolstofatomen)



De cel bevat ook anorganische ionen (NH4+, K+, etc..). Deze oefenen een regulerende werking op de
activiteit van enzymen. Ze komen in vrij hoge concentraties voor in de cel maar de metaalionen niet.

CEL  70% water, 22% macro, 1 anorganische, 0.2 andere en de rest organische.

,1.2 Het element koolstof
C-atoom:

 Kan vier covalente bindingen vormen
 Onbeperkte lengte van ketens
 Biologische bindingen met: O, P, N, S en H
 Vormt complexe moleculen
 Dankzij koolstof zijn levende wezens ontstaan en kunnen evolueren



1.3 Onderscheid: polair- apolair
Polair stoffen

 hydrofiel of wateraantrekkend of ook wateroplosbaar

 hebben een inwendige ladingsverdeling, daardoor trekken ze gemakkelijk
watermoleculen aan die zelf een positieve en negatieve pool bezitten.

 Vb; --OH, --CHO,-COOH, -NH2

 Geladen groepen zoals -COO- en -NH3+ zijn sterk polair. Suikers ook.

Apolair stoffen

 hydrofoob of waterafstotend, lipofiel of vetoplosbaar

 lossen slecht op in water, daarentegen lossen ze wel goed op in vloeistoffen die zelf
apolair van aard zijn = organische solventen

 Hoe meer koolstoffen hoe meer apolair de stof is en hoe slechter deze in water oplost.

Voorbeelden:

- Ethanol (C2H5OH) is meer polair dan methanol (CH3OH). Propanol is nog meer apolair dan ethanol,
butanol nog meer dan propanol, enz.

- Ringstructuren bezitten uit zichzelf veel C-atomen e zijn dus meestal zeer apolair: benzeen en
fenylgroep.



De polariteit en wateroplosbaarheid van een organisch molecule wordt bepaald dor de verhouding
van het aantal polaire en apolaire groepen.

1.4 Onderscheid: stevige bindingen – zwakke bindingen

Sterke bindingen:
 Covalente binding: binding tussen atomen zoals bv. tussen C en H.

Zeer stevige binding dat slechts door enzymen kan gebroken worden.

Zwakke bindingen:

,  Ionische binding: treedt op tussen geladen groepen bv. -COO - en -NH3+. Zijn zwak omdat water
steeds in competitie optreedt met de partieel geladen polen van de watermoleculen.

 Waterstofbinding: komt tot stand doordat een H-toom gedeeld wordt tussen twee
elektronegatieve atomen (zoals O of N). Watermoleculen onder elkaar in water opgelost binden zich
zo. Zijn zwak omdat water steeds in competitie optreedt met de partieel geladen polen van de
watermoleculen.

Hydrofobe interactie: interactie/aantrekkingskracht tussen hydrofobe moleculen of groepen dat
door stand komt doordat watermoleculen voor elkaar een veel grotere aantrekking bezitten dan
voor hydrofobe moleculen. Daardoor gaan deze hydrofobe moleculen met elkaar aggregeren zodat
het contactoppervlak met het omringende water zo klein mogelijk wordt. Deze wordt nog
gestabiliseerd door de Vander Waalsbindingen (interactie tussen fluctuerende ladingsverschillen die
in alle moleculen optreden).

Kunnen spontaan gebroken worden bij gewone temperatuur.

1.5 Overzicht van de bouwstenen van de
macromoleculen en de bindingen ertussen

Document information

Study
Uploaded on
April 24, 2022
Number of pages
27
Written in
2021/2022
Type
Summary
$10.39

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
1
Items
3
Last sold
4 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions