Europa belangrijkste onderdelen.
Pijl 1: Als de bestedingen stijgen, dan stijgt de productie en stijgt de werkgelegenheid. Hierdoor daalt
de werkloosheid.
Pijl 2: Als de werkloosheid stijgt, dan is er meer aanbod van arbeid dan vraag. Het gevolg hiervan is
dat het loon (de prijs op de arbeidsmarkt) daalt. Als dat gebeurt dan dalen ook de loonkosten per
product.
Pijl 3: Als de loonkosten per product stijgen, dan wordt arbeid minder aantrekkelijk. Hierdoor zal
men de behoefte naar arbeid proberen te verminderen, door arbeid bijvoorbeeld te vervangen door
machines. Hierdoor zal de vraag naar arbeid minder worden, waardoor er meer werklozen komen.
Pijl 4: Als de arbeidsproductiviteit stijgt, dan dalen de loonkosten per product. Immers als een
arbeider € 10 per uur verdient en de arbeidsproductiviteit stijgt van 1 naar 2 producten per uur, dan
dalen de loonkosten per product van € 10 per uur naar € 5 per uur.
Pijl 5: Als de loonkosten per product stijgen, dan zullen producenten deze hogere kosten
doorberekenen in de prijzen, waardoor het binnenlands prijspeil stijgt.
Pijl 6: Als het binnenlands prijspeil stijgt, dan worden de producten in dat land minder aantrekkelijk.
Dat betekent dat de concurrentiepositie van dat land verslechtert.
Pijl 7: Als de ECB de rentetarieven verhoogt, dan wordt er minder geleend en meer gespaard,
waardoor de bestedingen dalen.
Pijl 8: Als de ECB de rentetarieven verhoogt, dan worden Europese landen aantrekkelijker om daar te
sparen, beleggen of investeren. Hierdoor zullen meer niet-Europeanen sparen, beleggen en
investeren in Europese landen. Het gevolg is dat er meer vraag is naar de Euro, hierdoor stijgt de
wisselkoers.
Pijl 9: Als de koers van de euro stijgt, dan wordt import goedkoper. Als deze lagere importprijzen
doorberekend worden in de prijs, dan daalt het binnenlands prijspeil.
Pijl 1: Als de bestedingen stijgen, dan stijgt de productie en stijgt de werkgelegenheid. Hierdoor daalt
de werkloosheid.
Pijl 2: Als de werkloosheid stijgt, dan is er meer aanbod van arbeid dan vraag. Het gevolg hiervan is
dat het loon (de prijs op de arbeidsmarkt) daalt. Als dat gebeurt dan dalen ook de loonkosten per
product.
Pijl 3: Als de loonkosten per product stijgen, dan wordt arbeid minder aantrekkelijk. Hierdoor zal
men de behoefte naar arbeid proberen te verminderen, door arbeid bijvoorbeeld te vervangen door
machines. Hierdoor zal de vraag naar arbeid minder worden, waardoor er meer werklozen komen.
Pijl 4: Als de arbeidsproductiviteit stijgt, dan dalen de loonkosten per product. Immers als een
arbeider € 10 per uur verdient en de arbeidsproductiviteit stijgt van 1 naar 2 producten per uur, dan
dalen de loonkosten per product van € 10 per uur naar € 5 per uur.
Pijl 5: Als de loonkosten per product stijgen, dan zullen producenten deze hogere kosten
doorberekenen in de prijzen, waardoor het binnenlands prijspeil stijgt.
Pijl 6: Als het binnenlands prijspeil stijgt, dan worden de producten in dat land minder aantrekkelijk.
Dat betekent dat de concurrentiepositie van dat land verslechtert.
Pijl 7: Als de ECB de rentetarieven verhoogt, dan wordt er minder geleend en meer gespaard,
waardoor de bestedingen dalen.
Pijl 8: Als de ECB de rentetarieven verhoogt, dan worden Europese landen aantrekkelijker om daar te
sparen, beleggen of investeren. Hierdoor zullen meer niet-Europeanen sparen, beleggen en
investeren in Europese landen. Het gevolg is dat er meer vraag is naar de Euro, hierdoor stijgt de
wisselkoers.
Pijl 9: Als de koers van de euro stijgt, dan wordt import goedkoper. Als deze lagere importprijzen
doorberekend worden in de prijs, dan daalt het binnenlands prijspeil.