Abstract
Overmatig drank- en drugsgebruik komt veel voor onder studenten. Echter doen niet alle
studenten hieraan mee. Het aanhangen van een religie door studenten kan hier een mogelijke
verklaring voor zijn. Een kwantitatief onderzoek heeft onderzocht of christelijke en
atheïstische studenten een verschillende houding hadden tegenover middelengebruik. Om
antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag is er een online vragenlijst onder
christelijke en atheïstische studenten verspreid. De participanten bestonden uiteindelijk uit
119 studenten, waarvan er 71 christelijk waren en 48 atheïstisch.
De resultaten lieten zien dat er een een significant verschil was in de houding tegenover
middelengebruik tussen de twee groepen. Christelijke studenten bleken een minder tolerante
houding te hebben tegenover middelengebruik dan atheïstische studenten. Deze bevindingen
gaven aan dat geloofsovertuiging in verband stond met de houding tegenover
middelengebruik.
, DE HOUDING TEGENOVER ALCOHOL- EN DRUGSGEBRUIK VAN CHRISTELIJKE
EN ATHEÏSTISCHE STUDENTEN
‘Wat we zien is dat in vijf jaar tijd steeds meer studenten een alcoholprobleem kennen.
Het gaat dan niet over gezellig een biertje delen met vrienden, maar over recente fenomenen
zoals bingedrinken of comazuipen’, aldus Bruffaerts, professor in de vakgroep psychiatrie
mentaal welzijn studenten (Cauwenberghs, 2018).
Overmatig alcoholgebruik onder studenten houdt verband met lagere cijfers op school,
seksueel geweld, geheugenstoornissen, veranderende hersenfuncties, ziekte en sterfte
(Courtney & Polich, 2009; White & Hingson, 2013). Uit onderzoek door het Jongerenpanel
EénVandaag bleek dat 78% van de jongeren tussen 16 en 25 jaar regelmatig alcohol dronk.
Van deze jongeren dronk 21% minstens 10 glazen alcohol per week en gaf 25% wel eens aan
dronken te zijn (Kester, 2018). Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek sluiten
hierbij aan en laten zien dat 17% van de universitaire studenten een overmatige drinker is.
Onder overmatig drinken wordt voor mannen meer dan 21 glazen alcohol per week en voor
vrouwen meer dan 14 glazen alcohol per week verstaan (CBS, 2013).
Ondanks dat de cijfers uiteenlopen, laat onderzoek zien dat ook drugsgebruik onder
studenten niet ongewoon is (Trimbos-instituut, 2015). Maandelijks wordt de drugssoort
cannabis door 5% van de studenten gebruikt (CBS, 2013). Ook drugsgebruik kan schadelijk
zijn; het houdt verband met hoofdpijn, vermoeidheid en hersenschade (Benschop, Nabben,
Korf, & van Bakkum, 2009). Het overmatig alcohol- en drugsgebruik is een actueel
onderwerp onder studenten en het vergaren van kennis en het opstellen van nieuwe
interventies is daarom noodzakelijk (Cranford, Eisenberg, & Serras, 2009). Studenten zullen
daarom in dit onderzoek centraal staan.
Uit bovengenoemde cijfers van het CBS (2013) en het Trimbos-instituut (2015) kan
worden opgemaakt dat niet alle studenten meegaan in het overmatig alcohol- en drugsgebruik.
Overmatig drank- en drugsgebruik komt veel voor onder studenten. Echter doen niet alle
studenten hieraan mee. Het aanhangen van een religie door studenten kan hier een mogelijke
verklaring voor zijn. Een kwantitatief onderzoek heeft onderzocht of christelijke en
atheïstische studenten een verschillende houding hadden tegenover middelengebruik. Om
antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag is er een online vragenlijst onder
christelijke en atheïstische studenten verspreid. De participanten bestonden uiteindelijk uit
119 studenten, waarvan er 71 christelijk waren en 48 atheïstisch.
De resultaten lieten zien dat er een een significant verschil was in de houding tegenover
middelengebruik tussen de twee groepen. Christelijke studenten bleken een minder tolerante
houding te hebben tegenover middelengebruik dan atheïstische studenten. Deze bevindingen
gaven aan dat geloofsovertuiging in verband stond met de houding tegenover
middelengebruik.
, DE HOUDING TEGENOVER ALCOHOL- EN DRUGSGEBRUIK VAN CHRISTELIJKE
EN ATHEÏSTISCHE STUDENTEN
‘Wat we zien is dat in vijf jaar tijd steeds meer studenten een alcoholprobleem kennen.
Het gaat dan niet over gezellig een biertje delen met vrienden, maar over recente fenomenen
zoals bingedrinken of comazuipen’, aldus Bruffaerts, professor in de vakgroep psychiatrie
mentaal welzijn studenten (Cauwenberghs, 2018).
Overmatig alcoholgebruik onder studenten houdt verband met lagere cijfers op school,
seksueel geweld, geheugenstoornissen, veranderende hersenfuncties, ziekte en sterfte
(Courtney & Polich, 2009; White & Hingson, 2013). Uit onderzoek door het Jongerenpanel
EénVandaag bleek dat 78% van de jongeren tussen 16 en 25 jaar regelmatig alcohol dronk.
Van deze jongeren dronk 21% minstens 10 glazen alcohol per week en gaf 25% wel eens aan
dronken te zijn (Kester, 2018). Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek sluiten
hierbij aan en laten zien dat 17% van de universitaire studenten een overmatige drinker is.
Onder overmatig drinken wordt voor mannen meer dan 21 glazen alcohol per week en voor
vrouwen meer dan 14 glazen alcohol per week verstaan (CBS, 2013).
Ondanks dat de cijfers uiteenlopen, laat onderzoek zien dat ook drugsgebruik onder
studenten niet ongewoon is (Trimbos-instituut, 2015). Maandelijks wordt de drugssoort
cannabis door 5% van de studenten gebruikt (CBS, 2013). Ook drugsgebruik kan schadelijk
zijn; het houdt verband met hoofdpijn, vermoeidheid en hersenschade (Benschop, Nabben,
Korf, & van Bakkum, 2009). Het overmatig alcohol- en drugsgebruik is een actueel
onderwerp onder studenten en het vergaren van kennis en het opstellen van nieuwe
interventies is daarom noodzakelijk (Cranford, Eisenberg, & Serras, 2009). Studenten zullen
daarom in dit onderzoek centraal staan.
Uit bovengenoemde cijfers van het CBS (2013) en het Trimbos-instituut (2015) kan
worden opgemaakt dat niet alle studenten meegaan in het overmatig alcohol- en drugsgebruik.