Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages
Summary

Samenvatting Kennisclips Voeding en Gezondheid Minor HU Hogeschool Utrecht

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages

Minor Voeding en Gezondheid samenvatting van de kennisclips. Gaat over de voedingsstoffen zoals vetten, eiwitten, koolhydraten, vitamines, mineralen ect. Naast de samenvatting van alle kennisclips heb ik ook extra verduidelijkende informatie toegevoegd en examenvragen met antwoorden (rond de 30). Zelf had ik een 8,3 (5 fout)

Content preview

Minor voeding en ziektepreventie – Kennis clips
A1 werkcollege 1 Energie
Energie
- Zon is bron van alle energie
- Plant  zonlicht  chemische omzettingen  productie koolhydraten, eiwitten, vetten
- Mens en dier  consumeren plant en/of dier  dit levert energie
- Mens en dier  slaan overschot aan energie op als koolhydraten en vetten

Energie voor: Lichaamsfuncties uitvoeren, handhaven lichaamstemperatuur, synthese
lichaamsweefsel, groei, beweging

Voedingsstoffen die energie leveren per 1 gram
Eiwitten 4 kcal 17 kJoule
Koolhydraten 4 kcal 17 kJoule
Vetten 9 kcal 37 kJoule
Alcohol 7 kcal 29 kJoule
Vezels 2 kcal 8 kJoule

 Hoeveelheid energie die voedingsstof levert uitgedrukt in kilocalorie (kcal) of kilojoule (kJ)
 1 kcal = 4,2 kJ
 1 kJ = 0,24 kcal
 1 kcal is de eenheid/energie die nodig is om 1 liter zuivel water 1*C te verwarmen

Energiebronnen, de macronutriënten (vetten, eiwitten en koolhydraten) moeten eerst verteerd
worden, hierdoor moeten ze in kleinere stukjes omgezet worden, namelijk de vetzuren, aminozuren
en glucose
 Vetten  vetzuren
 Eiwitten  aminozuren
 Koolhydraten  monosachariden  glucose

Energiebalans: wanneer energie-inname (wat we eten) en energieverbruik (basaal metabolisme,
thermogenese, beweging en energie verhogende omstandigheden) in balans zijn
Uit balans: overgewicht
 Inname > verbruik
Oorzaken te hoge inname: biologische factoren, psychologische factoren, sociale factoren, culturele
factoren, omgevingsfactoren

A1 werkcollege 2 schijf van vijf
De schijf van vijf geeft aan wat en hoeveel je van bepaalde voedingsmiddelen/producten nodig hebt
om gezond te blijven. Deze schijf is verdeeld in vijf vakken.
1. Groenten en fruit: eet elke dag minstens 250 gram groenten, eet elke dag 2 porties fruit
2. Brood, graanproducten en aardappelen: ze hebben elk hun eigen kwaliteiten, levert vezels.
3. Zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei: combineer elke dag de dierlijke en plantaardige
eiwitten zodat je genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt. Ongebrande, gebrande of
geroosterde ongezouten noten zijn goed. Minder vaak vlees en meer plantaardig is de
boodschap.

1

, 4. Smeer en bereidingsvetten: Deze vetten bevatten vitamine A, D en E. Het is nodig als vet
wat dient als bouw- en brandstof
5. Water: goed voor de vochtbalans

Spijsvertering: hoe je lichaam de voedingsstoffen uit de voeding haalt
- Begint in de mond met goed kauwen, hierdoor verdeelt de voeding zich in kleinere stukjes
die door de slokdarm kunnen gaan en beter opgenomen kunnen worden. Wordt vermengd
met je speeksel
- Slokdarm, gaat van je mond tot je maag
- Maag, een sluitspier tussen de slokdarm en maag zorgt ervoor dat het eten niet weer terug
naar boven komt. Spieren in de maag kneden de brij en door het maagsap helpt het te
verteren, de zure sappen doden de bacteriën.
- Twaalfvingerige darm: hier komen de galsappen en alvleeskliersappen samen die helpen bij
het verteren en kleiner maken van de brij. Het wordt daarna verder gestuwd door je dunne
darm.
- Gal wordt gemaakt door je lever
- De darmwand neemt de allerkleinste deeltjes eten, de voedingsstoffen op in je bloed zoals
vitamines
- Er is nu nog een dikke brij en water. De dikke darm neemt de allerlaatste voedingsstoffen en
zouten op en water

A2 werkcollege 3 Koolhydraten
Koolhydraten: verzameling van suikers en zetmelen. Vooral in aardappelen, brood, rijst, pasta, fruit.
Gebruikt het lichaam als brandstof.

Functie koolhydraten
- Leveren energie. 1 gram = 4 kcal (17 kJ). Dit in de vorm van glucose.
- Brandstof
- Essentieel voor: hersenen, zenuwcellen en rode bloedcellen, citroenzuurcyclus
- Je hebt 50-100 gram koolhydraten nodig om goed te kunnen functioneren.
- Nl ongeveer 200-250 gram koolhydraten per dag

De bouw en chemische samenstelling
- Bevatten OH atomen
- C atomen

Soorten koolhydraten
Monosachariden Disachariden Polysacharides
Glucose Maltose Zetmeel
Fructose Sucrose Glycogeen (= voorraad glucose van het lichaam)
Galactose Lactose Cellulose (= vezelvorm, waterstofbruggen worden
moeilijk afgebroken door het lichaam)

Vertering & resorptie
Mond Afbraak van zetmeel (gedeelte) met behulp van amylase (enzym)
in maltose (disacharide)
Maag Splitsing zetmeel gaat door
Twaalfvingerige darm Pancreas sap bevat amylase, maltase en sacharase

2

, Dunne darm Disaccharide gesplitst in monosaccharide
Dunne darmwand Resorptie monosaccariden. Fructose en galactose in lever
omgezet in glucose

Regulatie bloedglucose
 Normale glucosewaarde: 4-8 mmol/L
 Hoge bloedglucose: alvleesklier krijgt een signaal waarbij hij
insuline gaat afgeven. Opname glucose in cellen
 Lage bloedglucose: afgifte glucagon, vrijmaken glucose uit
glycogeen

Metabolisme
Het vrijmaken van energie kan op 2 manieren
- Met zuurstof  aeroob
 Gaat naar mitochondriën (energiefabriekjes lichaam)
 Afbraak pyrodruivenzuur in citroenzuurcyclus  levert
energie uit ATP (vorm van energie)
 Kan 36 ATP gevormd worden (veel)
 Restproducten  water en CO2  uitscheiding nieren, longen
- Zonder zuurstof  anaeroob
 Pyrodruivenzuur  melkzuur
 Levert weinig energie
 Verzuring met spiervermoeidheid

Opslag van de koolhydraten
- Opslaan als glycogeen
Spieren, lever, je kunt maar 500 gram
glucose als glycogeen opslaan
- Opslaan als vetweefsel


Gezonde bronnen koolhydraten: Minder gezonde bronnen koolhydraten:
- Volkorenproducten - Snoep
- Aardappelen - Koek
- Peulvruchten - Snacks
- Fruit - Frisdrank
- Zuivel - Witte graanproducten
- Groente

Extra video citroenzuurcyclus: ATP en dissimilatie
Energie kan niet gemaakt of afgebroken worden, wel kan het omgezet, opgeslagen, vervoerd en
verloren gaan/worden.
- ADP  ATP (= energie tijdelijk opslaan, daarna omgezet in ATP, deze energie kunnen wij
gebruiken)
- ATP  ADP (= energie komt vrij die we kunnen gebruiken voor allerlei processen in het
lichaam)

ATP maken gebeurt in 3 stappen:
- Glycolyse

3

Document information

Study
Uploaded on
March 17, 2022
Number of pages
21
Written in
2021/2022
Type
Summary
$6.55
Purchased by 13 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ankiexxx
3.5
(74)
Sold
409
Followers
316
Items
29
Last sold
4 months ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions