Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages
Class notes

College aantekeningen Regulering Van Vorm En Functie Van Dieren (5502RVFD5Y)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages

College aantekeningen

Content preview

Regulering Samenvatting Fysiologie
Ademhaling
Structuur en functie
Ademhaling in mens en dier
 Aanvoer O2 uit omgeving (water of lucht)
 Afvoer CO2 naar omgeving (water of lucht)
 Altijd via diffusie
o Bij ademhaling geen actief transport van O2 of CO2.
 Diffusiesnelheid Q bepaald door:
o Diffusie coëfficiënt D
 Medium, temperatuur Wet van Fick:
 Verschil in (partiele) gasdruk △P
 Diffusieafstand L Dx Ax △P
 Diffusieoppervlak A Q= L

Dus voor optimale diffusie moet L minimaal
en A maximaal zijn!

Ademhaling in de mens
 Aanvoer O2  afvoer CO2. Liggen vast!
 Handhaving pH

 CO2 +H2O ⇄H+ +HCO3-  bicarbonaatbuffer

 Minder CO2  evenwicht naar links; meer CO2  evenwicht naar
rechts.

 Bescherming tegen ongewenste stoffen
o Reiniging buitenlucht
 Geluid
o Luchtstroming langs stembanden.
 Geen (effectieve) ademhaling zonder circulatie
o Het circulerende bloed transporteert O2 en CO2.

Ademhalingsspieren
1. Inhalatie:
Spieren van nek en borstbeen.
Externe tussenribspieren.
Diafragma (een soort spier).
2. Uitademing
Interne tussenribspieren
Buikspieren.

Rustige ademhaling:
1. Bij inademing wordt allen het diafragma gebruikt.
2. Uitademen vindt passief plaats (terugveren v.d. longen).

,Beweging van ribben en diafragma
1. Inademing:
Diafragma trekt samen en schuift naar beneden.
Ribbenkast breidt zich uit als de ribspieren samen trekken.
2. Uitademing:
Diafragma ontspant zich en schuift terug naar boven.
Ribbenkast wordt kleiner als de ribspieren ontspannen.

Ventilatie en perfusie
 Alveoli en capillairen zijn nauw verweven.

Alveocappilaire membraan: membraan van de alveoli en het capillair samen.

Probleem: Een kleine alveolus (met kleine straal) wil van nature liever leeglopen dan een
grote.
 Watermoleculen bij een alveoli met kleinere straal vormen een grotere resultante
kracht waardoor deze snellen leeglopen vergeleken met een alveoli met een grotere
straal.

Oplossing:
 Surfactant= surface active agent
 Zeepachtige substantie
 Wordt afgescheiden door de type-II-pneumocyten
 Verlaagt de oppervlaktespanning in de alveoli
o Maar relatief meer in kleine alveoli

Werking surfactant (Deze middel doet 2 dingen):
1. Verhoogt de compliantie (“opblaasbaarheid”) van de alveoli (alveoli bieden minder
weerstand).
2. Voorkomt dat kleine laveoli leeglopen in grote.
3. Verlaagt oppervlaktespanning.
4. Vergemakkelijkt ademhaling.

De pleurae
De pleuraholte is gevuld met 8mL “water”
Pleura visceralis: buitenbekleding van de long.
Pleura parietalis: binnenbekleding van de thorax.

Ademmechanica
Pneumothorax (klaplong)
 Als de dichtgesloten holte een opening krijgt dan stroomt lucht erin  de long stort
in tot een ongestrektte grootte  de ribbenkast wordt groter.

Pneumothorax leert ons
o Long wil van nature samenvallen
o Thorax wil van nature uitzetten.

, In rust bestaat er dus evenwicht
o Ademrustniveau
o Long wil dan net zo hard binnen als thorax naar buiten.

Bij een normale long die in rust bevindt is de Ppl en de Plong gelijk aan elkaar (de ene is – en
de andere is +)

Door ademhaling wordt de pleurale druk (Ppl) negatiever en ontstaat er een nieuw
evenwicht.

Rustige ademhaling
- Inademen  onderdruk in thorax verhogen.
- Uitademen  passief (long terug laten veren).

Bij een ademhaling owrdt de pleurale druk negatiever Palv (alveolaire druk) wordt ook
negatief lucht stroomt er in  Palv wordt positef

Spirometrie
Bepaling FRC en RV
 Heliumverdunningsmethode
o Voeg He toe aan einde van rustige uitademing
o Bepaal [He] na vermenging met longenlucht
o Reken FRC uit.
 ERV bepalen met de spirometer
 FRC bepalen met heliumverdunningsmethode
 RV uitrekenen: RV= FRC-ERV
Zonder restvolume: vogels.

Gastransport
- Druk buitenlucht is 760 mm Hg
- O2 vormt 21 % van buitenliucht
- CO2 vormt 0,04% van buitenlucht.
- Partiele drukken pO2 en pCO2
o pO2= 0,21 x 760= 160 mm Hg
o pCO2= 0,0004 x 760= 0,3 mm Hg

Samenstelling longenlucht
 Buitenlucht vermengt zich voortdurend met “oude” alveolaire lucht tot
o Een vrijwel constante pO2 van 100 mm Hg (buitenlucht 160 mm Hg).
o Een vrijwel constante pCO2van 40 mm Hg (buitenlucht 0,3 mm Hg).

Transport van O2
 O2 laat los van Hb bij de O2-arme weefsels.

Effect van Bohr:
 O2- dissociatiecurve verschuift naar rechts bij lage pH

Document information

Study
Uploaded on
March 6, 2022
Number of pages
18
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
Rob de heus
Contains
All classes
$7.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
11
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions