Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 57 pages
Summary

Complete uitwerking en samenvatting inhoud colleges Onderwijsleerproblemen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 57 pages

Complete uitwerking en samenvatting inhoud colleges

Content preview

Onderwijsleerproblemen
College 1: 04-02-2021

Leren
‘Leren is een actief proces in het verkrijgen en behouden van kennis, zodat het toegepast kan worden
in toekomstige situaties’ (Sousa, p. 38)

Kinderen met speciale onderwijsbehoeften (Sousa, p. 2)
- Kinderen die gediagnosticeerd zijn met specifieke onderwijsleeproblemen, waaronder
problemen in spreken, lezen, schrijven, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling
- Kinderen die aanvullende instructies/ondersteuning krijgen om basisvaardigheden te
verbeteren
- Kinderen die problemen ervaren in het leren op school

Onderwijsleerproblemen
- Problemen die kinderen hebben bij het leren van de kennis en vaardigheden die zij op school
moeten verwerven (van Lieshout, 2009, p.343)
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Werkhouding en motivatie
- Zintuigelijke ontwikkeling (valt buiten de cursus)

Passend onderwijs (doelen)
- Alle kinderen krijgen een passende plek bij de ondersteuningsbehoefte
o Kinderen komen niet langdurig thuis te zitten, omdat er geen passende plek is
- Een kind gaat naar een gewone school als dat kan
o Een kind gaat naar het speciaal onderwijs als intensieve begeleiding nodig is
- Scholen hebben mogelijkheden voor onderwijsondersteuning op maat
- De kwaliteiten en onderwijsbehoefte van het kind zijn bepalend, niet de beperkingen

Passend onderwijs
- Passende plek passend bij onderwijsbehoeften (zorgplicht)  de school heeft te plicht om te
zorgen dat het kind het passende onderwijs krijgt, passend bij zijn onderwijsbehoeften
- Kwaliteit ondersteuning (basisondersteuning, schoolondersteuningsprofiel,
handelingsbekwame leerkrachten, preventief werken, expertise delen/samenwerking)
- Monitoring ondersteuning (ontwikkelingsperspectief)

Modellen voor ondersteuning in het onderwijs
- Mulit-tiered systems of support (MTSS)
o Response to intervention (RTI)  leren
o Schoolwide positive behaviour support (SWPBS/PBS)  gedrag
- Handelingsgericht werken

Multi-tiered systems of support (MTSS)
- Groen: basis criterium/onderwijs dat iedereen krijgt
- Geel: strategische interventies; kleine groepjes  verbetert het genoeg, dan kan het kind
weer terug naar groen
- Rood/oranje: intensieve, individuele begeleiding
- Kijken wat het effect op het gedrag van het kind is

,Handelingsgericht werken
- Hoe kan je zo snel mogelijk op een juiste manier
handelen om een kind in zijn onderwijsbehoeften te
voorzien?
- Evalueren groepsplan en verzamelen
leerlingengegevens in groepsoverzicht
- Signaleren van kinderen met specifieke
onderwijsbehoefte
- Benoemen van specifieke onderwijsbehoeften van
kinderen
- Clusteren van kinderen met vergelijkbare
onderwijsbehoeften
- Opstellen van het groepsplan
- Uitvoeren van het groepsplan
- Weer bij het begin van de cirkel beginnen, de cirkel
steeds volgen

Intelligentie
- Alfred Binet
- Eerste intelligentietest
- Onderscheid tussen kinderen maken
- Ability to learn: het leervermogen; dat zag hij als intelligentie; hij dacht dat dit trainbaar

Cattell-Horn Carroll (CHC-model)
- Ligt ten grondslag aan veel intelligentietesten
- Factor g; er is een ding en dat noemen we intelligentie (algemene intelligentie factor)
- Er zijn wel een aantal brede cognitieve vaardigheden
- Vloeiende intelligentie (fluend intelligence)  redeneer vaardigheid
- Psychometrische gedachtegang hangt hiermee samen

Gardners multipele intelligentiemodel
- Er is geen g factor, algemene intelligentie als een ding bestaat niet
- Er zijn verschillende soorten intelligenties

Sternbergs triarchische intelligentietheorie
- Succesvolle intelligentie bestaat uit een balans uit verschillende vaardigheden
o Analytische vaardigheden: kunnen leggen van verbanden
o Creatieve vaardigheden: dingen kunnen denken
o Praktische vaardigheden: dingen kunnen toepassen in de werkelijkheid

Intelligentie volgens de test
- Iemand veel verschillende opdrachten geven
- Hoeveel is daarvan goed, vergelijken met leeftijdgenoten
- Dan kan dus gemiddeld zijn, boven gemiddeld of onder gemiddeld
- Psychometrisch
- Prestatie op één moment
- Ook invloed van
o Thuisomgeving
o Onderwijs
o Motivatie
o Faalangst

, o Taal
o Culturele achtergrond
o Testvaardigheid
o Testmateriaal, situatie, testleider

Wat willen we weten?
- Niveau van presteren  intelligentietest is een prima hulpmiddel om dit te onderzoeken,
maar dit is meestal niet wat we willen weten, want we hebben al door dat het niveau van
presteren niet goed is
- Leerpotentieel  volgens Binet kan je dit niet testen adhv een intelligentietest, dit moet je
observeren, training geven en het effect van die training bepalen
- Instructiebehoefte  bepaalde instructie inzetten en het effect ervan bepalen
- Adaptief vermogen  in hoeverre kan iemand zich aanpassen aan veranderende situaties

Vygotsky’s zone van naaste ontwikkeling
- Waar de lerende is  kan je met een intelligentietest in kaart brengen  zone van naaste
ontwikkeling
- Leren gebeurt in sociale context
- Leren gebeurt in de zone van naaste ontwikkeling wanneer iemand begeleidt wordt door
iemand die het wel al kan
- Zone van naaste ontwikkeling geeft een verwachting van wat het kind kan gaan leren

Wat betekent Vygotsky’s theorie?
- Hoe zien we intelligentie?
o Statisch?
o Dynamisch?
- Nadelen aan testen?
o Pygmalion in the classroom: self-fullfulling prophecy: wanneer je tegen een
leerkracht zegt dat een leerling extra aandacht nodig heeft, zal de leerkracht de
leerling ook daadwerkelijk extra aandacht geven
o Intelligentiescores kunnen een self-fullfulling prophecy worden

Hoogbegaafdheid door de jaren heen
- Geen consensus over definitie
o Identificatie: het identificeren van kinderen
o Begeleiding: aan de hand van die identificatie van de kinderen
o Wanneer je een andere identificatie hebt, heb je ook een andere begeleiding
- Aanvankelijk één-op-één relatie met intelligentie: IQ van minimaal 140  genieën (Terman,
1925)
- Vanaf de jaren 70 meer ruimte voor andere factoren: hoogbegaafdheid is een samenspel van
bovengemiddelde cognitieve capaciteiten (intelligentie), creativiteit en taakvolharding
(Renzulli, 1978, 2002, 2005)
- Van unidemensioneel  naar multidimensioneel + omgeving speelt een rol
- Creativiteit: het op originele wijze oplossen of bedenken van problemen
- Hoge intelligentie: een IQ hoger dan 130
- Motivatie: de wil en volharding om taken te volbrengen
Hoogbegaafdheid door de jaren heen (2)
- Eind jaren 90/begin 21e eeuw bevatten definities ook interactie met de omgeving en
socioculturele content (Barab & Plucker, 2002)
- De recentste definities nemen ook sterk ontwikkelingsperspectief mee (Subotni, Olzewski-
Kubilius, & Worrell, 2012):

, o ‘Performance that is clearly at the upper end of the distribution in a specific talent
domain

Gagnés differentiated model of giftedness and talent (DMGT)

Hoogbegaafdheid
- Buitengewone aptitude en aangeboren vaardigheden in minimaal één domein
o Top 10% leeftijdsgenoten (Gagné, 2008, 2010)
- Zes verschillende domeinen
- Gedeeltelijk genetisch
- ‘Bouwstenen’ van talent

Talenten
- Uitzonderlijke beheersing van systematisch ontwikkelde competenties
- Vaardigheden en kennis
- Domeinspecifiek
- Top 10% van leeftijdsgenoten

Aangeboren vaardigheden vs talenten?
Ontwikkelingsproces
- Ontwikkeling van talenten
- Potentieel  prestaties
- Investering (kwantitatief)
- Activiteiten (kwalitatief)
- Progressie
o Fasen: van beginner tot expert
o Tempo: normatief perspectief
o Keerpunten: positief & negatief
- Aangeboren vaardigheid gaat over naar een talent
- Gaat om het systematisch
- Potentieel  prestaties (developmental process is belangrijk hiervoor)
- Statisch  dynamisch

Moderatoren van ontwikkeling
- ‘catalysatoren’  ondersteuners of ‘gangmakers’ in het proces, die bijdragen aan de
ontwikkeling van daadwerkelijk hoogbegaafd gedrag vanuit de potentie
o Omgeving: milieu, individuals, provisions
o Intrapersonal: physical, mental, awareness, motivation, volition
- Kans
o Gebrek aan controle (Gagné, 2010)

Identificeren hoogbegaafdheid
- Veelal vastgesteld op basis van (verkorte) intelligentietests
- IQ >- 130

Is meten altijd weten?
- Uitkomsten van een intelligentietest zijn een indirect maat voor intelligentie
- Soorten intelligentie:
- A:
o Intelligentiepotentieel
o Aangeboren, genetisch bepaald en onafhankelijk van cultuur

Document information

Study
Uploaded on
February 21, 2022
Number of pages
57
Written in
2020/2021
Type
Summary
$4.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jolandahaak1
3.0
(1)
Sold
24
Followers
19
Items
22
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions