Thema 4 parameters: pijn
Wat is pijn?
Definities van pijn
¨ Pijn = moeilijk in een paar zinnen samen te vatten.
¨ Oorzaak: complexiteit van pijn:
¤ pijn beïnvloed door een wirwar van
n lichamelijke en
n niet-lichamelijke factoren
Definitie van de International Association for the
Study of Pain (IASP, 1991)
¨ ’Pijn is een onplezierige sensorische en/of
emotionele ervaring die in verband wordt gebracht
met actuele of potentiële weefselbeschadiging, of
in dergelijke termen wordt beschreven.’+ “pijn is
altijd subjectief en ieder persoon leert door
ervaring in zijn leven pijn te benoemen en door
cognitieve en emotionele ontwikkeling deze te uiten
tegen de achtergrond van zijn cultuur.”
¤ pijn kan samenhangen met actuele
weefselbeschadiging
¤ pijn kan samenhangen met potentiële
weefselbeschadiging
¤ pijn aan het lichaam voelen zonder dat er actueel sprake is
van lichamelijk letsel (chronische pijnklachten)
Definitie van McCaffery
¨ 'Pijn is wat de ZO zegt dat het is en treedt op wanneer hij
zegt dat zij optreedt'.
¤ Expliciete aandacht voor de subjectieve dimensie
van pijn
¤ de persoon met pijn = de enige die iets over de
aard en het bestaan van pijn kan zeggen
pijn, zoals verwoord door een ZO, serieus nemen
(V. beslist niet of een patiënt wel of geen pijn heeft)
¤ !!!!!geen rekening gehouden met baby's en
comateuze patiënten, niet in staat zijn om pijn
verbaal te uiten (observatie van non-verbaal
gedrag en signalen en interpretaties van de meest
nabije naasten van degene die pijn lijdt)
, Hoe ontstaat pijn?
Weefselbeschadiging
¨ Voorbeeld: acute pijn door operaties, verkeersongelukken
¨ Bij sommige chronische pijnen speelt weefselschade een
duidelijke rol (R.A.)
¨ Bij weefselbeschadiging worden de uiteinden van
nociceptoren (= zenuwen die gevoelig zijn voor schadelijke
prikkels) geprikkeld
¨ “Nociceptieve pijn”= pijn bij “niet-neurogeen weefsel”-
schade
Geen aantoonbare weefselbeschadiging
¨ Bij hoofdpijn: vaak geen sprake van aantoonbare
weefselschade
¨ Fantoompijn (= pijn die gevoeld wordt op de plaats van
een geamputeerd lichaamsdeel)
¨ Soms: pijn begonnen na weefselbeschadiging, maar nog
voortdurend als de weefselbeschadiging niet meer
(aantoonbaar) aanwezig is
Pijnbeleving
¨ Pijnbeleving is subjectief en kan voor ieder individu
verschillend zijn
¨ Pijnbeleving sterk beïnvloed door meerdere factoren o.a.
3.1 lichamelijke factoren
(vermoeidheid, misselijkheid)
3.2 psychische factoren
(angst, spanning, machteloosheid, depressie, ...
beïnvloeden neg.)
3.3 sociale factoren
(eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning,
drukte)
3.4 spirituele factoren
(pijn als straf, als hulp tot innerlijke groei)
3.5 de duur van de pijn
(kort als minder erg ervaren)
3.6 het beeld dat een patiënt heeft van de
achterliggende aandoening
Wat is pijn?
Definities van pijn
¨ Pijn = moeilijk in een paar zinnen samen te vatten.
¨ Oorzaak: complexiteit van pijn:
¤ pijn beïnvloed door een wirwar van
n lichamelijke en
n niet-lichamelijke factoren
Definitie van de International Association for the
Study of Pain (IASP, 1991)
¨ ’Pijn is een onplezierige sensorische en/of
emotionele ervaring die in verband wordt gebracht
met actuele of potentiële weefselbeschadiging, of
in dergelijke termen wordt beschreven.’+ “pijn is
altijd subjectief en ieder persoon leert door
ervaring in zijn leven pijn te benoemen en door
cognitieve en emotionele ontwikkeling deze te uiten
tegen de achtergrond van zijn cultuur.”
¤ pijn kan samenhangen met actuele
weefselbeschadiging
¤ pijn kan samenhangen met potentiële
weefselbeschadiging
¤ pijn aan het lichaam voelen zonder dat er actueel sprake is
van lichamelijk letsel (chronische pijnklachten)
Definitie van McCaffery
¨ 'Pijn is wat de ZO zegt dat het is en treedt op wanneer hij
zegt dat zij optreedt'.
¤ Expliciete aandacht voor de subjectieve dimensie
van pijn
¤ de persoon met pijn = de enige die iets over de
aard en het bestaan van pijn kan zeggen
pijn, zoals verwoord door een ZO, serieus nemen
(V. beslist niet of een patiënt wel of geen pijn heeft)
¤ !!!!!geen rekening gehouden met baby's en
comateuze patiënten, niet in staat zijn om pijn
verbaal te uiten (observatie van non-verbaal
gedrag en signalen en interpretaties van de meest
nabije naasten van degene die pijn lijdt)
, Hoe ontstaat pijn?
Weefselbeschadiging
¨ Voorbeeld: acute pijn door operaties, verkeersongelukken
¨ Bij sommige chronische pijnen speelt weefselschade een
duidelijke rol (R.A.)
¨ Bij weefselbeschadiging worden de uiteinden van
nociceptoren (= zenuwen die gevoelig zijn voor schadelijke
prikkels) geprikkeld
¨ “Nociceptieve pijn”= pijn bij “niet-neurogeen weefsel”-
schade
Geen aantoonbare weefselbeschadiging
¨ Bij hoofdpijn: vaak geen sprake van aantoonbare
weefselschade
¨ Fantoompijn (= pijn die gevoeld wordt op de plaats van
een geamputeerd lichaamsdeel)
¨ Soms: pijn begonnen na weefselbeschadiging, maar nog
voortdurend als de weefselbeschadiging niet meer
(aantoonbaar) aanwezig is
Pijnbeleving
¨ Pijnbeleving is subjectief en kan voor ieder individu
verschillend zijn
¨ Pijnbeleving sterk beïnvloed door meerdere factoren o.a.
3.1 lichamelijke factoren
(vermoeidheid, misselijkheid)
3.2 psychische factoren
(angst, spanning, machteloosheid, depressie, ...
beïnvloeden neg.)
3.3 sociale factoren
(eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning,
drukte)
3.4 spirituele factoren
(pijn als straf, als hulp tot innerlijke groei)
3.5 de duur van de pijn
(kort als minder erg ervaren)
3.6 het beeld dat een patiënt heeft van de
achterliggende aandoening