1
Hoofdstuk 3: Nefrologie en urologie
Nefrologie = de wetenschap die de nieren en nierziekten bestudeert
Urologie = de studie van (de ziekten van) de urinewegen en de mannelijke
geslachtsorganen
3.1 Anatomie en fysiologie
In de nier wordt urine geproduceerd en via het nierbekken komt de urine in de
urinewegen met name achtereenvolgens de urineleider, de blaas en de urinebuis
Ren = nier (nephros)
Nier moet 2 soorten stoffen ‘verwerken’:
1. Schadelijke of onbelangrijke stoffen uitgescheiden worden
2. Noodzakelijke stoffen niet uitgescheiden worden: in correcte onderlinge
verhouding in de lichaamsvloeistoffen voorkomen
Boonvormig
Bilateraal retroperitoneaal in de bovenbuik gelegen
Gelegen in capsula adiposa dikke vetmassa met daarrond een stevige fascia
Vetlaag & fascia bindweefselvlies houden de nieren op hun plaats: vetlaag dunner
& de fascia verslapt = nieren zich verplaatsen en kan de urineleider afknikken
Nier bestaat uit 3 lagen:
1. Pelvis renalis nierbekken met als uitlopers de calices renalis nierkelken
2. Cortex renis schors
3. Medulla renalis, pyramides renales, papikkae renales merg
Elke nier bevat 1,2miljoen nefronen nierkanaaltjes in de schors & het merg
Elke nefron bestaat uit:
1. Een nierlichaampje kapsel van Bowman filter rondom de glomerulus
capillairkluwen met een aanvoerend of afferent en een afvoerend of efferent bloedvat
2. Proximale tubulus
3. Lis van Henle
4. Distale tubulus
5. Tubulus colligens verzamelbuis waarin de distale tubulus uitmondt
In de nierschors liggen:
De kapseltjes van Bowman
De gekronkelde buissegmenten
Zodat de schors een gespikkeld uitzicht heeft
, 2
In het niermerg liggen:
De rechte kanaaltjes
De lissen van Henle
De verzamelbuizen
De nierpyramiden
Hierdoor geeft het merg een streperige indruk
Het nefron mondt uit in het nierbekken
Zuurstofrijk arterieel bloed bereikt de nieren via de Arteriae Renales, zijtak v/d
Aorta abdominalis vertakken tot alsmaar kleinere arteriolen in de schors
Deze toekomende arteriool in de schors vertakt zich binnenin het kapsel van
Bowman tot een gekronkeld kluwen en verlaat het kapsel van Bowman weer als
een zuurstofrijk enkelvoudig arteriool
Deze arteriële haarvaten gaan dan over in veneuze haarvaten & uiteindelijk
ontstaan hieruit de Venae renales, die het veneus bloed afvoeren naar de Vena
Cava Inferior
1. Hilus renalis = nierhilius in en –uittredeplaats van de niervaten en de ureter
2. Capsula fibrosa = bindweefselkapsel v/d nier
3. Capsula adipose = vetkapsel v/d nier
4. Fascia renalis
5. Pelvis renalis, pyelum = nierbekken
6. Calices renalis = nierkelken
7. Nierlichaampje van Malpighi kapsel van Bowman + glomerulus
8. Nierkanaaltjes
Gekronkeld = contorti
Recht = recti
9. Proximale tubulus = 1ste deel v/h nierkanaaltje start bij de glomerulus
10. Lis van Henle = geleidingsstuk
11. Distale tubulus = laatste deel v/ nierkanaaltje
12. Verzamelbuis
Ureter = urineleider
Tussen pelvis renalis/pyelum nierbekken en blaas
Bestaat uit 3lagen: van binnen naar buiten
1. Slijmvlies tunica mucosa
2. Een spierlaag tunica muscularis
3. Bindweefsellaag tunica adventitia
De tunica muscularis omvat de eigenlijke blaaswandspier = M. detrusor vesicae
Vesica urinaria = urineblaas
Bij de vrouw 2,5 à 4cm lang
Bij de man langer want verloopt door:
, 3
De prostaat pars prostatica
Doorheen het diafragma urogenitale pars membranacea
Doorheen de penis pars spongiosa
Glandula prostata = voorstaanderklier
Glandula
prostata
Testis = zaadbal
De testes produceren sperma & testosterone
Omgeven door 2 lagen:
1. Tunica albuginea
2. Tunica vaginalis
Opgebouwd uit zaadbuisjes waarin de vorming van sperma of
‘spermatogenese’ gebeurt
‘Cellen van Leydig’ : hormoon testosterone produceren dat in het bloed
terechtkomt
, 4
1. Tunica albuginea stevig bindweefselomhulsel
2. Tunica vaginalis een dubbel sereus blad
3. Tubuli seminiferi testis- of zaabuisjes
4. Rete testis
5. Ductuli efferentes testis
Epididymis = bijbal
Fungeren als sperma-reservoir voor de opslag van rijpe zaadcellen
3delen:
1. Caput
2. Corpus
3. Cauda epididymis
Bestaat uit:
Ductuli efferentes testis
Ductus epididymis
1. Caput epididymidis = kop v/d bijbal
2. Corpus epididymidis = middendeel v/d bijbal
3. Cauda epididymidis = staart v/d bijbal
Scrotum = balzak
bevat beide testes
Glandula seminalis = zaadblaasje of vesicula seminalis
De wand omvat:
Tunica mucosa
Tunica muscularis
Tunica adventitia
Ductus deferens = zaadleider
De wand omvat:
Tunica mucosa
Tunica muscularis
Tunica adventitia
Funiculus spermaticus = zaadstreng
, 5
M. cremaster = heffer v/d testis
Hefspier
Penis = mannelijk lid
Opgebouwd uit:
Zwellichamen
o Corpus cavernosum
o Corpus spongiosum
Urethra
1. Corpus cavernosum penis = zwellichaam v/d penis
2. Corpus spongiosum penis = zwellichaam rondom de urethra
3. Glans penis = eikel
4. Praeputium penis = voorhuid
Nierfunctie
Hoofdstuk 3: Nefrologie en urologie
Nefrologie = de wetenschap die de nieren en nierziekten bestudeert
Urologie = de studie van (de ziekten van) de urinewegen en de mannelijke
geslachtsorganen
3.1 Anatomie en fysiologie
In de nier wordt urine geproduceerd en via het nierbekken komt de urine in de
urinewegen met name achtereenvolgens de urineleider, de blaas en de urinebuis
Ren = nier (nephros)
Nier moet 2 soorten stoffen ‘verwerken’:
1. Schadelijke of onbelangrijke stoffen uitgescheiden worden
2. Noodzakelijke stoffen niet uitgescheiden worden: in correcte onderlinge
verhouding in de lichaamsvloeistoffen voorkomen
Boonvormig
Bilateraal retroperitoneaal in de bovenbuik gelegen
Gelegen in capsula adiposa dikke vetmassa met daarrond een stevige fascia
Vetlaag & fascia bindweefselvlies houden de nieren op hun plaats: vetlaag dunner
& de fascia verslapt = nieren zich verplaatsen en kan de urineleider afknikken
Nier bestaat uit 3 lagen:
1. Pelvis renalis nierbekken met als uitlopers de calices renalis nierkelken
2. Cortex renis schors
3. Medulla renalis, pyramides renales, papikkae renales merg
Elke nier bevat 1,2miljoen nefronen nierkanaaltjes in de schors & het merg
Elke nefron bestaat uit:
1. Een nierlichaampje kapsel van Bowman filter rondom de glomerulus
capillairkluwen met een aanvoerend of afferent en een afvoerend of efferent bloedvat
2. Proximale tubulus
3. Lis van Henle
4. Distale tubulus
5. Tubulus colligens verzamelbuis waarin de distale tubulus uitmondt
In de nierschors liggen:
De kapseltjes van Bowman
De gekronkelde buissegmenten
Zodat de schors een gespikkeld uitzicht heeft
, 2
In het niermerg liggen:
De rechte kanaaltjes
De lissen van Henle
De verzamelbuizen
De nierpyramiden
Hierdoor geeft het merg een streperige indruk
Het nefron mondt uit in het nierbekken
Zuurstofrijk arterieel bloed bereikt de nieren via de Arteriae Renales, zijtak v/d
Aorta abdominalis vertakken tot alsmaar kleinere arteriolen in de schors
Deze toekomende arteriool in de schors vertakt zich binnenin het kapsel van
Bowman tot een gekronkeld kluwen en verlaat het kapsel van Bowman weer als
een zuurstofrijk enkelvoudig arteriool
Deze arteriële haarvaten gaan dan over in veneuze haarvaten & uiteindelijk
ontstaan hieruit de Venae renales, die het veneus bloed afvoeren naar de Vena
Cava Inferior
1. Hilus renalis = nierhilius in en –uittredeplaats van de niervaten en de ureter
2. Capsula fibrosa = bindweefselkapsel v/d nier
3. Capsula adipose = vetkapsel v/d nier
4. Fascia renalis
5. Pelvis renalis, pyelum = nierbekken
6. Calices renalis = nierkelken
7. Nierlichaampje van Malpighi kapsel van Bowman + glomerulus
8. Nierkanaaltjes
Gekronkeld = contorti
Recht = recti
9. Proximale tubulus = 1ste deel v/h nierkanaaltje start bij de glomerulus
10. Lis van Henle = geleidingsstuk
11. Distale tubulus = laatste deel v/ nierkanaaltje
12. Verzamelbuis
Ureter = urineleider
Tussen pelvis renalis/pyelum nierbekken en blaas
Bestaat uit 3lagen: van binnen naar buiten
1. Slijmvlies tunica mucosa
2. Een spierlaag tunica muscularis
3. Bindweefsellaag tunica adventitia
De tunica muscularis omvat de eigenlijke blaaswandspier = M. detrusor vesicae
Vesica urinaria = urineblaas
Bij de vrouw 2,5 à 4cm lang
Bij de man langer want verloopt door:
, 3
De prostaat pars prostatica
Doorheen het diafragma urogenitale pars membranacea
Doorheen de penis pars spongiosa
Glandula prostata = voorstaanderklier
Glandula
prostata
Testis = zaadbal
De testes produceren sperma & testosterone
Omgeven door 2 lagen:
1. Tunica albuginea
2. Tunica vaginalis
Opgebouwd uit zaadbuisjes waarin de vorming van sperma of
‘spermatogenese’ gebeurt
‘Cellen van Leydig’ : hormoon testosterone produceren dat in het bloed
terechtkomt
, 4
1. Tunica albuginea stevig bindweefselomhulsel
2. Tunica vaginalis een dubbel sereus blad
3. Tubuli seminiferi testis- of zaabuisjes
4. Rete testis
5. Ductuli efferentes testis
Epididymis = bijbal
Fungeren als sperma-reservoir voor de opslag van rijpe zaadcellen
3delen:
1. Caput
2. Corpus
3. Cauda epididymis
Bestaat uit:
Ductuli efferentes testis
Ductus epididymis
1. Caput epididymidis = kop v/d bijbal
2. Corpus epididymidis = middendeel v/d bijbal
3. Cauda epididymidis = staart v/d bijbal
Scrotum = balzak
bevat beide testes
Glandula seminalis = zaadblaasje of vesicula seminalis
De wand omvat:
Tunica mucosa
Tunica muscularis
Tunica adventitia
Ductus deferens = zaadleider
De wand omvat:
Tunica mucosa
Tunica muscularis
Tunica adventitia
Funiculus spermaticus = zaadstreng
, 5
M. cremaster = heffer v/d testis
Hefspier
Penis = mannelijk lid
Opgebouwd uit:
Zwellichamen
o Corpus cavernosum
o Corpus spongiosum
Urethra
1. Corpus cavernosum penis = zwellichaam v/d penis
2. Corpus spongiosum penis = zwellichaam rondom de urethra
3. Glans penis = eikel
4. Praeputium penis = voorhuid
Nierfunctie