Hoofdstuk 6: Filosofie van enkele specifieke wetenschappen
6.1 Filosofie van de psychologie
6.1.1 De menselijke geest als object:
→ Een materialistisch dilemma:
→ cartesiaanse zijnsleer ⇒ dualisme: geest + lichaam, zijn 2 afzonderlijke
zaken
→ Volgens Descartes staan geest en lichaam los van elkaar → mentale
aspect is niet fysiek en fysieke aspect is niet mentaal
→ ontologisch debat: (= “wat is?” of “wat bestaat?”)
→ de menselijke geest op empirische manier bestuderen zorgt voor
problemen → nl. de menselijke geest is niet rechtstreeks observeerbaar,
want we weten niet wat mensen exact denken, we kunnen brein niet open
snijden…
→ we kunnen enkel bestuderen a.d.h.v. wat mensen “zeggen” wat ze
denken of voelen
→ Zit geest in het gedrag?
→ geest → gedachten en gevoelens zijn subjectief, dus niet
wetenschappelijk
→ Logisch behaviorisme ⇒ Ryle → we kunnen enkel uiterlijk gedrag
bestuderen (Stimuli-Respons)
→ Gilbert Ryle → “philosophy of mind” → dilemma: zie HB (p. 229)
→ beweren van “geest” is voor Ryle “metafysische speculatie”
⇒ de “menselijke geest” bestaat voor Ryle niet ⇒ behaviorisme → hij zegt
dat we “menselijke geest” niet nodig hebben, dat er namelijk geen link is
tussen geest en lichaam
→ “folk psychology” (=theory of mind): beweren van een geestelijke identiteit →
manier waarop mensen dagdagelijks elkaars gedrag opvatten
→ Ryle gelooft niet in interne processen (=menselijke geest)
Rol van het brein (identiteitstheorie):
→ behaviorisme → komaf maken met dualisme → geen immateriële voorwerpen
(⇒ anti- dualisme)
→ 20e E → alternatief → “identiteitstheorie” (Place/Smart)⇒ mentale toestanden
identificeren met bepaalde hersenprocessen → Black Box tussen S en R wordt
opgevuld
→ men beweert (in tegenstelling tot behaviorisme): dat hersentoestanden de
causale link vormen tussen stimulus en respons
→ vraag naar “ontstaan” en “nut” blijft open ⇒ fysieke en mentale als 2 parallelle
realiteiten? (Spinoza)
→ ≠ tussen behaviorisme en identiteitstheorie:
→ voor behavioristen is er GEEN ≠ tussen intelligentie (bewust) en niet-
intelligentie (onbewust, reflexmatig) → voor identiteits theoretici WEL
De computermetafoor:
6.1 Filosofie van de psychologie
6.1.1 De menselijke geest als object:
→ Een materialistisch dilemma:
→ cartesiaanse zijnsleer ⇒ dualisme: geest + lichaam, zijn 2 afzonderlijke
zaken
→ Volgens Descartes staan geest en lichaam los van elkaar → mentale
aspect is niet fysiek en fysieke aspect is niet mentaal
→ ontologisch debat: (= “wat is?” of “wat bestaat?”)
→ de menselijke geest op empirische manier bestuderen zorgt voor
problemen → nl. de menselijke geest is niet rechtstreeks observeerbaar,
want we weten niet wat mensen exact denken, we kunnen brein niet open
snijden…
→ we kunnen enkel bestuderen a.d.h.v. wat mensen “zeggen” wat ze
denken of voelen
→ Zit geest in het gedrag?
→ geest → gedachten en gevoelens zijn subjectief, dus niet
wetenschappelijk
→ Logisch behaviorisme ⇒ Ryle → we kunnen enkel uiterlijk gedrag
bestuderen (Stimuli-Respons)
→ Gilbert Ryle → “philosophy of mind” → dilemma: zie HB (p. 229)
→ beweren van “geest” is voor Ryle “metafysische speculatie”
⇒ de “menselijke geest” bestaat voor Ryle niet ⇒ behaviorisme → hij zegt
dat we “menselijke geest” niet nodig hebben, dat er namelijk geen link is
tussen geest en lichaam
→ “folk psychology” (=theory of mind): beweren van een geestelijke identiteit →
manier waarop mensen dagdagelijks elkaars gedrag opvatten
→ Ryle gelooft niet in interne processen (=menselijke geest)
Rol van het brein (identiteitstheorie):
→ behaviorisme → komaf maken met dualisme → geen immateriële voorwerpen
(⇒ anti- dualisme)
→ 20e E → alternatief → “identiteitstheorie” (Place/Smart)⇒ mentale toestanden
identificeren met bepaalde hersenprocessen → Black Box tussen S en R wordt
opgevuld
→ men beweert (in tegenstelling tot behaviorisme): dat hersentoestanden de
causale link vormen tussen stimulus en respons
→ vraag naar “ontstaan” en “nut” blijft open ⇒ fysieke en mentale als 2 parallelle
realiteiten? (Spinoza)
→ ≠ tussen behaviorisme en identiteitstheorie:
→ voor behavioristen is er GEEN ≠ tussen intelligentie (bewust) en niet-
intelligentie (onbewust, reflexmatig) → voor identiteits theoretici WEL
De computermetafoor: