HOOFDSTUK 14: HET LYMFESTELSEL
• Cellen in de weefsels worden omgeven door
weefselvocht (interstitiëel vocht)
– Deze is door filtratie ontstaan uit bloedbaan
(+ 24 l/dag)
– Bevat water, kleine opgeloste stoffen uit
bloedbaan (diffundeerbaar), afvalstoffen uit
cellen
• Grootste deel van weefselvocht (+ 20.4 l/dag) gaat
door osmose weer de bloedbaan in (veneuze
capillairen)
• Resterend overtollig weefselvocht (+ 3.6 l/dag)
diffundeert door meer permeabele wanden van
lymfecapillairen:
– Dit vormt de lymfe
• Lymfecapillairen verzamelen in steeds grotere vaten
en de lymfe stroomt doorheen een aantal
lymfeklieren richting bloedbaan.
BOUW LYMFESTELSEL:
• Definities lymfestelsel
– Pathogenen—Organismen die een ziekte
veroorzaken
– Lymfestelsel—Cellen, weefsels en organen die
een centrale rol in de afweer van het lichaam
spelen tegen pathogenen
– Lymfestelsel bestaat uit vaten (lymfe-vaten)
die met lymfe zijn gevuld en verbonden zijn
met aan de lymfoïde organen/weefsels
LYMFOÏDE SYSTEEM:
• Lymfe
• Lymfevaten
• Lymfeklieren
• Lymfeorganen:
– Milt
– Thymus
• Diffuus lymfoïd weefsel
– Amandelen
– Plaques van Peyer
• Beenmerg
1
,FUNCTIES VAN LYMFOÏDE SYSTEEM:
• Weefseldrainage
– Alles wat door filtratie in de weefsels kwam en er niet door osmose uitraakte,
wordt binnen fysiologische grenzen door de lymfevaten afgevoerd behoud
bloedvolume
• = geplafoneerd systeem!!
• Absorptie van vet en vetoplosbare stoffen in dunne darm
– Via chylus-vaten (centrale lymfevaten van villi)
• Immuniteit
– Productie en rijping van lymfocyten, verantwoordelijk voor de specifieke
afweer of immuniteit
• Beenmerg, thymus
– Activatie en proliferatie van lymfocyten
• Lymfeklieren, milt
LYMFEVATEN:
• Lymfecapillairen:
– Beginnen blind in interstiële ruimten
– Bouw zoals bloedcapillairen (één laag plaveiselcellen)
• Permeabiliteit van wand groter: voor eiwitten, celafval, …
– Netwerk van vaten in meeste weefsels dat samenvloeit in grotere lymfevaten
• Géén lymfevaten in: CZS, beenderen, bovenste huidlagen
• Grotere lymfevaten:
– Wand wand kleine venen (3 lagen!)
– Talloze komvormige kleppen: éénrichtings-stroom
– Géén pomp (zoals hart op bloedbaan), wel intrinsieke contracties
(lymfepomp) en externe druk (spieren, arteries)
– Door samenvloeiing (bundeling): vorming grotere vaten
• Op samenvloeiing: lymfeknopen, vooral in bepaalde regio’s
• 2 hoofdlymfegangen:
– Ductus thoracicus en ductus lymphaticus dexter
LYMFE:
• Helder waterig vocht
• Samenstelling:
– = interstitieel vocht = (plasma – plasmaeiwitten)
– Bij lekkage van plasma-eiwitten: (bv. bij ontstekingen) zal lymfe die terug naar
bloedbaan brengen
– Grotere deeltjes:
• Bacteriën, celafval uit beschadigde weefsels
• Zullen in lymfeklieren vernietigd worden
2
, – Lymfocyten
• In de chylusvaten noemen we de lymfe ‘chylus’ vanwege melkachtig aspect
(vetabsorptie)
HOOFDLYMFEGANGEN:
• Ductus thoracicus
– Begin: cysterna cyli (thv. L1-L2)
– + 40 cm lang
– Uitmonding: linker vena subclavia, onderaan hals
– Drainage:
• Onderste ledematen, bekken- en buikholte, linkerhelft thorax, linker
hoofd-halsgebied, linkerarm.
• Dit is meer dan ¾ van het lichaamsgebied!
• Ductus lymphaticus dexter
– Kort, breed lymfevat (1cm)
– Uitmonding: rechter vena subclavia, onderaan hals
– Drainage:
• Rechterhelft thorax, rechter hoofd-halsgebied, rechterarm.
3 SOORTEN LYMFOCYTEN:
– T-cellen
• Afkomstig van de thymus
– B-cellen
• Afkomstig uit het beenmerg
– NK-cellen
• Natural killer
3
• Cellen in de weefsels worden omgeven door
weefselvocht (interstitiëel vocht)
– Deze is door filtratie ontstaan uit bloedbaan
(+ 24 l/dag)
– Bevat water, kleine opgeloste stoffen uit
bloedbaan (diffundeerbaar), afvalstoffen uit
cellen
• Grootste deel van weefselvocht (+ 20.4 l/dag) gaat
door osmose weer de bloedbaan in (veneuze
capillairen)
• Resterend overtollig weefselvocht (+ 3.6 l/dag)
diffundeert door meer permeabele wanden van
lymfecapillairen:
– Dit vormt de lymfe
• Lymfecapillairen verzamelen in steeds grotere vaten
en de lymfe stroomt doorheen een aantal
lymfeklieren richting bloedbaan.
BOUW LYMFESTELSEL:
• Definities lymfestelsel
– Pathogenen—Organismen die een ziekte
veroorzaken
– Lymfestelsel—Cellen, weefsels en organen die
een centrale rol in de afweer van het lichaam
spelen tegen pathogenen
– Lymfestelsel bestaat uit vaten (lymfe-vaten)
die met lymfe zijn gevuld en verbonden zijn
met aan de lymfoïde organen/weefsels
LYMFOÏDE SYSTEEM:
• Lymfe
• Lymfevaten
• Lymfeklieren
• Lymfeorganen:
– Milt
– Thymus
• Diffuus lymfoïd weefsel
– Amandelen
– Plaques van Peyer
• Beenmerg
1
,FUNCTIES VAN LYMFOÏDE SYSTEEM:
• Weefseldrainage
– Alles wat door filtratie in de weefsels kwam en er niet door osmose uitraakte,
wordt binnen fysiologische grenzen door de lymfevaten afgevoerd behoud
bloedvolume
• = geplafoneerd systeem!!
• Absorptie van vet en vetoplosbare stoffen in dunne darm
– Via chylus-vaten (centrale lymfevaten van villi)
• Immuniteit
– Productie en rijping van lymfocyten, verantwoordelijk voor de specifieke
afweer of immuniteit
• Beenmerg, thymus
– Activatie en proliferatie van lymfocyten
• Lymfeklieren, milt
LYMFEVATEN:
• Lymfecapillairen:
– Beginnen blind in interstiële ruimten
– Bouw zoals bloedcapillairen (één laag plaveiselcellen)
• Permeabiliteit van wand groter: voor eiwitten, celafval, …
– Netwerk van vaten in meeste weefsels dat samenvloeit in grotere lymfevaten
• Géén lymfevaten in: CZS, beenderen, bovenste huidlagen
• Grotere lymfevaten:
– Wand wand kleine venen (3 lagen!)
– Talloze komvormige kleppen: éénrichtings-stroom
– Géén pomp (zoals hart op bloedbaan), wel intrinsieke contracties
(lymfepomp) en externe druk (spieren, arteries)
– Door samenvloeiing (bundeling): vorming grotere vaten
• Op samenvloeiing: lymfeknopen, vooral in bepaalde regio’s
• 2 hoofdlymfegangen:
– Ductus thoracicus en ductus lymphaticus dexter
LYMFE:
• Helder waterig vocht
• Samenstelling:
– = interstitieel vocht = (plasma – plasmaeiwitten)
– Bij lekkage van plasma-eiwitten: (bv. bij ontstekingen) zal lymfe die terug naar
bloedbaan brengen
– Grotere deeltjes:
• Bacteriën, celafval uit beschadigde weefsels
• Zullen in lymfeklieren vernietigd worden
2
, – Lymfocyten
• In de chylusvaten noemen we de lymfe ‘chylus’ vanwege melkachtig aspect
(vetabsorptie)
HOOFDLYMFEGANGEN:
• Ductus thoracicus
– Begin: cysterna cyli (thv. L1-L2)
– + 40 cm lang
– Uitmonding: linker vena subclavia, onderaan hals
– Drainage:
• Onderste ledematen, bekken- en buikholte, linkerhelft thorax, linker
hoofd-halsgebied, linkerarm.
• Dit is meer dan ¾ van het lichaamsgebied!
• Ductus lymphaticus dexter
– Kort, breed lymfevat (1cm)
– Uitmonding: rechter vena subclavia, onderaan hals
– Drainage:
• Rechterhelft thorax, rechter hoofd-halsgebied, rechterarm.
3 SOORTEN LYMFOCYTEN:
– T-cellen
• Afkomstig van de thymus
– B-cellen
• Afkomstig uit het beenmerg
– NK-cellen
• Natural killer
3