• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages
Summary

Samenvatting Eigentijdse Geschiedenis (artikelen en college's)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages

Samenvatting voor het vak 'Eigentijdse Geschiedenis'. Bevat alle aantekeningen van hoor/werkcolleges van dit vak en samenvattingen van alle artikelen die voor het vak gelezen en geleerd moeten worden.

Content preview

Week 1 – Oorlog, revolutie en de opkomst van nieuwe ideologieën (1914-1929)

Michael Howard “The First World War reconsidered”
1. Inleiding (13-15) met de vraag over de naam van de oorlog en met drie grote vragen.
De “Eerste Wereldoorlog” is eigenlijk geen goede naam, omdat het niet de eerste oorlog
was, waarbij een groot deel van de wereld betrokken was. De “Great War” is daarom
een veel betere aanduiding, het heeft namelijk ontzettend veel gevolgen en doden
veroorzaakt. De naam is wel goed, omdat er wordt gesuggereerd dat het nog niet
afgelopen is en dat er meer oorlogen zullen volgen. De oorlog bestaat bovendien uit
meerdere conflicten (Uitbreiding of inperking van de Duitse macht en de conflicten op
de Balkan). De drie vragen die Howard stelt, zijn:
a. Waar ging de oorlog over?
b. Waarom nam de oorlog de vorm over die het kreeg?
c. Wat waren de gevolgen van de oorlog?
2. Beantwoording van de eerste vraag (16-19): vaderland! Hierbij gebruikt hij de bron van
de monumenten. Howard ziet monumenten van de Eerste Wereldoorlog als
gedenktekens van rouw, niet van triomf. Ze laten de opoffering zien in plaats van de
overwinning. Zelfs in de kleinste dorpjes zijn monumenten te vinden, dit laat de
alomvattendheid en de hoeveelheid slachtoffers zien. Ook ligt de nadruk op de
solidariteit van de Europese gemeenschap. Op alle monumenten staat “God, King and
Country” en Howard concludeert dat mannen vooral meevochten voor hun vaderland.
3. Oorzaken en historiografisch debat (19-25): Duitsland én Oostenrijk-Hongarije hebben
de schuld. Howard beargumenteerd dat Oostenrijk-Hongarije ook deel van het
probleem was, niet alleen Duitsland.
4. Gevolgen en nut (25-28): democratie en vrijheid! Howard denkt dat de Eerste
Wereldoorlog niet zinloos was en zelfs onvermijdelijk was. Als Duitsland de oorlog zou
hebben gewonnen, zou Europa er een stuk slechter aan toe zijn geweest. “It gave the
cause of democracy another chance”. Het interbellum was een wapenstilstand, er was
één grote wereldoorlog, want met de Vrede van Versailles was de oorlog nog niet
afgesloten. Howard nuanceert dus, omdat hij eerst het beeld schetst van opoffering en
daarna pas zegt dat de oorlog niet zinloos was.

Woodrow Wilson “A new diplomacy: the fourteen points”
Wilson schept in zijn Veertien Punten Plan een visie op wat er moet gebeuren met Europa na
de Eerste Wereldoorlog. Hij wilde een stabiele internationale orde creëren, maar zijn plannen
zijn nogal naïef. De belangrijkste punten uit dit Plan zijn het zelfbeschikkingsrecht en de
Volkenbond. Ook zijn de soevereiniteit en de nieuwe wereldorde belangrijk. De Amerikanen
worden geen lid van deze bond, omdat ze het te utopisch vonden. Duitsland en Rusland als
verliezers mochten ook niet mee doen. Clemenceau wil een permanent Frans overwicht over
Duitsland, net als Napoleon. David Lloyd George probeert te bemiddelen en compromissen
te sluiten tussen de landen. Het Verdrag van Versailles valt uiteindelijk toch uit in het
voordeel van Frankrijk.

Friso Wielenga “Geschiedenis van Nederland van de Opstand tot heden” (281-304)
STABILITEIT EN MODERNISERING: NEDERLAND SINDS 1918
Van 1918 tot 1960 – met een onderbreking van 1940 tot 1945 – heerste er een stabiel
politiek klimaat met verzuiling. Na 1945 kwam er wel meer verantwoordelijkheid bij de staat
te liggen en werd Nederland minder afzijdig. Zo werd ze een trouwe bondgenoot van de
NAVO en was ze vanaf het begin betrokken bij de oprichting van de EEG. Ook was er een
einde aan het koloniale imperium door het zelfstandig worden van Indonesië. Vanaf 1970
begon er een democratisering van politiek en maatschappij, waardoor er vanaf 1980 een
minder gepolariseerd politiek klimaat ontstond volgens het poldermodel. Vanaf 2002 met Pim
Fortuyn begon de polarisatie echter opnieuw en werd de politiek intoleranter en rechts-
populistischer.


1

,In juli 1918 vonden de eerste verkiezingen plaats, waarbij vooral de confessionele partijen
veel stemmen kregen. De sterke positie van de katholieken en de neergang van de liberale
partijen was opvallend. De confessionelen bleven wel voortbouwen op het liberale
gedachtegoed. Ook ontstonden er veel splinterpartijen en kregen de sociaaldemocraten
weinig aanhang. Er was stabiliteit en continuïteit, maar er ontstond wel een vrij vlakke
compromispolitiek, waarbij er van crisis naar crisis werd gegaan. Er zijn verschillende
redenen voor het gebrek aan overeenstemming:
- De katholieken en protestanten hadden geen gemeenschappelijk antwoord over hoe
Nederland na de Eerste Wereldoorlog vormgegeven moest worden.
- Er waren principiële tegenstellingen over de verhouding tussen staat en maatschappij.
- Er was een voortgaande verzuiling over een breder maatschappelijk veld.
De Vergissing van Troelstra was een wanhopige poging van de sociaaldemocraten om een
socialistische revolutie in Nederland te bewerkstelligen. Dit mislukte, waardoor de monarchie
en burgerlijke partijen werden versterkt, maar de sociaaldemocratische organisaties
groeiden. Binnen de economie was dit een periode van hoogconjunctuur, maar vanwege de
crisis van de jaren 1920 was er een bezuinigingsbeleid. Er was een krachtige economische
modernisering en een dynamische ontwikkeling van multinationals en productiviteit in de
landbouw. Ook transport en infrastructuur breidden uit en er was toenemende interne
communicatie door de uitvinding van de telegrafie en de telefonie. In 1929 begon de Grote
Depressie, maar deze begon in Nederland pas later en sleepte ook langer voort. De
confessionelen waren voor een beleid van deflatie en handhaving van de gouden standaard,
waardoor de export enorm afnam. In 1936 werd de gulden toch gedevalueerd en kon
Nederland er weer langzaam bovenop komen. De sociaaldemocraten distantiëren zich
langzaam van het geweld van de socialisten, maar moeten toch met een plan komen voor de
crisispolitiek. Dit Plan van de Arbeid kwam er in 1935 en behelsde een anticyclische
conjunctuurpolitiek. Er moest geïnvesteerd worden, waardoor de staatsschuld opliep. Dit
plan had nauwelijks effect en in 1937 kwamen de sociaaldemocraten met een nieuw
beginselprogramma. Hierdoor konden zij integreren in de natie en konden zij in 1939 voor
het eerst deelnemen in de regering. Er ontstond een bedreiging van de democratieën, die
A.A. de Jonge verdeelde in een ‘kleine crisis’ en een ‘grote crisis’. Nederland vertoonde
een ‘kleine crisis’ met onvrede over het functioneren van staatsinstellingen. Bij de ‘grote
crisis’ werd er gewelddadig afgerekend met de democratie. Er was in Nederland veel
ontevredenheid, ook in grotere partijen. Colijn hanteerde een conservatieve mentaliteit. Er
waren ook partijen die ten strijde trokken tegen de democratie, zoals de NSB onder leiding
van Anton Adriaan Mussert. Zij streefden naar een hernieuwde krachtige en nationale
identiteit met de symbolen van het koningshuis, de nationale driekleur en het nationale
wapen. Mussert gaf zo richting aan de ‘kleine crisis’ in Nederland. In 1935 bereikte de NSB
haar hoogtepunt, maar daarna nam haar populariteit af, door de radicalisering van de partij.
De “Eenheid door Democratie” (EDD) bestreed het communisme en fascisme, waardoor de
populariteit van de NSB nog verder afnam en zij agressief reageerde.

Hoorcollege 1 – Eerste Wereldoorlog en haar gevolgen (1914-1929)
De twintigste eeuw wordt enerzijds gekenmerkt door een negentiende-eeuws
vooruitgangsgeloof en optimisme en anderzijds door een enorme teleurstelling.
- Vooruitgangsgeloof: het kan alleen maar beter worden. Er is vooruitgang in de
economie (verdubbeling van het BBP en wereldhandel), technologische vooruitgang
door de uitvinding van de telegrafie, spoorwegen en chemische producten en er is een
beschavingsoffensief op nationaal (politie, onderwijs en veiligheidsvoorschriften) en
internationaal niveau (oorlogsrecht).
- Teleurstelling: over de 187 miljoen doden door geweld. Dit komt naar voren in de
historiografie, waarin vooral de ondergang van de democratie, onderdrukking en
economische malaise wordt beschreven).




2

, De twintigste eeuw balanceert dus tussen twee polen, die elkaar ondersteunen en
versterken. Eric Hobsbawm noemt een aantal aspecten in zijn Age of Extremes.
- Positieve ontwikkelingen van de beschaving, bijvoorbeeld de bevolkingsgroei, gestegen
levensverwachting, welvaartsspreiding, onderwijs, transport, communicatie, informatie,
het verschil tussen stad en platteland en de positie van vrouwen en minderheden.
- Er is echter een ook terugkeer van de barbarij te zien in deze eeuw.

De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog is nog levendig door het herdenkingsjaar. Zelfs
in Nederland wordt de oorlog gezien als de “oer catastrofe” die alle andere rampen heeft
aangezwengeld. In veel nieuwe historiografie gaat het om de oorlogsschuld, het mondiale
conflict, oorlogsmisdaden en het belang van het thuisfront wordt benadrukt. Er zijn
verschillende oorzaken van de Eerste Wereldoorlog:
- Nationaal door de autocratieën in crisis en kwetsbare democratieën. Autocratieën
hadden last van onvoldoende legitimatie en de democratieën waren nog niet volledig
democratisch, waardoor er nog veel onzekerheid en ongelijkheid was.
- Internationaal door de rivaliteiten tussen landen (D-F, D-GB, GB-F, OH-R), het
alliantiesysteem en door de oorlogen in de Balkan en de moord op Frans Ferdinand.
Ook heerste er het idee dat het nu of nooit was, want de tegenstander zou alleen nog
maar sterker worden.
Waarom was er een patstelling?
- Verwachtingspatronen dat de oorlog maar kort zou duren kloppen niet.
- Schlieffenplan tegen de tweefrontenoorlog als een tangbeweging mislukt.
- De uitvoering van het plan door Moltke zorgde voor afzwakking en nervositeit.
Nederland werd neutraal gehouden voor de handel, er werden toch gelijk troepen naar
het oosten gestuurd en Rusland mobiliseerde sneller dan verwacht.
- Duitse schuld?

Het moreel van de soldaten bleef erg hoog, omdat:
- Loopgraven: vooral de Engelsen en Fransen zorgden voor roulatie in de loopgraven,
waardoor het moreel van de soldaten hoog bleef. Ook waren de loopgraven ruimer dan
men in films ziet en werden de soldaten voorzien van tabak en drank achter de linies.
- Er was een sterke groepsmentaliteit, zodat men wilde winnen voor de kameraden.
- Joy of Killing van een minderheid van de soldaten.
- Gevaar van desertie en overgave, men kon maar beter blijven doen wat hij al deed.
- Het Duitse leger stortte in 1918 ineen door de deelname van de VS. De teleurstelling en
zwakte die dit met zich mee bracht, zorgde ervoor dat veel soldaten deserteerden. Ook
werden de Duitse soldaten sneller ziek van de Spaanse Griep, omdat zij al meer
verzwakt waren dan hun vijanden.

De Eerste Wereldoorlog was een totale oorlog, omdat:
- Totale mobilisatie door militarisering van de samenleving, oorlogseconomie, thuisfront.
- Totale oorlogsdoelen: door de wederzijdse haat wil men een nieuwe wereld creëren.
- Totale oorlogsmethoden door zeeblokkade, onderzeebootoorlog, bombardementen op
steden en gifgasaanvallen. Het oorlogsrecht wordt hiermee geschaad!
- Totale controle van de staat over de economie. Hiermee keert men terug naar de oude
functie van de staat als oorlogsmachine. Wel worden er nieuwe elementen
geïntroduceerd, waardoor de staat veel dieper in de maatschappij invloed heeft.

De Eerste Wereldoorlog had verschillende gevolgen:
1. Internationaal en binnenland-politiek
2. Internationale instabiliteit: Europa versnipperde door het recht op zelfbeschikking uit
het Veertien Punten Plan en door het uiteenvallen van multinationale staten. Ook was
er onvrede over de Vrede van Versailles vanwege het revisionisme in Duitsland en
Italië. Daarnaast mislukte de Volkenbond door het ontbreken van de VS, Duitsland en
de Sovjet-Unie. Ten slotte was er een ideologisering van het buitenlands beleid.

3

Document information

Uploaded on
April 11, 2015
Number of pages
23
Written in
2014/2015
Type
Summary
$6.94

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maaikedekleijn
3.8
(47)
Sold
303
Followers
181
Items
44
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions