Chapter 1
Behavior and Psychology
The magic of behavior
Wat we denken dat we zien is anders dan de onderliggende realiteit. Het
belangrijkste doel van de psychologie is gedrag begrijpen.
Introduction
Phrenology een nu in diskrediet gebrachte theorie uit de achttiende
eeuw die beweerde dat je het vermogen kon beoordelen door de vorm van
het schedel te onderzoeken. Doel van frenologie zelfde als psychologie.
Psychologie verschilt in de methode die wordt gebruikt om tot begrip te
komen.
Psychologie de wetenschappelijke studie van gedrag en ervaring.
Gedaan door systematische observatie en analyse wetenschappelijke
methode. Ook wel gedefinieerd als de wetenschappelijke studie van
gedrag.
The challenge of psychology. Belangerijk: goede observatie,
minimaliseren van bronnen van fouten en alternatieve verklaringen testen.
Psychologen onderzoeken (inter)acties van levende wezens.
4 bijzondere uitdagingen:
Complexity een kenmerk van systemen samengesteld uit grote
nummers van interacterende eenheden (zoals neuronen in de
hersenen), die leiden tot nieuwe patronen of fenomenen die niet
worden gevonden in individuele eenheden.
Self-awareness de capaciteit voor individuen of andere levende
organismen om nauwkeurig hun eigen gedrag te observeren.
Zelfobservatie is gevoelig voor veel bronnen van fouten, ze kunnen
hun eigen gedrag verkeerd interpreteren om binnen hun
theoretische ideeën te passen
Reactivity de neiging voor mensen om hun gedrag te veranderen
wanneer ze worden geobserveerd.
Causality de studie van hoe acties of gebeurtenissen een
bepaalde uitkomst produceren (veroorzaken). Vaak zijn veel
verschillende factoren de oorzaak van bepaald gedrag.
Why different approaches?
Het traditionele model van de wetenschap zegt dat wetenschappers hun
theorieën formuleren op basis van informatie die ze hebben verzameld
d.m.v. onderzoek. Een bepaalde benadering kan ook ontstaan vanuit een
reactie op een andere benadering. De complexiteit van gedrag betekent
,dat op dit moment geen enkele theorie effectief alle aspecten kan
verklaren.
Perception and experience.
Perception het proces van selectie, organisatie en interpretatie van
informatie over de wereld getransporteerd door de zintuigen. Het is een
actief proces. Selective attention het perceptuele proces van het
selectief focussen op particuliere stimuluselementen. Zowel door externe
factoren, als interne factoren eerdere ervaringen en verwachtingen.
Ambiguous figures een afbeelding of andere visuele stimulus die kan
worden gezien op meer dan één manier.
Deze kijk op perceptie als een actief, creatief proces werd ingevoerd door
de ontwikkelaars van de Gestalt theory een theorie van gedrag
ingevoerd in de vroege 20e eeuw door Kohler, Wertheimer en anderen,
welke de actieve, creatieve natuur van perceptie en leren benadrukt.
(Gestalt is Duits, en betekent grofweg ‘georganiseerd geheel’). Ze
ontdekten dat we de neiging hebben gelijke objecten samen te nemen,
het principe van similarity een Gestalt-principe van perceptuele
organisatie, gebaseerd op het samennemen van gelijke elementen (bv.
vorm of grootte), het principe van proximity een Gestalt-principe die
beweert dat elementen die dicht bij elkaar zijn de neiging hebben te
worden gezien als groep.
Closure in perceptie, de neiging om de incomplete patronen in te
vullen om een samenhangend geheel te produceren.
De interpretaties zijn zelden willekeurig; ze reflecteren de manier waarop
we eerdere kennis en ervaring hebben gestructureerd.
Schema een mentaal framewerk die kennis, geloof en verwachtingen
organiseert en wordt gebruikt om gedrag te sturen. Schema’s van
slaapkamer je weet welke dingen erin staan.
Soms zorgen deze schema’s voor een onjuiste interpretatie.
Stereotype een overgesimplificeerde en vaak onnauwkeurige perceptie
van een individu gebaseerd op generaliseren vanuit schema’s gerelateerd
aan de groepslidmaatschap van de individu.
De waarschijnlijkheid dat we zulke verstoringen zullen herkennen is
verminderd door confirmation bias een vorm van cognitieve fout
gebaseerd op de neiging om informatie uit te zoeken die het geloof van
mensen steunt en om de tegengestelde informatie te negeren.
Perception and theorizing. Onderzoekers hebben ook te maken met
perceptie, wat dus leidt tot verschillende benaderingen. Ook kan je niet
alles onderzoeken, dus is selectie ook handig. Onderzoekers met een heel
afwijkende perceptie kunnen dus grondlegger zijn van een nieuwe
benadering. 5 hoofdbenaderingen: biologische, behavioristische,
cognitieve, psychodynamische en humanistische. Psychologie nog relatief
,jong. Natuurkunde, veel ouder dan psychologie, hebben lang het concept
van complementarity herkend een concept ontwikkeld door fysica om
om te gaan met het bestaan van twee modellen die beide nuttig zijn,
maar niet direct verenigbaar.
Het proces van perceptie kan ons helpen te begrijpen hoe de bron van
elke benadering gerelateerd is aan de ervaringen en schema’s van de
individuen die het hebben ingevoerd. We moeten de intellectuele en
sociale context meenemen.
The origins of psychology
Psychologie wordt steeds meer uitgebreid. Dus geen echt begin.
Ontstond uit 2 tradities: filosofie en natuurwetenschappen.
Filosofie het begrijpen van de betekenis van de menselijke ervaring.
Natuurwetenschappen onderzoeksmethoden en conceptueel. Verklaring
gebaseerd op veroorzaking.
Daarna biologische wetenschappen aangeboren oorsprong van gedrag.
2 pioniers:
Wilhelm Wundt gedrag onderzoeken door het onderzoeken van
elementaire zintuigelijke processen. Nu zijn zijn uitrusting en
technieken erg primitief, maar zijn werk heeft grote invloed gehad.
Fysiologische aspecten gedrag. In feite was hij filosoof. Eind vd. 19 e
eeuw worden er verschillende psychologiedepartementen gecreëerd
op verschillende universiteiten, en sommige van de stichters van
deze programma’s studeerden onder Wundt, zo was zijn conceptie
van een experimentele psychologie een belangrijke invloed in de
vroege ontwikkeling van psychologie stichter van de moderne
psychologie.
William James net zoals Wundt begon hij als medische student.
Schreef boek over psychologie. Zijn bijdrage in psychologie kleine
invloed op het ontwikkelende veld. Zijn analyse van basisproblemen
zette het framewerk voor later onderzoek op vele gebieden. Totaal
andere benadering dan Wundt. Hoe ‘geest’ functioneert.
Beide grote rol in het vormen van psychologie in de richting van een
discipline.
Functionalism een benadering van de studie van gedrag gepionierd
door William James, wie de analyse van processen waarbij de geest werkt,
benadrukt.
Structuralism een benadering van psychologie gepionierd door Wundt,
die probeerde om de inhoud van de geest te analyseren, d.m.v. de
introspectionistische methode.
Methods of studying behavior
,The role of the scientific method in psychology. Psychologie is
empirical gebaseerd op observeren, als in een empirische theorie.
Objectieve observatie: normaalgesproken betekent dit at de observaties
kunnen worden geverifieerd door verschillende observators psychologie
kan niet afhangen van geheime kennis of mystieke inspiratie.
Georganiseerde observatie gebaseerd op het idee dat classificatie van
observaties tenslotte zal leiden tot een verklaring van die observaties.
Theory een gestructureerde set van principes die bedoeld is om een
set fenomenen te verklaren. Levert een samenhangende structuur voor
het verbinden van verschillende observaties en is vaak een voorspelling
voor toekomstige observaties.
Observaties suggereren een theorie, een theorie wordt getest door
observaties.
Induction een proces van redeneren gebaseerd op het vormen van
algemene principes vanuit specifieke observaties.
Deduction het proces van specifieke conclusies trekken uit een set van
algemene principes.
Hypothesis een stelling die een verwachte relatie tussen variabelen
beschrijft; een specifieke uitkomst of voorspelling afgeleid uit een theorie
die kan worden geëvalueerd door het maken van verdere observaties.
Alle benaderingen drie belangrijke dingen: voorzichtige, consistente
observaties maken, fouten voorkomen, duidelijke theorieën ontwikkelen.
Introspectionism and public observation. Introspectionism een
methode om data te verzamelen waarin de individu probeert de inhoud
van zijn bewustzijn te analyseren; geassocieerd met de structuralistische
benadering. Werd heel vroeg gebruikt, twijfelachtige techniek. Perceptie
en interpretatie. Om problemen van introspectie te voorkomen publieke
technieken van observatie, zo kunnen onderzoekers het eens worden over
wat is verkregen. Over het algemeen, elk aspect van gedrag dat
consistent kan worden geobserveerd (zorgt voor overeenstemming onder
observators) wordt beschouwd als open voor mogelijk onderzoek.
Operational definitions een term waarvan de betekenis wordt
gedefinieerd door het proces of observeerbare gebeurtenissen die worden
gebruikt om het te meten.
Soms lijkt een operationele definitie niet gerelateerd aan het concept dat
het definieert.
Measures of behavior, research settings and research methods.
Observatie kan worden gebaseerd op twee verschillende manieren om
gedrag te meten:
Self-report een methode om data te verzamelen die inhoudt een
individu te vragen om hun gedrag of mentale staat op een manier te
beschrijven, zoals een interview, enquête of psychologisch
, inventaris. In cognitief onderzoek, kunnen onderzoekers vragen om
mensen hardop te laten denken wanneer ze een probleem oplossen
think-aloud protocols een transcriptie van de opmerkingen
die worden gemaakt wanneer de individu wordt gevraagd om hun
gedachten en gedrag te beschrijven terwijl ze werken aan een taak
zoals probleemoplossing.
Direct observation elke observatietechniek die afhangt van
directe meting van het gedrag door de onderzoeker, in plaats van de
individu vragen om hun gedrag te rapporteren. Dit is neutraler en
objectiever.
De keuze van research setting de context waarin onderzoek wordt
uitgevoerd, of een laboratorium setting (welke inhoudt deelnemers naar
een speciale locatie te laten komen), of een veldomgeving (die vereist om
te gaan waar de mensen zijn die de onderzoeker wil onderzoeken).
Laboratorium: bepaalde omstandigheden creëren, er kan hier wel sprake
zijn van self-awareness en reactivity.
Veldomgeving: moelijker te beheersen
De keuze van de setting is vaak erg gerelateerd aan de research method
een procedure om een probleem te onderzoeken en observaties te
verzamelen; in brede termen, onderzoekmethoden zijn of experimenteel
of niet-experimenteel.
Een experiment is een procedure waarbij een onderzoeker systematisch
een of meerdere factoren in volgorde afwisselt om te zien welk effect de
veranderingen op het gedrag hebben.
Non-experimental methods onderzoeksmethodes die geen directe
beheersing van enige factor inhoudt, in tegenstelling tot experimenten;
soms wordt dit het beschrijvende/correlationele ontwerp genoemd.
Naturalistische observatie, casestudies en enquêtes.
Quasi-experiments, gelijk aan experimenten, maar leveren niet de gelijke
mate van beheersing. Bv. wanneer je kenmerken bestudeert die niet
kunnen worden gemanipuleerd door de onderzoeker (gender, leeftijd,
medische conditie) of in omstandigheden waarin manipulatie onethisch
zou zijn (mensen moeten roken).
3 kenmerken van onderzoek – methode, setting en meettype.
Bystander apathy het falen van toeschouwers om in te grijpen in een
noodgeval; ondanks het label, de oorzaak is meestal niet gerelateerd aan
onverschilligheid.
Non-experimental methods: Interviews and surveys. Interviews
een methode om data te verzamelen waarin de onderzoeker een individu
vragen stelt; de indeling kan vooraf gepland zijn en erg gestructureerd, of
relatief vrij stromend en ongestructureerd.
, De antwoorden van de geïnterviewde persoon representeren self-report
gegevens.
Survey een techniek om de houdingen van vele individuen vast te
stellen door het leveren van een vooraf geplande serie van vragen
waaraan individuen antwoorden.
Vooraf vastgestelde antwoordopties fixed-alternative survey. Makkelijk
te meten, maar weinig flexibiliteit. Cultuur kan namelijk de antwoorden
beïnvloeden en ook hoe de vragen gesteld worden is belangrijk.
Open-ended surveys spontaan antwoord. Een interviewer moet
proberen een duidelijk antwoord te krijgen, zonder te coachen, coachen
kan leiden tot een bias een bron van fout welke resulteert in een
systematische verstoring van resultaten.
Surveys and sampling procedures. Population in statistiek, de
groep wiens kenmerken iemand wil vaststellen en van waaruit een
steekproef wordt gekozen. Sample in statistiek, een subgroep
getrokken uit een populatie; in onderzoek, de groep die iemand echt
onderzoekt. Representative sample in statistiek, een steekproef
wiens samenstelling matcht met de populatie van waaruit deze is
getrokken. Hierdoor worden ook bias in de resultaten verminderd. De
waarschijnlijke foutmarge wordt altijd berekend bij juiste enquêtes en
rapporteren dit bij de resultaten.
Limitations of self-reports.
Accuracy is het wel een nauwkeurige reflectie op gedrag? Gedrag
van jezelf wordt niet altijd goed gerapporteerd, of je zegt iets
waarvan je denkt dat dat antwoord de voorkeur heeft. Om te kijken
of de self-reports wel nauwkeurig zijn, door het vragen van peer
rating aan de individu die het self-report maakt. Ook kunnen bij
open vragen de antwoorden niet duidelijk zijn.
Technologie helpt bij het aanwijzen van geheugenbeperkingen door het
gebruik van experience sampling methods (ESM) methodes van
gedachten en gevoelens in reële tijd gebruik makend van
communicatietechnologie, onderzoeken. Er worden piepers, sms-
technologie etc. gebruikt om data over de hele dag te verzamelen. De
individu moet bv. elke x als de pieper afgaat zeggen hoe hij/zij zich voelt.
Naturalistic observation and unobtrusive measures. Directe
observatie omdat self-reports verwrongen kunnen zijn.
Naturalistic observation een onderzoeksmethode die is gebaseerd op
het observeren van gedrag in een natuurlijke setting, zonder inmenging of
proberen om de omstandigheden te beheersen. Probleem van reactiviteit
oplossen: camera, eenzijdige spiegel etc.
Behavior and Psychology
The magic of behavior
Wat we denken dat we zien is anders dan de onderliggende realiteit. Het
belangrijkste doel van de psychologie is gedrag begrijpen.
Introduction
Phrenology een nu in diskrediet gebrachte theorie uit de achttiende
eeuw die beweerde dat je het vermogen kon beoordelen door de vorm van
het schedel te onderzoeken. Doel van frenologie zelfde als psychologie.
Psychologie verschilt in de methode die wordt gebruikt om tot begrip te
komen.
Psychologie de wetenschappelijke studie van gedrag en ervaring.
Gedaan door systematische observatie en analyse wetenschappelijke
methode. Ook wel gedefinieerd als de wetenschappelijke studie van
gedrag.
The challenge of psychology. Belangerijk: goede observatie,
minimaliseren van bronnen van fouten en alternatieve verklaringen testen.
Psychologen onderzoeken (inter)acties van levende wezens.
4 bijzondere uitdagingen:
Complexity een kenmerk van systemen samengesteld uit grote
nummers van interacterende eenheden (zoals neuronen in de
hersenen), die leiden tot nieuwe patronen of fenomenen die niet
worden gevonden in individuele eenheden.
Self-awareness de capaciteit voor individuen of andere levende
organismen om nauwkeurig hun eigen gedrag te observeren.
Zelfobservatie is gevoelig voor veel bronnen van fouten, ze kunnen
hun eigen gedrag verkeerd interpreteren om binnen hun
theoretische ideeën te passen
Reactivity de neiging voor mensen om hun gedrag te veranderen
wanneer ze worden geobserveerd.
Causality de studie van hoe acties of gebeurtenissen een
bepaalde uitkomst produceren (veroorzaken). Vaak zijn veel
verschillende factoren de oorzaak van bepaald gedrag.
Why different approaches?
Het traditionele model van de wetenschap zegt dat wetenschappers hun
theorieën formuleren op basis van informatie die ze hebben verzameld
d.m.v. onderzoek. Een bepaalde benadering kan ook ontstaan vanuit een
reactie op een andere benadering. De complexiteit van gedrag betekent
,dat op dit moment geen enkele theorie effectief alle aspecten kan
verklaren.
Perception and experience.
Perception het proces van selectie, organisatie en interpretatie van
informatie over de wereld getransporteerd door de zintuigen. Het is een
actief proces. Selective attention het perceptuele proces van het
selectief focussen op particuliere stimuluselementen. Zowel door externe
factoren, als interne factoren eerdere ervaringen en verwachtingen.
Ambiguous figures een afbeelding of andere visuele stimulus die kan
worden gezien op meer dan één manier.
Deze kijk op perceptie als een actief, creatief proces werd ingevoerd door
de ontwikkelaars van de Gestalt theory een theorie van gedrag
ingevoerd in de vroege 20e eeuw door Kohler, Wertheimer en anderen,
welke de actieve, creatieve natuur van perceptie en leren benadrukt.
(Gestalt is Duits, en betekent grofweg ‘georganiseerd geheel’). Ze
ontdekten dat we de neiging hebben gelijke objecten samen te nemen,
het principe van similarity een Gestalt-principe van perceptuele
organisatie, gebaseerd op het samennemen van gelijke elementen (bv.
vorm of grootte), het principe van proximity een Gestalt-principe die
beweert dat elementen die dicht bij elkaar zijn de neiging hebben te
worden gezien als groep.
Closure in perceptie, de neiging om de incomplete patronen in te
vullen om een samenhangend geheel te produceren.
De interpretaties zijn zelden willekeurig; ze reflecteren de manier waarop
we eerdere kennis en ervaring hebben gestructureerd.
Schema een mentaal framewerk die kennis, geloof en verwachtingen
organiseert en wordt gebruikt om gedrag te sturen. Schema’s van
slaapkamer je weet welke dingen erin staan.
Soms zorgen deze schema’s voor een onjuiste interpretatie.
Stereotype een overgesimplificeerde en vaak onnauwkeurige perceptie
van een individu gebaseerd op generaliseren vanuit schema’s gerelateerd
aan de groepslidmaatschap van de individu.
De waarschijnlijkheid dat we zulke verstoringen zullen herkennen is
verminderd door confirmation bias een vorm van cognitieve fout
gebaseerd op de neiging om informatie uit te zoeken die het geloof van
mensen steunt en om de tegengestelde informatie te negeren.
Perception and theorizing. Onderzoekers hebben ook te maken met
perceptie, wat dus leidt tot verschillende benaderingen. Ook kan je niet
alles onderzoeken, dus is selectie ook handig. Onderzoekers met een heel
afwijkende perceptie kunnen dus grondlegger zijn van een nieuwe
benadering. 5 hoofdbenaderingen: biologische, behavioristische,
cognitieve, psychodynamische en humanistische. Psychologie nog relatief
,jong. Natuurkunde, veel ouder dan psychologie, hebben lang het concept
van complementarity herkend een concept ontwikkeld door fysica om
om te gaan met het bestaan van twee modellen die beide nuttig zijn,
maar niet direct verenigbaar.
Het proces van perceptie kan ons helpen te begrijpen hoe de bron van
elke benadering gerelateerd is aan de ervaringen en schema’s van de
individuen die het hebben ingevoerd. We moeten de intellectuele en
sociale context meenemen.
The origins of psychology
Psychologie wordt steeds meer uitgebreid. Dus geen echt begin.
Ontstond uit 2 tradities: filosofie en natuurwetenschappen.
Filosofie het begrijpen van de betekenis van de menselijke ervaring.
Natuurwetenschappen onderzoeksmethoden en conceptueel. Verklaring
gebaseerd op veroorzaking.
Daarna biologische wetenschappen aangeboren oorsprong van gedrag.
2 pioniers:
Wilhelm Wundt gedrag onderzoeken door het onderzoeken van
elementaire zintuigelijke processen. Nu zijn zijn uitrusting en
technieken erg primitief, maar zijn werk heeft grote invloed gehad.
Fysiologische aspecten gedrag. In feite was hij filosoof. Eind vd. 19 e
eeuw worden er verschillende psychologiedepartementen gecreëerd
op verschillende universiteiten, en sommige van de stichters van
deze programma’s studeerden onder Wundt, zo was zijn conceptie
van een experimentele psychologie een belangrijke invloed in de
vroege ontwikkeling van psychologie stichter van de moderne
psychologie.
William James net zoals Wundt begon hij als medische student.
Schreef boek over psychologie. Zijn bijdrage in psychologie kleine
invloed op het ontwikkelende veld. Zijn analyse van basisproblemen
zette het framewerk voor later onderzoek op vele gebieden. Totaal
andere benadering dan Wundt. Hoe ‘geest’ functioneert.
Beide grote rol in het vormen van psychologie in de richting van een
discipline.
Functionalism een benadering van de studie van gedrag gepionierd
door William James, wie de analyse van processen waarbij de geest werkt,
benadrukt.
Structuralism een benadering van psychologie gepionierd door Wundt,
die probeerde om de inhoud van de geest te analyseren, d.m.v. de
introspectionistische methode.
Methods of studying behavior
,The role of the scientific method in psychology. Psychologie is
empirical gebaseerd op observeren, als in een empirische theorie.
Objectieve observatie: normaalgesproken betekent dit at de observaties
kunnen worden geverifieerd door verschillende observators psychologie
kan niet afhangen van geheime kennis of mystieke inspiratie.
Georganiseerde observatie gebaseerd op het idee dat classificatie van
observaties tenslotte zal leiden tot een verklaring van die observaties.
Theory een gestructureerde set van principes die bedoeld is om een
set fenomenen te verklaren. Levert een samenhangende structuur voor
het verbinden van verschillende observaties en is vaak een voorspelling
voor toekomstige observaties.
Observaties suggereren een theorie, een theorie wordt getest door
observaties.
Induction een proces van redeneren gebaseerd op het vormen van
algemene principes vanuit specifieke observaties.
Deduction het proces van specifieke conclusies trekken uit een set van
algemene principes.
Hypothesis een stelling die een verwachte relatie tussen variabelen
beschrijft; een specifieke uitkomst of voorspelling afgeleid uit een theorie
die kan worden geëvalueerd door het maken van verdere observaties.
Alle benaderingen drie belangrijke dingen: voorzichtige, consistente
observaties maken, fouten voorkomen, duidelijke theorieën ontwikkelen.
Introspectionism and public observation. Introspectionism een
methode om data te verzamelen waarin de individu probeert de inhoud
van zijn bewustzijn te analyseren; geassocieerd met de structuralistische
benadering. Werd heel vroeg gebruikt, twijfelachtige techniek. Perceptie
en interpretatie. Om problemen van introspectie te voorkomen publieke
technieken van observatie, zo kunnen onderzoekers het eens worden over
wat is verkregen. Over het algemeen, elk aspect van gedrag dat
consistent kan worden geobserveerd (zorgt voor overeenstemming onder
observators) wordt beschouwd als open voor mogelijk onderzoek.
Operational definitions een term waarvan de betekenis wordt
gedefinieerd door het proces of observeerbare gebeurtenissen die worden
gebruikt om het te meten.
Soms lijkt een operationele definitie niet gerelateerd aan het concept dat
het definieert.
Measures of behavior, research settings and research methods.
Observatie kan worden gebaseerd op twee verschillende manieren om
gedrag te meten:
Self-report een methode om data te verzamelen die inhoudt een
individu te vragen om hun gedrag of mentale staat op een manier te
beschrijven, zoals een interview, enquête of psychologisch
, inventaris. In cognitief onderzoek, kunnen onderzoekers vragen om
mensen hardop te laten denken wanneer ze een probleem oplossen
think-aloud protocols een transcriptie van de opmerkingen
die worden gemaakt wanneer de individu wordt gevraagd om hun
gedachten en gedrag te beschrijven terwijl ze werken aan een taak
zoals probleemoplossing.
Direct observation elke observatietechniek die afhangt van
directe meting van het gedrag door de onderzoeker, in plaats van de
individu vragen om hun gedrag te rapporteren. Dit is neutraler en
objectiever.
De keuze van research setting de context waarin onderzoek wordt
uitgevoerd, of een laboratorium setting (welke inhoudt deelnemers naar
een speciale locatie te laten komen), of een veldomgeving (die vereist om
te gaan waar de mensen zijn die de onderzoeker wil onderzoeken).
Laboratorium: bepaalde omstandigheden creëren, er kan hier wel sprake
zijn van self-awareness en reactivity.
Veldomgeving: moelijker te beheersen
De keuze van de setting is vaak erg gerelateerd aan de research method
een procedure om een probleem te onderzoeken en observaties te
verzamelen; in brede termen, onderzoekmethoden zijn of experimenteel
of niet-experimenteel.
Een experiment is een procedure waarbij een onderzoeker systematisch
een of meerdere factoren in volgorde afwisselt om te zien welk effect de
veranderingen op het gedrag hebben.
Non-experimental methods onderzoeksmethodes die geen directe
beheersing van enige factor inhoudt, in tegenstelling tot experimenten;
soms wordt dit het beschrijvende/correlationele ontwerp genoemd.
Naturalistische observatie, casestudies en enquêtes.
Quasi-experiments, gelijk aan experimenten, maar leveren niet de gelijke
mate van beheersing. Bv. wanneer je kenmerken bestudeert die niet
kunnen worden gemanipuleerd door de onderzoeker (gender, leeftijd,
medische conditie) of in omstandigheden waarin manipulatie onethisch
zou zijn (mensen moeten roken).
3 kenmerken van onderzoek – methode, setting en meettype.
Bystander apathy het falen van toeschouwers om in te grijpen in een
noodgeval; ondanks het label, de oorzaak is meestal niet gerelateerd aan
onverschilligheid.
Non-experimental methods: Interviews and surveys. Interviews
een methode om data te verzamelen waarin de onderzoeker een individu
vragen stelt; de indeling kan vooraf gepland zijn en erg gestructureerd, of
relatief vrij stromend en ongestructureerd.
, De antwoorden van de geïnterviewde persoon representeren self-report
gegevens.
Survey een techniek om de houdingen van vele individuen vast te
stellen door het leveren van een vooraf geplande serie van vragen
waaraan individuen antwoorden.
Vooraf vastgestelde antwoordopties fixed-alternative survey. Makkelijk
te meten, maar weinig flexibiliteit. Cultuur kan namelijk de antwoorden
beïnvloeden en ook hoe de vragen gesteld worden is belangrijk.
Open-ended surveys spontaan antwoord. Een interviewer moet
proberen een duidelijk antwoord te krijgen, zonder te coachen, coachen
kan leiden tot een bias een bron van fout welke resulteert in een
systematische verstoring van resultaten.
Surveys and sampling procedures. Population in statistiek, de
groep wiens kenmerken iemand wil vaststellen en van waaruit een
steekproef wordt gekozen. Sample in statistiek, een subgroep
getrokken uit een populatie; in onderzoek, de groep die iemand echt
onderzoekt. Representative sample in statistiek, een steekproef
wiens samenstelling matcht met de populatie van waaruit deze is
getrokken. Hierdoor worden ook bias in de resultaten verminderd. De
waarschijnlijke foutmarge wordt altijd berekend bij juiste enquêtes en
rapporteren dit bij de resultaten.
Limitations of self-reports.
Accuracy is het wel een nauwkeurige reflectie op gedrag? Gedrag
van jezelf wordt niet altijd goed gerapporteerd, of je zegt iets
waarvan je denkt dat dat antwoord de voorkeur heeft. Om te kijken
of de self-reports wel nauwkeurig zijn, door het vragen van peer
rating aan de individu die het self-report maakt. Ook kunnen bij
open vragen de antwoorden niet duidelijk zijn.
Technologie helpt bij het aanwijzen van geheugenbeperkingen door het
gebruik van experience sampling methods (ESM) methodes van
gedachten en gevoelens in reële tijd gebruik makend van
communicatietechnologie, onderzoeken. Er worden piepers, sms-
technologie etc. gebruikt om data over de hele dag te verzamelen. De
individu moet bv. elke x als de pieper afgaat zeggen hoe hij/zij zich voelt.
Naturalistic observation and unobtrusive measures. Directe
observatie omdat self-reports verwrongen kunnen zijn.
Naturalistic observation een onderzoeksmethode die is gebaseerd op
het observeren van gedrag in een natuurlijke setting, zonder inmenging of
proberen om de omstandigheden te beheersen. Probleem van reactiviteit
oplossen: camera, eenzijdige spiegel etc.