Ethologie uittreksel
Tot en met H7 op de mindmaps
Hoofdstuk 8: Paard
- Het paard bestond 4 miljoen jaar geleden al. Hij werd vrij laat (6.000 jaar geleden)
gedomesticeerd.
- Een paard was solitair in bossen, door domesticatie sociaal in weide.
- De veiligheid van de groepen paarden komt door de grote aantallen, er is vaak gedeelde
waakzaamheid.
- Paarden zijn prooidieren geven weinig signalen van angst, pijn of ongemak.
- Ze bewegen heel veel en rusten in korte blokjes. Tijdens eten lopen ze ook (trickle feeders).
- In brein delen die negatieve ervaring onthouden anticiperen beter hogere
overlevingskansen
Verwilderde paarden
- In ijstijd stierf paard in Amerika uit. Europeanen namen paarden mee naar Amerika en nu zijn
er in Amerika weer paarden.
- Primaire kuddes (familiegroepen) vormen secundaire kuddes (meerdere familiegroepen).
Sociale organisaties
- Harem:
o 1 volwassen hengst
o 1-5 volwassen merries
o Nakomelingen van max. 3 jaar oud ouder dan drie is optyfen.
- Multiple male band:
o Meerdere volwassen hengsten (2-6). Slechts 1 dekhengst, de rest satelliethengsten.
o 4-10 volwassen merries
o Directe nakomelingen van de merries
o Merries maar 6 uur klaar voor ontvangst zaadcel
- Bachelor of vrijgezellen band:
o Jonge hengsten.
o Op 7 a 8 jaar opzoek naar merrie vanaf dan solitair.
- Langzame acceptatie vreemden. Zijn wel hechte groepen.
- Kuddes hebben een home-range
,- Hengsten maken dungpiles nuttige informatie uit stront.
Sensorische systemen en basiscommunicatie
Zicht
- Grote zijdelings geplaatste ogen
o Zien aan beide kanten met oog van die kant
o Slechts klein gedeelte gezichtsveld overlapt.
- Groot mono-oculair veld en klein bi-oculair veld
- Voor diepte moeten ze hoofd bewegen.
- Blinde plek recht vooruit en onder neus
- Corpus nigra (zonneklepje) beschermt oog tegen zon. Zowel direct als via grond.
- Ogen strak in oogkas ogen kunnen niet rollen.
- Paarden hebben tapetum lucidum, dit weerkaatst niet-opgevangen licht. Minder scherp zicht
in donker.
- 2 brandpunten ziet dichtbij en ver scherp
- Paarden nemen snel beweging waar.
- Kunnen geen groen licht zien vandaar hebben paarden vaak geen rijbewijs.
o Contrast tussen tinten groen makkelijker te zien.
o Staaf : kegel = 20:1.
o Paarden kunnen geel, wit, zwart, blauw en grijs onderscheiden
o Paarden kunnen groen, rood en grijs NIET onderscheiden.
Gehoor
- Paarden hebben beweegbare oorschelpen goede localisatie bron.
- Hinniken is sterk geïndividualiseerd.
Gevoel
- Voelen met tastharen onder mond, op neus en boven ogen.
o Haren omgeven door bloedvat bed, dit geeft sensatie van gevoel.
o Belangrijk voor ruimtelijke oriëntatie
Reuk
- Communicatie door feromonen opgevangen door vomeronasaal orgaan (bovenkant
onderlip)
, - Feromonen belangrijk bij voortplanting kan testosteron remmen minder competitie
- Krijgen feromonen binnen door flehmen
Communicatie
- Paarden bij elkaar communicatie olfactorisch
- Groeten met neusblazen op bepaalde hoek bekijken achterbenen achter staart ruiken.
- Precocial= zintuigen goed ontwikkeld bij geboorte
Primaire verdediging
- Doel= niet opgegeten worden
- Middel = sociale communicatie en alertheid op predatoren.
- Ezels tonen geen pijn
o Tonen ze pijn is het flink mis
Sociale communicatie
- Horizontale relaties = sociaal en goede band
- Verticale relaties= economie, wie mag eerst.
- Affiliatiegedrag = spel, allogrooming en (anti)parallel staan.
- Dier in nabijheid is actieve acceptatie
- Krauwen voor lichaamsverzorgen
o Ook verlaagt het op romp de hartslag en cortisol ontspannend.
- plexus stellatus op romp parasympatisch deel hersenen
- dreigen hengsten: hoofd laag, oren plat in nek drijft de merrie ermee aan.
- Submissie is veulenbekken (gestrekte nek en luchthappen).
o Dier geeft aan dat hij niet goed sociaal is en geen erge straf verdient.
o Watje
Sociale hiërarchie
- Dominantie bij 1 op 1 relaties.
- Alles met hoofd= offensief ---- met achterbenen= offensief OF defensief
- Dominantie duidelijk met weinig resources.
- merrie leidster in groep. Leidt groep van A naar B
- sterke sociale facilitatie leidster wordt qua gedrag gevolgd.
- Hengsten letten meer op groep en omgeving. Merries op zaken in de groep.
- Hengsten en merries voeden beide kinderen op.
Tot en met H7 op de mindmaps
Hoofdstuk 8: Paard
- Het paard bestond 4 miljoen jaar geleden al. Hij werd vrij laat (6.000 jaar geleden)
gedomesticeerd.
- Een paard was solitair in bossen, door domesticatie sociaal in weide.
- De veiligheid van de groepen paarden komt door de grote aantallen, er is vaak gedeelde
waakzaamheid.
- Paarden zijn prooidieren geven weinig signalen van angst, pijn of ongemak.
- Ze bewegen heel veel en rusten in korte blokjes. Tijdens eten lopen ze ook (trickle feeders).
- In brein delen die negatieve ervaring onthouden anticiperen beter hogere
overlevingskansen
Verwilderde paarden
- In ijstijd stierf paard in Amerika uit. Europeanen namen paarden mee naar Amerika en nu zijn
er in Amerika weer paarden.
- Primaire kuddes (familiegroepen) vormen secundaire kuddes (meerdere familiegroepen).
Sociale organisaties
- Harem:
o 1 volwassen hengst
o 1-5 volwassen merries
o Nakomelingen van max. 3 jaar oud ouder dan drie is optyfen.
- Multiple male band:
o Meerdere volwassen hengsten (2-6). Slechts 1 dekhengst, de rest satelliethengsten.
o 4-10 volwassen merries
o Directe nakomelingen van de merries
o Merries maar 6 uur klaar voor ontvangst zaadcel
- Bachelor of vrijgezellen band:
o Jonge hengsten.
o Op 7 a 8 jaar opzoek naar merrie vanaf dan solitair.
- Langzame acceptatie vreemden. Zijn wel hechte groepen.
- Kuddes hebben een home-range
,- Hengsten maken dungpiles nuttige informatie uit stront.
Sensorische systemen en basiscommunicatie
Zicht
- Grote zijdelings geplaatste ogen
o Zien aan beide kanten met oog van die kant
o Slechts klein gedeelte gezichtsveld overlapt.
- Groot mono-oculair veld en klein bi-oculair veld
- Voor diepte moeten ze hoofd bewegen.
- Blinde plek recht vooruit en onder neus
- Corpus nigra (zonneklepje) beschermt oog tegen zon. Zowel direct als via grond.
- Ogen strak in oogkas ogen kunnen niet rollen.
- Paarden hebben tapetum lucidum, dit weerkaatst niet-opgevangen licht. Minder scherp zicht
in donker.
- 2 brandpunten ziet dichtbij en ver scherp
- Paarden nemen snel beweging waar.
- Kunnen geen groen licht zien vandaar hebben paarden vaak geen rijbewijs.
o Contrast tussen tinten groen makkelijker te zien.
o Staaf : kegel = 20:1.
o Paarden kunnen geel, wit, zwart, blauw en grijs onderscheiden
o Paarden kunnen groen, rood en grijs NIET onderscheiden.
Gehoor
- Paarden hebben beweegbare oorschelpen goede localisatie bron.
- Hinniken is sterk geïndividualiseerd.
Gevoel
- Voelen met tastharen onder mond, op neus en boven ogen.
o Haren omgeven door bloedvat bed, dit geeft sensatie van gevoel.
o Belangrijk voor ruimtelijke oriëntatie
Reuk
- Communicatie door feromonen opgevangen door vomeronasaal orgaan (bovenkant
onderlip)
, - Feromonen belangrijk bij voortplanting kan testosteron remmen minder competitie
- Krijgen feromonen binnen door flehmen
Communicatie
- Paarden bij elkaar communicatie olfactorisch
- Groeten met neusblazen op bepaalde hoek bekijken achterbenen achter staart ruiken.
- Precocial= zintuigen goed ontwikkeld bij geboorte
Primaire verdediging
- Doel= niet opgegeten worden
- Middel = sociale communicatie en alertheid op predatoren.
- Ezels tonen geen pijn
o Tonen ze pijn is het flink mis
Sociale communicatie
- Horizontale relaties = sociaal en goede band
- Verticale relaties= economie, wie mag eerst.
- Affiliatiegedrag = spel, allogrooming en (anti)parallel staan.
- Dier in nabijheid is actieve acceptatie
- Krauwen voor lichaamsverzorgen
o Ook verlaagt het op romp de hartslag en cortisol ontspannend.
- plexus stellatus op romp parasympatisch deel hersenen
- dreigen hengsten: hoofd laag, oren plat in nek drijft de merrie ermee aan.
- Submissie is veulenbekken (gestrekte nek en luchthappen).
o Dier geeft aan dat hij niet goed sociaal is en geen erge straf verdient.
o Watje
Sociale hiërarchie
- Dominantie bij 1 op 1 relaties.
- Alles met hoofd= offensief ---- met achterbenen= offensief OF defensief
- Dominantie duidelijk met weinig resources.
- merrie leidster in groep. Leidt groep van A naar B
- sterke sociale facilitatie leidster wordt qua gedrag gevolgd.
- Hengsten letten meer op groep en omgeving. Merries op zaken in de groep.
- Hengsten en merries voeden beide kinderen op.