Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages
Summary

Samenvatting Ecologie & Experiment (1e Ba UU)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages

Een samenvatting voor het vak Ecologie & Experiment van de 1e bachelor Biologie aan de Universiteit Utrecht.

Content preview

Ecologie & Experiment DT1

HC1 Organisms & Physical environment
Ecologie: wetenschappelijke studie van (interacties tussen) organismen en hun omgeving.

Milieu bestaat uit:
- Abiotische factoren (klimaat, bodem, pH, nutriënten, topografie)
- Biotische factoren (producenten, consumenten, decomposers)

Ecosysteem: het systeem dat ontstaat door de interactie van alle levende en niet-levende factoren
van het milieu.

Abiotisch milieu:
- Klimatologisch: neerslag, licht, wind, temperatuur.
- Edafisch: bodem, pH, voedingsstoffen, topografie.

Fundamentele ecologische principes:
- Omgevingsfactoren, abiotische factoren, variëren in ruimte en tijd.
- Organismen hebben een constant intern milieu nodig (homeostase).
- Functioneren alleen mogelijk binnen een beperkt tolerantiebereik.
- De tolerantiegrenzen verschillen per organisme.

Niche: het bereik van fysische en chemische omstandigheden waarin een soort kan overleven en zich
kan voortplanten, en het scala van essentiële hulpbronnen waarvan zij gebruik maakt.

Niche:
- Functionele relaties van organismen met hun omgeving.
- Veelheid van dimensies; hypervolume.
- Soms ook aangeduid als de rol van het organisme in het milieu of "bezetting/beroep".
Habitat:
- "Verblijfplaats" van een soort, waar komt de soort voor.

Generalist: erg tolerant, brede niche-as.
Specialist: komen specifiek op dat traject voor, snel dood als ze
erbuiten gaan. Lage tolerantie, smalle niche-as.

Niche variabelen:
- Condities: veranderlijk, niet consumeerbaar.
-> Temperatuur, pH, zoutgehalte, vochtigheid, verontreiniging,
frequentie van verstoring (bv. geluid).
- Hulpbronnen (resources): veranderlijk, consumeerbaar.
-> Straling & CO2 (bij planten), water & nutriënten (planten & dieren), voedsel & nestplaatsen
(dieren).

Stresstolerantie: het vermogen om te blijven functioneren bij blootstelling aan een breed scala van
omstandigheden.

Acclimatisering: een toename van de stresstolerantie van een individueel organisme na blootstelling
aan stress.

,Aanpassing en acclimatisatie:
- Ecologie en evolutionaire biologie zijn sterk verwante onderzoeksgebieden:
-> Ecologische tijdschaal (min - decennia).
-> Evolutionaire tijdschaal (> decennia).

Aanpassingen bij planten:
Waterbeschikbaarheid in de bodem:
- Verzadiging: bodem volledig vol met water (water lekt eruit).
- Veldcapaciteit: bodem lekt geen water meer, houdt al het water tegen de zwaartekracht in vast.
- Verwelkingspunt: zeer weinig water, plant kan het water niet meer uit de grond halen.

Bodem textuur:
- Zand: 2.00-0.05 mm
- Zilt: 0.05-0.02 mm
- Klei: < 0.002 mm

Omgaan met waterstress als gevolg van tekorten:
1) Uitstel van uitdroging: vermogen om uitdroging te voorkomen ondanks verminderde
beschikbaarheid van water.
2) Tolerantie van uitdroging: vermogen om te blijven functioneren terwijl het uitgedroogd is.
3) Ontsnapping aan droogte: volledige levenscyclus vóór het begin van de droogte.

Aanpassing aan overstromingen:
- Elongatie
- Aerenchym
- Areaal stutwortels

Aanpassingen aan laag-hoog licht:




Aanpassing aan laag CO2 gehalte:
- Wortels produceren CO2, plant kan eigen CO2 hergebruiken.
-> Hierdoor kan de plant ook goed onderwater overleven.

Directe effecten van verhoogde CO2:
- Verhoogde fotosynthese, maar zie het verschil tussen C3 en C4
strategieën.
- C4: beter WUE omdat PEP Carboxylase sneller CO 2 inbrengt;
minder lang openstaande huidmondjes.
- Verschuiving in concurrentiekracht tussen planten en PFT's.

,Cation exchange complex (CEC): kleideeltjes zijn negatief geladen, nutriënten kunnen hechten aan
deze deeltjes.

Planten met thermoregulatie:
- Kern van de plant kan warm gehouden worden.
- Kost veel energie, maar dit zorgt voor een voordeel in het voorjaar.

Aanpassingen bij dieren:
Endotherm: constante lichaamstemperatuur, houdt zich warm door voedsel te verbranden en de
warmte die daardoor vrij komt te gebruiken.
Ectotherm: lichaamstemperatuur varieert met omgevingstemperatuur.

Ectothermen proberen hun lichaamstemperatuur ook constant te houden d.m.v. gedrag.

Endothermen kunnen niet heel erg klein zijn, klein zijn is een nadeel omdat je dan een relatief grote
oppervlakte hebt t.o.v. de inhoud, warmhouden kost te veel energie.

Ectothermen zijn vaak kleine organismen omdat het dan veel oppervlak heeft op warmte van de
omgeving op te nemen t.o.v. de inhoud (bv. insecten).

Endotherm: kunnen altijd bewegen/jagen, maar kost veel energie om lichaam warm te houden.
Ectotherm: besparen veel energie, maar kunnen bij lage temperaturen niet bewegen/jagen.

HC2 Populations and Intraspecific Interactions
Populaties:
Populatie: groep individuen van dezelfde soort die zich op hetzelfde moment in hetzelfde gebied
bevinden.
-> Focussen zich op dezelfde hulpbronnen, interacteren, voortplanten.

Waarom populatie-ecologie?
- Wetenschappelijk doel: de factoren begrijpen die de grootte van populaties beïnvloeden.
-> Algemene principes, specifieke gevallen.
- Praktische doelen: beheer van populatiegrootte.
-> Populatiegrootte vergroten (bedreigde diersoorten), populatiegrootte verkleinen
(plagen/ziektebestrijding), populatiegrootte handhaven (visserijbeheer).

De fundamentele vergelijking van de ecologie:
dN = B - D + I - E
Verandering in aantal van een bevolking = Geboorten - Sterfgevallen + Immigratie – Emigratie




Modelleren van populatie dynamiek:
- Vaak nemen we aan dat I = E, dus geen netto dispersie.

, Levenstabel:
- x = leeftijd (jaren).
- nx = aantal levende individuen aan het begin van een gegeven tijdsinterval.
- dx = aantal individuen dat stierf tijdens een gegeven tijdsinterval.
- Ix = overlevingskans, kans om bij de geboorte een bepaalde leeftijd (x) te bereiken.
- qx = sterftecijfer.




Overlevingscurves:
- Overlevingskrommen zeggen iets over overleving en strategie van een soort.
I. Hoge sterfte in de jaren na de voortplanting.
II. Constante sterfte gedurende de gehele levensduur.
III. Zeer hoge vroege sterfte, maar de weinige overlevenden leven lang.




Het exponentiële groeimodel:
N(t+1) = N(t) + bN(t) - dN(t)
dN/dt = (b-d)N(t)
dN/dt = rN(t)
dN/dt = rN

N(t) = N(0)ert

Document information

Study
Uploaded on
November 4, 2021
Number of pages
32
Written in
2020/2021
Type
Summary
$7.65

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
L66
4.2
(21)
Sold
146
Followers
89
Items
14
Last sold
4 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions