1. Democratische Rechtsstaat
Democratie standpunt: staatsvorm met gelijkwaardigheid v/d mensen centraal
↳volk al het gezag
2 grondregels:
1. Legaliteitsbeginsel (wett. Grondslag nodig)
2. Verantwoordingsplicht (controle op bevoegdheid)
Rechtsstaat standpunt: organisatie gericht op bescherming burger tegen staat
4 waarborgen:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Trias Politica
3. Grondrecht
4. Toegang tot onafh. Rechter
6 basiselementen Kortmann:
1. Legaliteitsbeginsel (rechtszekerheid) → gelijkheidsbeginsel
2. Trias Politica (wuv)
3. Grondrecht
4. Toegang tot onafh. rechter
5. Voorafgaande regel vereiste (regel moet al bestaan)
6. Regelgeving en uitvoering niet in 1 ambt (uitvoerder dan veel macht)
Democratie principe: wifz is democratisch gelegitimeerd
Onafhankelijke/Onpartijdige rechter
● Vonnis obv wet, niet door invloed regering
● Voor die onafhankelijkheid: benoeming voor het leven (art 117 lid 1 Gw)
● Ontslag als disciplinaire maatregel/ongeschiktheid → Hoge Raad (Wrra)
● Compleet los van politiek want enige bevoegde dus 0 angst ontslag
Grondrechten
● Klassiek: staatsvrije sfeer garanderen → beperken overheidsbemoeienis
- !! Mogelijk om beroep op te doen bij rechter
● Sociaal: taak v/d regering om voorzieningen te treffen voor menswaardig bestaan burger
- Vb: creeren werkgelegenheid
- !! NIET mogelijk om beroep op te doen bij rechter
Geen duidelijk onderscheid, soms vervullen wetten beide ‘taken’
1
,Verantwoordingsplicht
● Politieke verantw.plicht: bestuurlijk org → vertegenw. org (!vertrouwens plicht)
● Ambtelijke onderg.h: hiërarchie binnen openbaar bestuur (verantwoorden aan boven)
(vb: minister aan volksvertegenwoordiging)
● Bestuurlijk toezicht: regering → andere bestuursorganen (beperkte mate)
- Preventief: lager org goedk. vragen aan hoger org. (art 132 lid 3 Gw)
- Repressief: hoger org. keurt achteraf beslissing lager org. af (art 132 lid 4 Gw)
● Beroep: eerst bezwaar bij best.org. zelf dan beroep bij aanhoudend conflict
● Rechterlijke toetsing v/ wetgeving
- Uitzondering: art 120 Gw (wifz niet aan gw)
- Art 94 Gw: verdragen toetsen aan wetten (indien nodig: buiten werking stellen)
Regering
↳Koning + Ministers (art 42 Gw) = bestuur & medewetgever
Medewetgever omdat wet → S-G + regering
Koninklijk besluit: (Grond)wet eist dat beslissing door regering, incl. de koning, moet worden genomen.
(art 44 lid 1 Gw)
Klein koninklijk besluit: Algemene maatregelen van bestuur
↳ meer formaliteiten dan normaal: Raad v State moet gehoord worden (art 73 Gw)
Contraseign: desbetreffende minister/staats sec. moet besluit ondertekenen als bewijs van participatie
(art 47 Gw)
Taken v/d koning:
● Onderdeel v/d regering (door ondertekening (art 47 Gw))
● Staatshoofd van NL (symboliseert eenheid)
Constitutionele koning = eigenlijk de regering
Ministers
- Leiding geven aan ministeries
Ministers zonder portefeuille
- GEEN leidinggevende functie, WEL dezelfde bevoegdheid bij koninklijke besluiten
Ministerraad
- Beraadslagen en besluiten over alg. regeringsbeleid
- Eenheid bevorderen → beslissing nemen bij onenigheid
Kabinet: ministers ploeg + staats sec. (ondergeschikt aan ministers)
Straats sec: taak vd minister afgeleid, zijn er ten ontlasting minister & ondergeschikt.
→ art 46 lid 2 Gw
Indien minister afwezig → staats sec: minister ad interim
2
, Staten-Generaal
- Mede wetgever
- 1e & 2e kamer
Vanaf art 50 Gw
Eerste Kamer Tweede Kamer
Gekozen door Prov. St. Gekozen door volk dmv verkiezingen (art 54 gw)
Beiden NIET Recht van initiatief (wetsvoorstel indienen)
Recht van amendement (wetsvoorstel wijzigen)
- Evenredige vertegenwoordiging: art 53 lid 1 Gw
- Parlementaire onschendbaarheid: art 71 Gw
- Vereisten: art 56 Gw
Methoden parlement bij onvoldoende verantwoording v/d ministers:
- Vragenrecht (art 68 Gw) (controlerende middelen)
↳ Ruime zin: grondwettelijke plicht tot verschaffen inlichtingen
↳ Engere zin: art 133-139 RvO TK
- Interpellatie Recht: minister ondervragen (!instemming 30 leden nodig)
- Individuele vr. recht: schriftelijk/mondeling vragenuur
Verschillen interpellatie & individueel:
1. Interpellatie: bijzonder verlof vd kamer nodig Indiv: Niet
2. Interpellatie: mogelijkheid op volledig debat Indiv: Niet
3. Interpellatie: kunnen moties worden ingediend Indiv: Niet
- Recht van enquete (art 70 Gw) (controlerende middelen)
Indien vragenrecht niet voldoende is en wanneer het nodig is iemand onder ede te horen.
- Recht van motie (art 66 RvO TK)
Indien antwoord op vraag kamerlid onbevredigend is.
Motie: verzoek/verklaring gehele kamer over ontevredenheid
↳ Motie van afkeuring: beleid minister wordt afgekeurd
↳ Motie van wantrouwen: komt na motie v/ afk. Minister moet opstappen
3
Democratie standpunt: staatsvorm met gelijkwaardigheid v/d mensen centraal
↳volk al het gezag
2 grondregels:
1. Legaliteitsbeginsel (wett. Grondslag nodig)
2. Verantwoordingsplicht (controle op bevoegdheid)
Rechtsstaat standpunt: organisatie gericht op bescherming burger tegen staat
4 waarborgen:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Trias Politica
3. Grondrecht
4. Toegang tot onafh. Rechter
6 basiselementen Kortmann:
1. Legaliteitsbeginsel (rechtszekerheid) → gelijkheidsbeginsel
2. Trias Politica (wuv)
3. Grondrecht
4. Toegang tot onafh. rechter
5. Voorafgaande regel vereiste (regel moet al bestaan)
6. Regelgeving en uitvoering niet in 1 ambt (uitvoerder dan veel macht)
Democratie principe: wifz is democratisch gelegitimeerd
Onafhankelijke/Onpartijdige rechter
● Vonnis obv wet, niet door invloed regering
● Voor die onafhankelijkheid: benoeming voor het leven (art 117 lid 1 Gw)
● Ontslag als disciplinaire maatregel/ongeschiktheid → Hoge Raad (Wrra)
● Compleet los van politiek want enige bevoegde dus 0 angst ontslag
Grondrechten
● Klassiek: staatsvrije sfeer garanderen → beperken overheidsbemoeienis
- !! Mogelijk om beroep op te doen bij rechter
● Sociaal: taak v/d regering om voorzieningen te treffen voor menswaardig bestaan burger
- Vb: creeren werkgelegenheid
- !! NIET mogelijk om beroep op te doen bij rechter
Geen duidelijk onderscheid, soms vervullen wetten beide ‘taken’
1
,Verantwoordingsplicht
● Politieke verantw.plicht: bestuurlijk org → vertegenw. org (!vertrouwens plicht)
● Ambtelijke onderg.h: hiërarchie binnen openbaar bestuur (verantwoorden aan boven)
(vb: minister aan volksvertegenwoordiging)
● Bestuurlijk toezicht: regering → andere bestuursorganen (beperkte mate)
- Preventief: lager org goedk. vragen aan hoger org. (art 132 lid 3 Gw)
- Repressief: hoger org. keurt achteraf beslissing lager org. af (art 132 lid 4 Gw)
● Beroep: eerst bezwaar bij best.org. zelf dan beroep bij aanhoudend conflict
● Rechterlijke toetsing v/ wetgeving
- Uitzondering: art 120 Gw (wifz niet aan gw)
- Art 94 Gw: verdragen toetsen aan wetten (indien nodig: buiten werking stellen)
Regering
↳Koning + Ministers (art 42 Gw) = bestuur & medewetgever
Medewetgever omdat wet → S-G + regering
Koninklijk besluit: (Grond)wet eist dat beslissing door regering, incl. de koning, moet worden genomen.
(art 44 lid 1 Gw)
Klein koninklijk besluit: Algemene maatregelen van bestuur
↳ meer formaliteiten dan normaal: Raad v State moet gehoord worden (art 73 Gw)
Contraseign: desbetreffende minister/staats sec. moet besluit ondertekenen als bewijs van participatie
(art 47 Gw)
Taken v/d koning:
● Onderdeel v/d regering (door ondertekening (art 47 Gw))
● Staatshoofd van NL (symboliseert eenheid)
Constitutionele koning = eigenlijk de regering
Ministers
- Leiding geven aan ministeries
Ministers zonder portefeuille
- GEEN leidinggevende functie, WEL dezelfde bevoegdheid bij koninklijke besluiten
Ministerraad
- Beraadslagen en besluiten over alg. regeringsbeleid
- Eenheid bevorderen → beslissing nemen bij onenigheid
Kabinet: ministers ploeg + staats sec. (ondergeschikt aan ministers)
Straats sec: taak vd minister afgeleid, zijn er ten ontlasting minister & ondergeschikt.
→ art 46 lid 2 Gw
Indien minister afwezig → staats sec: minister ad interim
2
, Staten-Generaal
- Mede wetgever
- 1e & 2e kamer
Vanaf art 50 Gw
Eerste Kamer Tweede Kamer
Gekozen door Prov. St. Gekozen door volk dmv verkiezingen (art 54 gw)
Beiden NIET Recht van initiatief (wetsvoorstel indienen)
Recht van amendement (wetsvoorstel wijzigen)
- Evenredige vertegenwoordiging: art 53 lid 1 Gw
- Parlementaire onschendbaarheid: art 71 Gw
- Vereisten: art 56 Gw
Methoden parlement bij onvoldoende verantwoording v/d ministers:
- Vragenrecht (art 68 Gw) (controlerende middelen)
↳ Ruime zin: grondwettelijke plicht tot verschaffen inlichtingen
↳ Engere zin: art 133-139 RvO TK
- Interpellatie Recht: minister ondervragen (!instemming 30 leden nodig)
- Individuele vr. recht: schriftelijk/mondeling vragenuur
Verschillen interpellatie & individueel:
1. Interpellatie: bijzonder verlof vd kamer nodig Indiv: Niet
2. Interpellatie: mogelijkheid op volledig debat Indiv: Niet
3. Interpellatie: kunnen moties worden ingediend Indiv: Niet
- Recht van enquete (art 70 Gw) (controlerende middelen)
Indien vragenrecht niet voldoende is en wanneer het nodig is iemand onder ede te horen.
- Recht van motie (art 66 RvO TK)
Indien antwoord op vraag kamerlid onbevredigend is.
Motie: verzoek/verklaring gehele kamer over ontevredenheid
↳ Motie van afkeuring: beleid minister wordt afgekeurd
↳ Motie van wantrouwen: komt na motie v/ afk. Minister moet opstappen
3