Bouwstenen van het leven
Elementen en energie
1.1 Elements in cells
Atoomnummer= nummer van protonen
Massa= protonen+ neutronen
Protonen=elektronen
Covalente bindingen:
Zitten tussen moleculen
Een enkele binding is gecreerd door delen van paar elektronen
Carbon:
is uitbundigste element biologie
4 elektronen buitenste schil
Unique ,want sterke covalente bindingen maken
2 groepen covalent bond rotatie is mogelijk
Met meerdere groepen niet
C-O :
uitbundig in proteines
Verliezen hun proton en zijn negatief
Positieve proton verlaat het elektron
,C-N:
Ook in proteines
Kunnen proton accepteren
Worden dan positief
P-O :
Kan je vinden in ATP
Electronegativiteit is het als:
Groote van elektronen wolk
Afstand van buitenste schil tot nucleotide
De concentraties van nucleitide
Verschillen in elektronenegativiteit beroepen zich op polariteit
Meerdere atomen worden bepaald door de tabel voor zijn polariteit
Met grote verschillen van elektronenegativiteit, een covalente binding wordt
een ion-binding.
Water is polar, for chemical reactions to take place in solution.
Waterstof is de kleinste atoom, 1 proton en 1 elektron
Waterstof en carbon vormen koolwaterstof
Wanneer de elektronen negativiteit zo hoog is kan het zijn dat het een proton
wordt.
Water meest polaire stof op aarde. Water kan alles in oplossing brengen.
1.2 Energie
Systeem= iets wat je zelf defineert
Omgeving= iets wat niet bij het systeem hoort.
Toestand functies= beschrijft de verschijnselen van energie en is onafhankelijk
van de weg er naartoe het maakt niet uit hoe je tot het eind punt komt. De
potentiele energie blijft.
,moet energie toedienen
als een bepaalde
handeling niet spontaan
gaat. Bijvoorbeeld iets
naar boven duwen. Als
iets naar beneden valt
hoef je geen extra energie
toe te dienen, want dit
gebeurt wel spontaan.
Energie wordt dan
omgezet in warmte en
kinetische energie.
Inwendige energie is bijna
niet vast te stellen. Er
zitten vele soorten energie
in. Het is moeilijk om dat
te berekenen.
, Als we een verandering
hebben, dan is de vraag:
hoe groot is de
verandering en waar gaat
de verandering naartoe.
∆U=Ueind-Ubegin
moet energie toedienen
als een bepaalde
handeling niet spontaan
gaat. Bijvoorbeeld iets
naar boven duwen. Als
iets naar beneden valt
hoef je geen extra energie
toe te dienen, want dit
gebeurt wel spontaan.
Energie wordt dan
omgezet in warmte en
kinetische energie.
Elementen en energie
1.1 Elements in cells
Atoomnummer= nummer van protonen
Massa= protonen+ neutronen
Protonen=elektronen
Covalente bindingen:
Zitten tussen moleculen
Een enkele binding is gecreerd door delen van paar elektronen
Carbon:
is uitbundigste element biologie
4 elektronen buitenste schil
Unique ,want sterke covalente bindingen maken
2 groepen covalent bond rotatie is mogelijk
Met meerdere groepen niet
C-O :
uitbundig in proteines
Verliezen hun proton en zijn negatief
Positieve proton verlaat het elektron
,C-N:
Ook in proteines
Kunnen proton accepteren
Worden dan positief
P-O :
Kan je vinden in ATP
Electronegativiteit is het als:
Groote van elektronen wolk
Afstand van buitenste schil tot nucleotide
De concentraties van nucleitide
Verschillen in elektronenegativiteit beroepen zich op polariteit
Meerdere atomen worden bepaald door de tabel voor zijn polariteit
Met grote verschillen van elektronenegativiteit, een covalente binding wordt
een ion-binding.
Water is polar, for chemical reactions to take place in solution.
Waterstof is de kleinste atoom, 1 proton en 1 elektron
Waterstof en carbon vormen koolwaterstof
Wanneer de elektronen negativiteit zo hoog is kan het zijn dat het een proton
wordt.
Water meest polaire stof op aarde. Water kan alles in oplossing brengen.
1.2 Energie
Systeem= iets wat je zelf defineert
Omgeving= iets wat niet bij het systeem hoort.
Toestand functies= beschrijft de verschijnselen van energie en is onafhankelijk
van de weg er naartoe het maakt niet uit hoe je tot het eind punt komt. De
potentiele energie blijft.
,moet energie toedienen
als een bepaalde
handeling niet spontaan
gaat. Bijvoorbeeld iets
naar boven duwen. Als
iets naar beneden valt
hoef je geen extra energie
toe te dienen, want dit
gebeurt wel spontaan.
Energie wordt dan
omgezet in warmte en
kinetische energie.
Inwendige energie is bijna
niet vast te stellen. Er
zitten vele soorten energie
in. Het is moeilijk om dat
te berekenen.
, Als we een verandering
hebben, dan is de vraag:
hoe groot is de
verandering en waar gaat
de verandering naartoe.
∆U=Ueind-Ubegin
moet energie toedienen
als een bepaalde
handeling niet spontaan
gaat. Bijvoorbeeld iets
naar boven duwen. Als
iets naar beneden valt
hoef je geen extra energie
toe te dienen, want dit
gebeurt wel spontaan.
Energie wordt dan
omgezet in warmte en
kinetische energie.