Wat zijn ontwikkelingsstoornissen?
Terminologie en afbakening:
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen : een ontwikkelingsstoornis is een neurobiologische
stoornis die in de vroege ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die gekenmerkt wordt door
ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die levenslang beperkingen
veroorzaakt in het persoonlijk, sociale, schoolse of beroepsmatig functioneren.
Aangeboren in de hersenen
Prenataal: Mama’s die te weinig eten, roken, drinken, drugs gebruiken,.. kunnen invloed
hebben
Tijdens geboorte: zuurstoftekort bij geboorte kan ook leiden tot hersenschade
Levenslang: geen medicijn of behandeling die het stopt.
Kan komen door mutaties in de genen, prenatale risicofactoren
Voorbeelden: dyslexie, dyscalculie, DCD, ASS, tikstoornissen, ADHD,..
-VERSCHILLENDE ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (DSM-5)-
Verstandelijke beperking: betreft tekorten in de algemeen cognitieve functies zoals redeneren,
problemen oplossen, abstract denken,.. die zorgen voor problemen in aanpassingsvermogen. Men
onderscheid:
- Verstandelijke ontwikkelingsstoornissen
- Globale ontwikkelingsachterstand
Communicatiestoornissen: verstoorde ontwikkeling van taal, spraak en/of sociale communicatie
Men deelt op in:
o Taalstoornis
o Spraakklankstoornis
o Ontwikkelingsstotteren
o Sociale (pragmatische) communicatiestoornis
Autismespectrumstoornis (ASS): overkoepelende ter om alle stoornissen binnen het
autismespectrum te duiden. Kinderen vertonen ernstige tekorten in de sociale omgang
(communicatie en interactie) en beperkte repetitieve interesses en gedragingen
Aandachtsdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis (ADHD): stoornissen in aandacht en/OF
hyperactiviteit en impulsiviteit centraal.
Deze komen in de kindertijd vaak voor met externaliserende gedragsstoornissen CD (conduct disorder
of normoverschrijdende gedragsstoornis) en ODD (Opposite Defiant Disorder of oppositioneel-
,opstandige stoornis) MAAR die behoren volgens DSM-5 tot de ‘disruptieve, impulsbeheersings – en
andere gedragsstoornissen. Daar leggen we niet de nadruk op tijdens de lessen.
(Specifieke) leerstoornissen: specifieke tekorten in het leren van basale schoolse vaardigheden
o Dyslexie
o Dysorthografie
o Dyscalculie
o NLD (Non –verbale Learning Disorder): nog onduidelijkheid rond en niet opgenomen
in het heersende classificatiesysteem, toch wordt in de klinische praktijk deze
diagnose af en toe gesteld, belangrijk om daar toch notie van te hebben van de
kernsymptomen
Motorische stoornissen
o coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD): problemen in coördinatie van motorische
handelingen (vb. knippen, balvaardigheid, fietsen, …) waardoor deze onhandig en
traag of onnauwkeurig worden uitgevoerd
o Ticstoornissen: plotseling optredende, snelle, herhaalde, niet-ritmische bewegingen
of geluiden
o Stereotiepe – bewegingsstoornis: meestal bij verstandelijke beperking of ASS
=repetitieve driftmatige en doelloze bewegingen (wiegen, fladderen, zichzelf slaan,
…) – wordt in ASS besproken
Hoogbegaafdheid: in handboek is er een kort stukje over opgenomen. NIET te kennen, op zich niet
opgenomen bij ontwikkelingsstoornissen .
Wel belangrijk omwille van het moeilijke diagnose stellen van ontwikkelingsstoornis bij
hoogbegaafdheid
Hoogsensitiviteit: frequent voorkomen met hoogbegaafdheid en gelijkenissen met aantal gevolgen
van en symptomen van bepaalde ontwikkelingsstoornissen (ASS en ADHD)
Niet enkel expertise voor de psycho-pedagogische discipline (waaronder ortho), maar ook
logopedisten (communicatiestoornissen, leerstoornissen), kinesisten (DCD), artsen (ticstoornissen).
Fenotype / beeld:
- Variatie binnen een ontwikkelingsstoornis hebben meestal dezelfde oorzaak
- Meer dimensionele benadering ipv sterk categoriaal: ( niet in hokjes denken)
- Dynamische concept ipv statisch concept
Criteria stoornis:
- Significant meer problemen dan gemiddeld
- Op verschillende dimensies ( child behaviour checklist, je moet verschillende symptomen
hebben )
- De problemen zijn hardnekkig / persistent ( problemen zijn hard en gaan niet snel over)
- De problemen zijn pervasief ( problemen doen zich voor in verschillende contexten)
- Niet leeftijdsadequaat
, - Significante belemmeringen in dagdagelijkse leven (om van stoornis te kunnen spreken moet
er moeite zijn om ergens mee te draaien , te participeren)
Classificatie:
DSM-IV -> DSM-5 (iets meer dimensioneel
- autismeSPECTRUMstoornis
- graad van ernst bij ADHD
kenmerken:
- primaire gedragskenmerken = kernsymptomen = diagnostische kenmerken
- secundaire gedragskenmerken = gevolg van de primaire kenmerken.
Vaak voorkomende gevolgen op pscyho-sociaal vlak:
Faalervaringen
Grote frustraties, schaamtegevoelens en demotivatie
Laag zelfbeeld
Inadequate attributiestijl groter risico op ‘fixed’ mindset’ ( bv. Kind met
dyslexie bij slechte punten: ik ben dom, bij goede punten: toeval)
Faalangstig t.a.v. schoolse taken, sociale situaties of situaties waarin men moet
bewegen
Internaliserende problemen (angsten, depressieve gevoelens)
Externaliserende problemen (agressie, gedragsproblemen
Leerproblemen
-> Afwijzing door leeftijdsgenoten
Negatieve interacties ook met volwassenen vb. ouders, leerkracht
Participatieproblemen (klas, school, vrije tijd, thuis)
BELANG VAN DE OMGEVING IN HET VERLOGEN PSYCHOSOCIAAL WELBEVINDEN:
- creëren van een stimulerende omgeving
- kinderen zelf keuzes laten maken of betrekken beslissingen
- belang van succeservaringen
- steun, begrip en erkenning uit omgeving
- (psycho)educatie aan kind en omgeving
Denkkaders
- Bio- ecologische visie (visie op het ontstaan van een ontwikkelingsstoornis) BEM-model
Bio-ecologische en multifactoriële etiologie
Multilevel model ( je kan op verschillende niveaus kijken: genen, biologie,
mutaties, neuropsychologie,…)
Multideficit model ( op elk niveau kunnen problemen zijn en kunnen
onderlinge invloed hebben)
Transactioneel model ( constant wisselwerking tussen factoren van kind en
omgeving, niet staat los van elkaar)
, - Bio-psychosociale visie (functioneren met een ontwikkelingsstoornis) ICF-model (zie
Persoonsgerichte ondersteuningsplanning) = geen leerstof dit vak
Risicofactoren:
Sommige van deze risicofactoren kunnen worden beïnvloed door interventies belangrijk om ze in
kaart te brengen
Beschermende factoren:
Kunnen ingezet worden/van belang zijn bij keuze interventies belangrijk om ze in kaart te brengen
Diagnosti ek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen