• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 92 pages
Summary

Samenvatting Psychologie H1 | Wetenschap & Stromingen | Hogeschool Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 92 pages

Deze collegeaantekeningen behandelen Psychologie aan Hogeschool Gent, gericht op Orthopedagogie-studenten. De stof omvat psychologie als wetenschap, verschillende psychologische stromingen (psychodynamisch, behaviorisme, cognitief, humanistisch), wetenschappelijke kenmerken (domein, hypothesen, reductie, intersubjectiviteit, vakjargon), en Kuhn's paradigmatheorie. Daarnaast worden evidence-based benadering, common factors in behandeling, grondhoudingen (empathie, acceptatie, echtheid) en operante conditionering behandeld. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de fundamentele concepten uit de psychologieopleiding.

Content preview

PSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP

 Verschillende stromingen: verschillende kijk op de mens
 Diverse stromingen van 19e eeuw tot nu
 Eerste helft vorige eeuw: psychodynamische theorie vs behaviorisme
 Gevolgd door stromingen die er los van stonden
 Eind van de eeuw
 Nieuwe stromingen die verder aan de slag gaan met bouwstenen uit eerdere stromingen
 Evidence based
 Otto Rank was een volger van Sigmund Freud
 Evolutietheorie: kunnen we het gedrag van nu, verklaren door de evolutie?
 Bv agressie

1. KENMERKEN VAN WETENSCHAP

Domein

 Het onderwerp van een bepaalde wetenschap of discipline
 Verschillende stromingen binnen de psychologie concentreren zich vaak op verschillende
onderwerpen
 Behavioristen > gedrag(stherapie)
 Cognitieve psychologen > het denken
 Psychoanalyse > onbewuste
 Humanisten > positivisme

Hypothesen en theorieën

 Systematische en hiërarchische ordening
 Van inzichten en causale verbanden
 Over een bepaald gebied van de werkelijkheid

Reductie

 Elke wetenschap is een vereenvoudiging van de totale werkelijkheid: we moeten elementen
afzonderen (reductie), en dan uitzoeken wat die met elkaar te maken hebben.
 De kracht van de wetenschappen ligt in het isoleren van deelsystemen
 Iedere psychologische theorie faalt; sowieso als ze een individuele mens wil beschrijven en verklaren,
omdat die nu eenmaal zoveel complexer is dan de theorie
 H2O (Edmund Husserl): wat betekent water voor jullie? Drinken, hygiëne, zee, levensbron,..
 What’s it like to be a bat?
 Wij zijn er geen dus gaan we dit nooit volledig snappen

Intersubjectieve overeenstemming

 Intersubjectieve overeenstemming = iets is geldig of waar voor elkeen van een aantal subjecten
 Voorbeelden: God, ufo’s, verzinsels over vak en leerkracht…
ELTY LASEUR 1

,  Wetenschap streeft naar intersubjectieve overeenstemming tussen diegenen die zich aan
wetenschappelijke regels houden
 Inter = Tussen
 Intra = binnen 1 persoon

Formulering (vakjargon)

 Wetenschappelijke kennis is zo ondubbelzinnig, precies en nauwkeurig mogelijk geformuleerd
 Elke wetenschap beschikt over een eigen vakjargon die binnen een bepaalde theorie verankerd is
(communiceerbaar)
 Afbakenen vakgebied, weren van buitenstaanders
 Voordeel: maken een economische en efficiënte communicatie mogelijk

 Vb: frustratietolerantie, oedipuscomplex, …
 Vb: IQ

Voortgang

 Elke wetenschap evolueert
 Kuhn: ontwikkeling en evolutie van een wetenschap verlopen niet homogeen
 (1) Paradigma’s volgen elkaar op en de overgangen ertussen zijn vaak bruusk (tijdsgebonden)
 Paradigma = een stelsel van met elkaar samenhangende wetenschappelijke visies, theorieën
en begrippenkaders en onderzoeksmethoden
 Referentiekader bepaalt welke de belangrijke vragen zijn en hoe daarvoor een oplossing kan
worden gevonden
 Zienswijze, filosofisch uitgangspunt, grondhouding, wereldbeeld
 Bv denk aan lijfstraffen, migratie, …
 (2) Elke wetenschap evolueert door een cyclische voortgang
 Vertrekkend bij concreet waargenomen feiten, komt een onderzoeker tot het formuleren van
algemeen geldende hypothesen en vervolgens toetsen in onderzoeksopzetten
 Daarna integreren in een theorie

Kritisch

 Alle wetenschappen worden kritisch opgebouwd
 Men vraagt zich af of het verzamelde feitenmateriaal niet gekleurd is door subjectieve
veronderstellingen en verwachtingen
 Het is pas als men tot een intersubjectieve overeenstemming komt dat de conclusies worden
geaccepteerd binnen de wetenschap
 ‘het oordeel van een panel wetenschappers’

Mensbeeld en filosofisch gedachtengoed

 Elke wetenschap impliceert een mens- en wereldbeeld, een visie
 Een levensbeschouwing is Ofwel onderliggend bij het formuleren van een nieuw paradigma of vloeit
als een onlosmakelijk conclusie voort uit de opgebouwde theorieën
 Ortho: normalisatie, integratie, inclusie > gelijkheid




ELTY LASEUR 2

, 2. METHODEN (HEEL BELANGRIJK)

De methodologie is de discipline die omschrijft aan welke spelregels moet worden voldaan om tot
betrouwbare wetenschappelijke kennis te komen.

Drie verschillende soorten methoden:

1. Mensenkennis
2. Niet-psychometrische methoden
3. Psychometrische methoden

!!Belangrijk verschil tussen de 2de en 3de methode

2  niet meten, geen statistiek of andere middelen bij deze methoden

3  statistiek, meten, datamodellen bij nodig


3.1 MENSENKENNIS

We moeten een onderscheid maken tussen mensenkennis en wetenschappelijk psychologische kennis

 Wetenschappelijke kennis is verkregen via strikte onderzoeksmethoden en is meestal
betrouwbaarder, abstracter en nauwkeuriger dan mensenkennis
 Mensenkennis is subjectief, waardegeladen, cultuurgebonden en niet noodzakelijk universeel


3.2 NIET-PSYCHOMETRISCHE METHODEN

= Methoden die geen strikte statistische of cijfermatige onderbouw hebben

6 niet-psychometrische methoden !!EXA!!

1. Observatie: systematisch waarnemen en registreren
 Participerende observatie: als observator deelnemen aan het proces waarbinnen hij personen
observeert zonder dat proces te verstoren of slechts minimaal (niet via eenzijdig glas maar door
actief deel te nemen

2. Introspectie:
- Door een persoon bij zichzelf vastgestelde gedachten en gevoelens
- een vorm van innerlijke zelfwaarneming

3. Interview:
 Actief luisteren
 Valkuil: projectie
 Minder of meer gestructureerd

4. Anamnese:
 de studie van de ontwikkeling van een bepaalde problematiek (= ontstaansgeschiedenis)
 De gevals- of ontstaansgeschiedenis zoals die subjectief door de persoon is ervaren
 = ontstaansgeschiedenis van de ontwikkeling van een bepaalde problematiek, ...
 = gevalsgeschiedenis zoals deze subjectief door de persoon is ervaren en weergegeven.
 Synoniemen: ontstaansgeschiedenis = gevalsgeschiedenis = anamnese


ELTY LASEUR 3

,  “mijn” visie op de problematiek
 Zoveel mogelijk perspectieven proberen krijgen
 Altijd subjectief
 = Vragen aan de persoon zelf hoe die zijn gedrag ziet of hoe het probleem is ontstaan, perspectief
van de cliënt zelf of ouders (eigen subjectief verhaal)

-> altijd meerzijdig-partijdig zijn

5. Gevalsstudie of casestudy(casus): een intensieve, kwalitatieve bestudering van één praktijkgeval
 Globaal inzicht verkrijgen in een gegeven problematiek
 (Alle info die je kent over een klacht/probleem samen brengen  anamnese is hier een
onderdeel van MAAR is niet hetzelfde als een gevalsstudie)
 Brede waaier aan methodes (multidisciplinaire benaderingswijze): medische gegevens, anamnese,
vragenlijsten, interviews, testuitslagen,…
 Voordelen
 Diepgaand en zeer gedetailleerd
 Verkennen thema
 Nadelen
 Resultaten niet zomaar te veralgemenen
6. Projectieve technieken:
 projectie = persoon gaat eigen gedachten, emoties en motieven toeschrijven aan iets of iemand
buiten zichzelf
 Persoon schrijft eigen karaktertrekken, emoties en motieven toe aan iets of iemand buiten
zichzelf, volledig of grotendeels onbewust
 Ongestructureerd betekenisloos materiaal

-> Projectieve testen: Rorschachprent, Thematische Apperceptie Test (foto met twee vrouwen mooie en enge),
House-Tree-Person-test

-> Projectie bruikbaar bij diagnostiek en therapie




3.3 PSYCHOMETRISCHE METHODEN

Experiment

 Men zoekt de mogelijke verbanden tussen variabelen
 Experiment: manipulatie van variabelen + onderzoek naar mogelijk oorzaak-gevolg verband
 Correlationeel onderzoek: geen manipulatie, geen causale verbanden
 Variabele = een grootheid die kan variëren, verschillende waarden kan hebben en gemeten kan
worden (temperatuur, lengte, leeftijd, haarkleur…)
 Variabele die gemanipuleerd wordt door de onderzoeker = onafhankelijke variabele
 Variabele waarop de onafhankelijke variabele invloed heeft, de variabele waarvan men nagaat of hij
varieert bij veranderingen in de onafhankelijke variabele, variabele waarvan de onderzoeker de
waarde voorspelt, niet onder controle heeft. = afhankelijke variabele
 De onderzoeker meet de gevolgen van de manipulatie van de onafhankelijke variabele op de
afhankelijke variabele.
 De waarde van de afhankelijke variabele is afhankelijk van de waarde van de onafhankelijke variabele.
 (als er een verband is)
 Voorbeeld experiment: “Invloed van alcohol op reactietijden bij 18-25 jaar in Vlaanderen”

ELTY LASEUR 4

Document information

Study
Uploaded on
October 24, 2026
Number of pages
92
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.57

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
25
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions